Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#680 Staat vrijwilligerswerk het plan van de Heilige Geest in de weg?

Jezus zegt dikwijls in Een cursus in wonderen dat ik alleen vertrouwen moet hebben in mijn bereidwilligheid. Verschillende keren dacht ik dat ik niet bereidwilliger had kunnen zijn, maar in plaats daarvan lijkt het erop dat ik de weg heb gekozen van een nog venijniger ego. Ik heb sindsdien en met behulp van deze vraag- en antwoordservice begrepen, dat zulke verwijzingen op mijn denkgeest slaan (buiten tijd en ruimte). Hetzelfde geldt voor de opmerking van Jezus dat de Cursus geen praktisch advies geeft – wat kan eenvoudiger zijn dan verteld te worden dat je om hulp moet vragen. Dus nogmaals, aangezien ik dacht dat ik om hulp had gevraagd voor ik dat had gelezen, kan ik dit alleen maar op een rustige manier begrijpen als het verwijst naar het metafysische ik. Ik heb echter behoefte aan opheldering: is in vertrouwen wachten op antwoorden die wel zullen komen, niet ook gebaseerd op het ego? Ik heb geprobeerd in de wereld te slagen in het vertrouwen dat mijn pogingen uiteindelijk vervangen zouden worden door het volgen van de Heilige Geest. Blijkbaar was ik niet bereidwillig genoeg, en nu kan ik zelfs in de wereld niet slagen. Ik heb professionele hulp gezocht, maar blijkbaar heb ik Leiding nodig om ook die wereldse beslissing te kunnen nemen alsook elke andere beslissing. Dit hier vragen vind ik ook moeilijk, omdat ik weet dat het antwoord eenvoudig is: mezelf gadeslaan en zien welk rookgordijn mijn ego-dynamiek dient en dat overgeven. Maar deze vraag- en antwoordservice heeft me geholpen rustiger te worden, dus is mijn vraag: probeer ik het weer op mijn eigen manier (ik zal waarschijnlijk wel ergens vrijwilligerswerk vinden), of sta ik dan in de weg (en leidt dit tot een volgende ‘mislukking’?)

Antwoord: Jezus spreekt altijd over de keuzemaker in de denkgeest. Maar dat is niet de Denkgeest (met hoofdletter D) van de Christus, als dat is wat je bedoelt met het ‘metafysische ik’. Het is dat deel van de gespleten denkgeest dat voor of tegen het ego kan beslissen. Wat we ervaren is het rechtstreekse gevolg van die keuze, en daarom richt Jezus zich altijd tot de keuzemaker; er is in de wereld geen onafhankelijk zelf, los van de denkgeest. Dat zelf is gewoon de projectie van de keuzemaker; en Jezus spreekt niet tegen een projectie.

Het ‘beetje bereidwilligheid’ dat hij van ons vraagt, is de bereidwilligheid ons ongelijk onder ogen te zien: dat onze ervaring van afscheiding, aanval en afzonderlijke belangen – ook onze zelfconcepten – in werkelijkheid onjuiste waarnemingen zijn. Wanneer we de kant van het ego kiezen, zeggen we: ik ben niet zoals God mij geschapen heeft! Dat doen we door ons met een zelf te vereenzelvigen dat beperkt en onvolmaakt is, en altijd worstelt om te overleven in een wereld van slachtoffers en daders. Jezus zegt ons dus: “om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij eropna houdt in twijfel te trekken” (T24.Inl.2:1). We moeten onze onjuiste waarnemingen naar zijn waarheid brengen, onze duisternis naar zijn licht, waar ze door ware waarneming vervangen kunnen worden. Maar we moeten eerst bereid zijn te erkennen dat we ons vergissen in de manier waarop we alles waarnemen. Dan kan er een authentieke verandering plaatsvinden. Maar die verandering heeft betrekking op de keuze van leraar in onze denkgeest, niet noodzakelijk op de omstandigheden in de wereld. En die bereidwilligheid hoeft niet volmaakt te zijn, verzekert hij ons: “…wees er niet over verstoord dat schaduwen haar omringen. Daarom juist ben je gekomen. Als jij zonder ze kon komen, zou je het heilig ogenblik niet nodig hebben” (T18.IV.2:4-6).

Dus de manier waarop je leven in de wereld verloopt kan niet gebruikt worden als maatstaf voor jouw bereidwilligheid om door de Heilige Geest of Jezus geleid te worden. De inhoud van iemands denkgeest kan niet beoordeeld worden door de vorm van iemands leven. Het leven van Jezus in de wereld verliep niet al te best volgens wereldse begrippen; en toch zegt hij dat zijn innerlijke ervaring van vrede nooit is veranderd, en vraagt hij ons zijn voorbeeld te volgen wanneer we in ons eigen leven door de omstandigheden worden beproefd (T6.I). Ons leven wordt dan het klaslokaal waarin Jezus als de door ons gekozen leraar ons kan helpen alle relaties en omstandigheden te gebruiken om in contact te komen met de blokkades voor die vrede in onze denkgeest. Ze spiegelen het denksysteem of de leraar die we in onze denkgeest hebben gekozen naar ons terug, maar niet door wat er gebeurt, maar door de manier waarop we de gebeurtenissen waarnemen – door onze innerlijke reactie. Zoals je zelf dus al aangaf, zijn problemen in ons lichaam en in de wereld ‘rookgordijnen’ die het werkelijke conflict in onze denkgeest verhullen. Ze zijn het middel om te bewijzen dat we gelijk hebben omtrent onszelf en de werkelijkheid. Daarmee moeten we in contact komen, en daarom legt Jezus zoveel nadruk op het doel. Daarmee helpt hij ons.

Professionele hulp kan het proces ondersteunen om je ego los te laten. Een vriendelijke therapeut kan je helpen in contact te komen met een paar voorbeelden van hoe de ego-dynamiek van afscheiding in je leven specifiek tot uitdrukking komt, ook al wordt het misschien niet met die woorden gezegd. Het is geen gemakkelijk proces vanwege de verdedigingslagen die we gewoonlijk allemaal hebben, en een bekwame therapeut kan in dat opzicht dus heel behulpzaam zijn.

Tenslotte dit: doe wat je voelt dat je graag zou doen; als het vrijwilligerswerk je aantrekt, waarom zou je dat gevoel dan niet volgen? Daar draait het niet om. Je aandacht moet op je innerlijk gericht zijn – je bereidwilligheid om je te laten tonen dat je je hebt vergist in je zelfbeeld, zodat de waarheid over jou uit het verborgene tevoorschijn kan komen. Wanneer jij in je denkgeest met Jezus of de Heilige Geest bent verbonden, kan elke situatie of interactie (ongeacht de vorm) je vreugde brengen als het om het doel gaat: weer een kans om de pijn van de afscheiding los te laten en de vrede te aanvaarden van een identiteit van liefde die door ons allen wordt gedeeld. Naarmate dat steeds meer je aandachtspunt wordt, zul je steeds minder afhankelijk zijn van dingen die in de buitenwereld goed moeten gaan om je gelukkig en in vrede te voelen. En dat betekent op zijn beurt dat je vereenzelviging (die van je denkgeest) met het lichaam ook steeds minder wordt – ook als je op een verantwoordelijke en volwassen manier aandacht schenkt aan de normale behoeften ervan.