Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#637 (i): Als God geen ego heeft, hoe kan hij dan boos zijn? (ii): Als zonde niet werkelijk is, kan er dan verkeerd gedrag zijn?

(i): Een cursus in wonderen zegt dat woede een op angst gebaseerde manifestatie is van het ego. De bijbel spreekt echter vaak over de manifestaties van Gods woede, zoals de zondvloed, de verwoesting van Sodom en Gomorra, en Zijn reactie op afgoderij van de Israëlieten in de woestijn. Maar als God geen ego heeft, hoe kan Hij dan boos zijn? Of was het in werkelijkheid iets anders? Als het geen woede was, wat dan wel?


Antwoord: Je verwarring over God is niet verrassend. Veel beginnende Cursusstudenten met een traditionele Joodse of Christelijke achtergrond delen die verwarring. Maar het kan gemakkelijk worden opgehelderd, hoewel je zelf moet beslissen voor welke zienswijze je kiest. De God van de bijbel is namelijk niet de God van Een cursus in wonderen. De Cursus corrigeert het beeld van een ‘God’ die boos wordt, veroordeelt en straft, en offers vraagt ter verzoening (o.a. in T3.I.1-4; T9.V.3; T23.II.4-8; WdI.170; H17.5-7). Volgens de Cursus is dit een god die door het ego is verzonnen als de hoofdrolspeler in zijn mythe, waarin het beweert dat de afscheiding van God werkelijkheid is, dat dit een aanval was op God, dat Hij daar kwaad over is en uit is op vergelding. Maar niets van dit alles is waar, zegt de Cursus, omdat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden, en God niet God zou zijn – volmaakte Liefde – als woede deel van Hem zou uitmaken. Dit is wat het ego ons wil doen geloven om zich te verzekeren van zijn eigen overleving. Het ego gedijt op conflict – het is letterlijk een conflictgedachte – en het heeft een vijand nodig om zijn eigen bestaan in stand te houden als iets dat afgescheiden en apart is. De ware God van de Cursus is volmaakte Liefde en volmaakte Eenheid, niet in staat tot woede of veroordeling, en volkomen onaangetast door de illusoire gedachte van afscheiding en aanval. Deze verschillen tonen aan dat de God van de bijbel niet dezelfde kan zijn als de God van de Cursus, maar een treffende gelijkenis vertoont met de verzonnen, boze, wraakzuchtige God van het ego.

Er zijn nog vele andere verschillen tussen de God van de bijbel en de God van de Cursus. In de bijbel schept God de fysieke wereld en alles wat die wereld bewoont, inclusief de man en de vrouw. Hij veroordeelt en straft Adam en Eva voor hun zonde van ongehoorzaamheid tegenover Hem, en zendt uiteindelijk Zijn enige Zoon om geofferd te worden, ter verzoening van de anders onvermijdelijke gevolgen van de zonde die we allen erven.

Wanneer je Een cursus in wonderen bestudeert, zal het steeds duidelijker worden dat deze God en de God van de Cursus niets gemeenschappelijks hebben. Jezus maakt in de Cursus duidelijk dat God geen wereld en lichamen heeft geschapen (o.a. in T4.I.11:7), nooit beïnvloed is door ons geloof in afscheiding en zonde (o.a. in T30.III.10), en dus nooit een offer ter verzoening kan eisen (o.a. in T3.I.4; T11.VI.5). Bovendien is de Jezus van de Cursus niet God, maar een aspect van het Zoonschap, gelijk aan al zijn broeders en zusters. Het enige waarin hij van ons verschilt is dat hij zich de waarheid heeft herinnerd van Wie hij – en wij allen – zijn als de ene volmaakte Christus (T1.II.3; VvT5.5). Hoewel elke student het pad of de paden dient te volgen waartoe hij zich geroepen voelt, sluiten deze verschillen over de wezenlijke de aard van God tussen Een cursus in wonderen en het traditionele Christendom, elkaar wederzijds uit en kunnen dus niet met elkaar verenigd worden.

De relatie tussen de Cursus en de leringen van de bijbel wordt ook behandeld in V#439, en op de audiotape-set The Bible from the Perspective of A Course in Miracles.

(ii): Ik begin me te realiseren dat het in de Cursus alleen over gedachten gaat, niet over gedrag. Maar als we het traditionele concept ‘zonde’ als louter een illusie van het egozelf zien, hoe onderscheiden we dan juist van onjuist? Als zonde niet werkelijk is kan ik dus doen en laten wat ik wil, zonder bang te hoeven zijn voor straf of disciplinaire maatregelen. Als het rechtssysteem door de Cursus geregeld zou worden, zouden er dan geen straffen worden opgelegd, omdat een ‘aanval’ slechts een illusie is van het ego, uitgevoerd door het lichaam? Impliceert de zienswijze van de Cursus dat het antwoord van de maatschappij op criminele daden vergeving moet zijn, in plaats van het opleggen van straffen of andere manieren van boetedoening? Hoe worden we als maatschappij verondersteld te functioneren zonder gedragsregels en de middelen om ze uit te voeren?

