Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#790 Is het gepast om aangifte te doen bij de politie tegen een firma die volgens mij oneerlijk heeft gehandeld?

Ik ben het slachtoffer geweest van een poging tot fraude door een middelgrote winstgevende onderneming en hoewel ik bezwaar heb aangetekend tegen hun privaatrechtelijke vordering die ze uiteindelijk hebben laten vallen, zijn mijn uitgaven voor gerechtelijke kosten aanzienlijk geweest, evenals de spanning. Ik heb harde bewijzen en vraag me in het licht van het onderricht van de Cursus nu af of ik dit moet melden bij de politie. Deze vraag kwelt me evenzeer als dat gerechtelijk schijnproces. Zelfs al is deze aanval illusoir, moet ik dan in het belang van toekomstige ‘slachtoffers’, die ook in een wereld van illusie lijden, niet voorkomen dat dit nog eens gebeurt?

Antwoord: De vergeving die Een cursus in wonderen onderwijst, is gericht op een verandering van denken, niet op enig soort gedrag. Het is dus mogelijk zijn onderricht toe te passen en tevens een misdaad aan te geven bij de politie, een proces bij het gerecht te starten, of andere dingen te doen die normaal zijn als je in deze wereld leeft. Het belangrijkste is dat je je bewust bent van de oordelen die gebaseerd zijn op de verschillen die in elke situatie ontstaan. Daarom zijn de instructies in les 21 van het Werkboek bedoeld om veralgemeend te worden en toegepast op elke situatie waarin we ons bevinden: “…onderzoek je denkgeest zorgvuldig op voorbije, huidige of verwachte situaties die je kwaad maken. De kwaadheid kan iedere vorm van reactie aannemen, variërend van lichte irritatie tot razernij aan toe. De hevigheidsgraad van de emotie die je ervaart doet niet ter zake. Je zult je er steeds meer van bewust worden dat een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede” (WdI.21.2:2-5). Wanneer deze eenvoudige oefening ijverig wordt toegepast, worden verborgen emoties, gedachten en oordelen naar het bewustzijn gebracht en onthullen de onbewuste keuze die in de denkgeest is gemaakt: het geloof dat de afscheiding werkelijk is. Deze keuze naar het bewustzijn brengen is de eerste stap in het proces van het ongedaan maken van de afscheidingsgedachte, wat het doel van de Cursus is. De volgende stap is niet op de een of andere manier van gedrag veranderen, en evenmin proberen de oordelen te veranderen, maar wel de verantwoordelijkheid voor de keuze aanvaarden en inzien dat er een andere keuze gemaakt kan worden.

Zolang we geloven dat we in de wereld zijn, is het meestal zo dat we ‘de keizer geven wat de keizer toekomt’, dat wil zeggen dat we in de vorm de regels van de wereld gehoorzamen (een proces aanspannen, aangifte bij de politie doen, enzovoort). Tegelijkertijd passen we de Cursus toe door aandacht te schenken aan de gedachten en oordelen die in elke situatie de kop opsteken. Ze weerspiegelen voor ons de keuze voor de afscheiding die in de denkgeest (inhoud) is gemaakt, en die ontkend is. Het is belangrijk dit onderscheid tussen vorm en inhoud in gedachten te houden, telkens wanneer er een beslissing moet worden genomen met betrekking tot het gedrag.

Een situatie zoals jij die beschrijft, zit vol kansen om veel van de favoriete thema’s van het ego in actie te zien; niet in het minst het scenario van slachtoffer/dader. Nogmaals, het is van belang dat we aandacht schenken aan onze gedachten, die allemaal gebaseerd zijn op de waarneming van verschillen die voortkomen uit die ene afscheidingsgedachte die in de denkgeest wordt vastgehouden. Op die manier is alles, van het supporter-zijn van je favoriete baseball-team tot het neerleggen van een klacht bij de politie een gelegenheid om je bewust te worden van de keuze voor afscheiding die verborgen, ontkend en beschermd werd. Alleen wanneer deze keuze naar het bewustzijn is gebracht, kun je beginnen met het proces van het ongedaan maken door middel van vergeving.

Voor het ego zijn alle verschillen die het waarneemt in al onze ervaringen belangrijk en doelgericht. Ze ondersteunen zijn denksysteem en bewijzen dat het gelijk heeft. Deze verschillen maken het leven ingewikkeld en zorgen ervoor dat we er door en door bij betrokken blijven. Toch maakt alleen de overtuiging dat de illusie werkelijk is dat sommige situaties ernstiger lijken dan andere, of dat de een of andere vorm van gedrag spiritueler is dan een andere. Jezus zegt ons: “Geen enkele illusie bevat enige waarheid. Toch lijkt het alsof sommige meer waar zijn dan andere, hoewel dit duidelijk totaal onzinnig is. Het enige wat een hiërarchie van illusies kan laten zien is voorkeur, geen werkelijkheid” (T26.VII.6:3-5). Dit ontlast ons er duidelijk van de ‘juiste keuze’ te moeten maken op het niveau van vorm. Welke gedragslijn we ook beslissen te volgen, de enige vraag die het overwegen waard is, is of we het ego of de Heilige Geest als leraar kiezen. Het ego kiezen houdt de aandacht gericht op het drama van de situatie zoals die in de vorm verschijnt, terwijl de Heilige Geest de inhoud van de denkgeest onder de aandacht brengt. Het enige dat dus maakt dat een specifiek gedrag ‘juist’ of ‘verkeerd’ is, nuttig of nutteloos, is welke leraar als gids wordt gekozen. In dit verband vraagt Jezus: ““Wil jij gijzelaar van het ego of gastheer voor God zijn?” Laat deze vraag jou door de Heilige Geest worden gesteld telkens wanneer je een beslissing neemt. Want elke beslissing die jij neemt vormt inderdaad hierop een antwoord, en vraagt dienovereenkomstig om vreugde of verdriet” (T15.III.5:1-3).