Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#791 Waarom ervaar ik zulke slechte uitkomsten, als ik probeer de juiste beslissingen te nemen?

Terwijl we leven van dag tot dag, schept onze denkgeest gebeurtenissen die alle mogelijke uitkomsten bevatten van een situatie waarmee we geconfronteerd worden. Als de gebeurtenissen op het ego gebaseerd zijn, schept de Heilige Geest ‘gelijktijdige’ gebeurtenissen die diametraal staan tegenover wat het ego geschapen heeft. Uit al deze mogelijkheden kiest de keuzemaker dan één specifieke gebeurtenis uit die we ervaren. Hoe is het mogelijk dat de keuzemaker een gebeurtenis uitzoekt die ons niet gelukkig maakt? Ik heb al veel situaties meegemaakt waarin ik een beslissing moet nemen en ik beslis dat ik een bepaald scenario wil – en dat de uitkomst toch anders is dan ik bedacht had. Ik weet dat Een cursus in wonderen zegt dat we niet zien wat ons eigen hoogste belang is, maar in sommige situaties is het niet moeilijk om te beslissen wat een gelukkige afloop zal geven, maar dikwijls is dat toch niet het geval.

Antwoord: Ik ben bang dat het ego je misleid heeft! Want wat de Cursus uitlegt over de manier waarop gebeurtenissen zich lijken te ontvouwen en hoe we keuzes moeten maken in ons leven, is niet helemaal zoals jij het hebt beschreven. En wanneer je de uitleg van de Cursus hoort, krijg je misschien een beter begrip van de reden waarom de uitkomsten waarvan jij gelooft dat ze je gelukkig maken, niet altijd uitdraaien op wat jij verwacht.

Ten eerste een verklaring van de terminologie. Jezus maakt een onderscheid tussen scheppen en maken (T3.V.2) en reserveert de term scheppen voor de uitbreidende activiteit van de Vader en de Zoon als geest in de Hemel. Scheppen in de Cursus heeft niets te maken met wat dan ook in de wereld van tijd en ruimte. Maken wordt gebruikt voor de activiteit van de gespleten denkgeest, of het nu van het ego of van de Heilige Geest komt. De ego-denkgeest maakt, of miscreëert, de wereld en alle gebeurtenissen in onze schijnlevens, en de Heilige Geest zorgt voor de correctie daarvan (T25.III.4:1-3; 5:1-3).

De Cursus onderwijst ook dat tijd niet lineair is en dat alles wat er zou kunnen gebeuren, allemaal tegelijk al gebeurd is in de denkgeest, in dat ene, onheilige ogenblik, toen de afscheidingsgedachte serieus werd genomen (T26.V.3). En wat wij als een kersverse gebeurtenis zien, is niets meer dan een op voorhand al bestaande gedachte in de denkgeest, die wacht om door de keuzemaker uitgekozen en naar buiten geprojecteerd te worden om opnieuw ervaren te worden (WdI.158.4; H2.2,3). En voor elke ego-gedachte, die gefundeerd is op het geloof in afscheiding en aanval, heeft de Heilige Geest de correctie voor de vergissing van het ego, en dat is geen specifieke gebeurtenis, maar wel een andere manier om naar de vergissing van het ego te kijken, die in principe zegt: ‘Dit is niet werkelijk. Afscheiding en aanval hebben geen werkelijkheid.’

Nu wordt het verhaal interessant, wanneer we de verborgen motivatie van het ego aan het licht brengen, die uitlegt waarom de gebeurtenissen die we kiezen zo dikwijls een afloop kennen die anders is dan de gelukkige afloop die we verwacht hadden. Het ego heeft als rookgordijn een volledige bibliotheek van mogelijke gebeurtenissen bedacht, om de onderliggende inhoud te verbergen die ze allemaal delen. En die inhoud is de schuld over de afscheidingsgedachte, die volgens het ego de onze is, omdat we liefde hebben willen aanvallen en iets anders hebben gewild dan de volmaakte Eenheid van de Hemel.