Antwoord: Los van zijn context kan het inderdaad lijken dat de uitspraak: ‘zonde is geen werkelijkheid’ betekent dat het er niet toe doet wat we doen. En op metafysisch niveau is dit waar. Het probleem is echter dat wij, die geloven hier in de wereld te zijn, ook geloven in zonde, lijden, en straf. Daarom is denken dat we ons kunnen gedragen zoals we willen, zonder dat dit consequenties heeft, op zijn best dwaas en op zijn slechtst tragisch. De Cursus doet nooit een uitspraak over acceptabel of onacceptabel gedrag. Voor denkgeesten die niet bereid zijn de volle verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ervaringen – wat we uiteindelijk moeten leren (T21.II.2) – zijn regels die gedrag reguleren een praktische noodzaak. De Cursus zegt niet dat deze regels genegeerd of opgeheven moeten worden. Het is mogelijk consequenties van gedragsmatige overtredingen vast te stellen om schadelijk en destructief gedrag te beperken, maar zonder de bedoeling om te straffen (desgewenst kun je V#371, V#484 en V#584 nalezen voor een verdere bespreking van het stellen van grenzen en het treffen van maatregelen binnen de illusie). ‘Goed gedrag’ leidt op zichzelf niet tot verlossing, omdat verandering plaats moet vinden in de denkgeest. ‘Goed gedrag’ komt daar dan vanzelf uit voort.

Hoewel de Cursus zich niet bezighoudt met juist en onjuist gedrag, maakt hij wel onderscheid tussen juist en onjuist gericht denken, en een correcte of verkeerde waarneming (T3.IV.4). Ook dit onderscheid moet worden gemaakt op het niveau van de gedachten in de denkgeest, aangezien gedrag daar altijd en uitsluitend een gevolg of resultaat van is. Jezus verklaart dit reeds aan het begin van de Cursus:

“Je kunt je niet juist gedragen als je niet correct waarneemt” (T1.III.6:5).

“Ik heb gezegd dat jij je denken niet kunt veranderen door je gedrag te veranderen, maar ik heb ook, en vele malen, gezegd dat te wel degelijk je denken kunt veranderen” (T4.IV.2:1).

“Ik heb je gemaand je te gedragen zoals ik me gedragen heb, maar daartoe dienen we gehoor te geven aan dezelfde Denkgeest. Die Denkgeest is de Heilige Geest, wiens Wil altijd uit naam van God is. Hij onderricht jou hoe je mij steeds als het model voor jouw denken kunt nemen, en hoe jij je dientengevolge kunt gedragen zoals ik” (T5.II.12:1-3).

En later in de tekst:
“Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen” (T21.In.1:7).

En in misschien wel de duidelijkste bespreking van dit punt in de Cursus zegt Jezus:
“Je wilt waanzinnig gedrag van jouw kant toch niet verontschuldigen door te zeggen dat jij het niet helpen kon? Waarom zou je waanzinnig denken vergoelijken? Er is hier een verwarring, en je zou er goed aan doen die onder de loep te nemen. Je gelooft misschien dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet, maar niet voor wat je denkt. De waarheid is dat je verantwoordelijk bent voor wat je denkt, omdat je alleen op dat niveau keuzen kunt maken. Wat je doet komt voort uit wat je denkt . . . Het is zinloos te geloven dat genezing kan ontstaan door de gevolgen van verkeerd denken onder controle te houden . . . Je moet je denken veranderen, niet je gedrag, en dat is een kwestie van bereidwilligheid. Je hebt geen leiding nodig, behalve op het niveau van je denkgeest. Correctie hoort alleen thuis op het niveau waar verandering mogelijk is. Verandering heeft geen enkele betekenis op het [gedrags]niveau van de symptomen, waar ze niet werkzaam kan zijn” (T2.VI.2:2-7;3:1,4-7).

Onjuist gericht denken, oftewel: denken met het ego, is altijd gebaseerd op het geloof in gescheiden belangen, wat pijn en schuld oplevert voor degene die zo denkt. Want hij maakt zonde – de afscheiding – werkelijk in zijn eigen denkgeest, en het egodenksysteem maakt pijn en schuld daar het onvermijdelijke gevolg van. Het is dus zelfvernietigend om te geloven dat we ongestraft alles kunnen doen en laten wat we maar willen. Wanneer we het onderwijs van Een cursus in wonderen over de oorzaak van ons lijden volledig begrijpen en aanvaarden, zal het nooit in ons opkomen om een van de principes van de Cursus te gebruiken als rechtvaardiging voor een aanval op wie dan ook.

De erkenning dat zonde geen werkelijkheid is, is geen intellectueel concept. We zullen pas weten dat we de onwerkelijkheid van zonde werkelijk hebben aanvaard, wanneer we niet meer geïdentificeerd zijn met het fysieke zelf en de persoonlijkheid die we nu denken te zijn. Tot dan is elke (schijnbare) aanval op de wereld buiten onszelf, en alle pijnlijke gevolgen daarvan, een aanval op onszelf (zie o.a. WdI.196), want de wereld is letterlijk een projectie van ons eigen schuldige zelf.