Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#636 Hoeveel bewustzijnsniveaus zijn er op onze terugweg naar God?

Iedereen kent het fysieke bewustzijnsniveau, omdat we daarop gefocust zijn, en velen van ons zijn ook bekend met het astrale niveau, want dat schijnt er vlak naast te liggen. Het lijkt alsof we heen en weer stuiteren tussen deze twee toestanden. Maar wat is de betekenis – binnen de illusie natuurlijk – van de mentale en causale niveaus (en zelfs andere niveaus van bestaan daar ver aan voorbij) waar vele metafysici over spreken? Zijn er – wederom: binnen de illusie – niveaus van bewustzijn? Is het terugvinden van onze weg naar God zoiets als het beklimmen van de Mount Everest, waarbij we op bepaalde niveaus een basiskamp op moeten zetten, waar we soms naar moeten terugkeren voordat we onze uiteindelijke bestemming bereiken?

Antwoord: Een cursus in wonderen houdt zich niet bezig met bewustzijnsniveaus: “De structuur van het ‘individuele bewuste’ is in de kern irrelevant, omdat het een begrip is dat staat voor de ‘oorspronkelijke dwaling’ [de afscheiding] of de ‘erfzonde’” (VvTIn.1:4). Ons probleem is, zegt de Cursus, dat we geloven dat de gedachte van afscheiding, waaruit het bewuste (alle niveaus ervan) voortkwam, werkelijkheid is (zie T3.IV.2). Het doel van het leerplan van de Heilige Geest, zoals dat uiteengezet wordt in de Cursus, is het genezen van deze gedachte in de denkgeest. Deze genezing wordt tot stand gebracht door het proces van vergeving, waarin de waarneming van het ego wordt vervangen door die van de Heilige Geest. Deze principes zijn het fundament van het Cursusonderwijs, en voorzien ons van de stappen die we moeten zetten wanneer we de Cursus kiezen als onze weg terug naar God.

Bij het bestuderen van de Cursus is het behulpzaam om in gedachten te houden dat met het lichaam of de wereld, elk aspect van beide wordt bedoeld, inclusief astrale lichamen, energievelden, bewustzijn en alle niveaus daarvan. Ze maken allemaal evenveel deel uit van de illusie van afscheiding, en zijn daarom niet werkelijk.
Jezus stelt ons in dit verband enkele zeer verontrustende vragen: “Maar wat als je inzag dat deze wereld een hallucinatie is?” (T20.VIII.7:3) en: “Is het moeilijker bij een waanzinnige zijn geloof in een grotere hallucinatie te verdrijven dan in een kleinere?” (H8.5:2). Hoewel dit de dingen vereenvoudigt, hebben we een grote weerstand tegen het leren van deze belangrijke boodschap van de Cursus, vanwege onze gehechtheid aan de identificatie met het lichaam. Een van de manieren om de afscheiding en de wereld werkelijk te maken is het vaststellen van een rangorde in waarden, waaraan we de waarde van alles in de illusie afmeten (zie T23.II.2:1-3). De denkgeest, waar de Cursus zich op richt, is buiten ruimte en tijd, voorbij alle niveaus van bewustzijn, mentale vlakken of astrale lichamen. Onze keuze om ons te identificeren met de Heilige Geest, de herinnering van God in onze denkgeest, zal ons uiteindelijk in staat stellen ons te disidentificeren van elk deel van de hallucinatie.

In dit proces is het niet nodig om de “kronkelwegen” van de ego-complexiteit te ontrafelen of te bewandelen: “Het is niet nodig om angst te volgen langs alle kronkelwegen waarmee hij zich ondergronds ingraaft en zich in het duister schuilhoudt, om vervolgens tevoorschijn te komen in vormen die totaal verschillen van wat hij is. Maar het is wel nodig elk afzonderlijk te onderzoeken zolang je aan het principe wilt vasthouden dat ze allemaal regeert. Wanneer je bereid bent ze niet als afzonderlijk te beschouwen, maar als de verschillende verschijningsvormen van een en hetzelfde idee, een dat jij niet wilt, verdwijnen ze tezamen” (T15.X.5:1-3). Deze passage bevat niet alleen de principes die jouw vraag beantwoorden, maar ook belangrijke informatie over het proces van het ongedaan maken van de gedachte die, bij wijze van spreken, bewustzijn op de kaart zette. De gedachte van afscheiding heeft vele vormen aangenomen. Ons wordt gevraagd te gaan beseffen hoe we deze vele vormen gebruiken om die ene oorspronkelijke gedachte te verbergen. Dan kunnen we leren dat ze allemaal hetzelfde zijn. Wij gebruiken ze om te bewijzen dat de wereld en het lichaam werkelijk zijn; de Heilige Geest gebruikt ze om ons te leren dat ze niets zijn en ons nooit zullen geven wat we werkelijk willen. Wat ons naar huis leidt is leren ons steeds meer te identificeren met de Heilige Geest in onze denkgeest, in plaats van met het lichaam. We hoeven alleen een kamp op te zetten in onze denkgeest. Daar vinden we het licht dat de duisternis van de afscheiding, en het bewustzijn dat daaruit is voortgekomen, verdrijft.