Het ego wil niet dat we inzien dat we door voor de afscheiding te kiezen, ons van de liefde uitsluiten, en we al een keuze hebben gemaakt om ongelukkig te zijn en pijn te lijden. Die keuze kan in werkelijkheid geen enkel gevolg hebben (T13.VIII.3:3-5), maar het lijkt zo te zijn als gevolg van ons geloof in de afscheiding waaraan wij zo toegewijd zijn. In plaats van toe te laten dat we er de verantwoordelijkheid voor aanvaarden dat we ongelukkig zijn en pijn lijden, wat voortkomt uit de keuze tegen de liefde, wil het ego dat we zien dat de oorzaak dat we ons ongelukkig voelen om het even waar ligt, maar niet in onze eigen beslissing. En zo werd de afscheidingsgedachte versplinterd in alle mogelijke gebeurtenissen in alle mogelijke levens die door alle mogelijke fragmenten van de gespleten denkgeest (T18.I.4) ervaren konden worden. Maar de inhoud ervan stelt altijd een of andere beperking en verlies en leegheid voor, vanwege hun bron. En de keuzes van het ego zullen dan ook uiteindelijk altijd een of ander gevoel van teleurstelling teweegbrengen (T13.VII.3), die we eerder aan de uiterlijke situatie of omstandigheid zullen toeschrijven, dan aan de afscheidingsgedachte in onze eigen denkgeest. En dat is precies wat het ego voor de wereld als doel heeft: dat we zullen denken dat de wereld ons teleurstelt – wij zijn er het slachtoffer van – in plaats van in te zien dat we ons ongelukkig voelen door onze eigen, innerlijke, verborgen beslissing (T27.VIII.7, 8, 10, 11).

Dus telkens wanneer we denken dat we een lichaam zijn met behoeften, dat ongelukkig is in de huidige toestand, vereenzelvigen wij ons in onze denkgeest met de afscheidingsgedachte van het ego. En vervolgens hebben we, telkens wanneer we denken dat we weten wat er in de wereld buiten ons zou moeten gebeuren om onze behoeften te bevredigen en gelukkig te zijn, de gedachte in onze denkgeest dat we afgescheiden zijn – en dat is per definitie al een ongelukkige gedachte – gewoon onbewust versterkt. En dus is het gedoemd te mislukken, als we onszelf de leiding laten nemen over de beslissing om te bepalen wat we nodig hebben om gelukkig te zijn (T12.V.8:1-5). Misschien niet altijd op korte termijn, want het ego is geen dwaas en weet dat een tijdelijke versterking, zoals een uitbetaling bij het gokken, de zekerste weg is om een hoog niveau van deelname in stand te houden. Maar uiteindelijk moeten we erkennen dat er een ongelukkige afloop is, want de ‘beloningen’ van het ego zijn altijd tijdelijk, en diep van binnen weten we dat altijd.

Daarom nodigt Jezus ons in de Cursus uit om de controle over ons denken aan hem of aan de Heilige Geest over te geven (bij voorbeeld T2.VI.1). En dat betekent niet dat we hem de gebeurtenissen in ons leven laten kiezen. Het betekent eerder dat we bereid zijn door Hun ogen naar ons geloof in onze huidige behoeftige toestand te kijken, en in te zien dat ons gevoel van gemis niet van iets komt dat we binnen of buiten ons werkelijk missen, maar dat het eerder afkomstig is van een verkeerde overtuiging over onszelf (T4.IV.3). En we hebben Hun hulp nodig voor het corrigeren van die onjuiste overtuiging, en niet voor de een of andere externe voorziening om aan onze vermeende behoefte te voldoen. Wanneer we deze verschuiving naar Hun manier van zien eenmaal hebben gemaakt, kunnen we zelfs merken dat uiterlijke gebeurtenissen zodanig verschuiven dat we geloven dat ons geluk het resultaat is van het krijgen van wat we denken dat we willen. Maar juist hiervoor moeten we in het bijzonder waakzaam zijn, want dit is niets meer dan de truc van het ego om ons terug te brengen naar zijn denksysteem van gemis en verlies.

Dus wanneer onze keuze voor wat we denken te willen in de wereld ons lijkt teleur te stellen, komt dat alleen doordat we ons denken nogmaals overgegeven hebben aan het programma van het ego. En dan kiezen we er altijd onbewust voor om ons ongelukkig te voelen, waarbij we de verantwoordelijkheid daarvoor buiten onze eigen denkgeest projecteren op externe gebeurtenissen waarover we weinig of geen controle lijken te hebben. En het goede nieuws is natuurlijk dat ons geluk niet afhangt van iets buiten onszelf, maar altijd beschikbaar voor ons is, eenvoudigweg door onze eigen keuze om in onze denkgeest van leraar te veranderen (WdI.64.1, 2, 4, 5, 6).

Het boek A vast illusion door Kenneth Wapnick gaat dieper in op veel van deze kwesties met betrekking tot de keuzemaker, keuze en tijd.