Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#796 Hoe kan ik vergeving leren wanneer ik het ego als een vijandige, kwaadaardige entiteit zie?

Naarmate ik onderscheid leer maken tussen de stem van het ego en die van de Heilige Geest, wordt het eigenlijk moeilijker het ego zonder oordeel te zien – dat wil zeggen, als een neutraal, illusoir effect zonder waarde. Het ego heeft intelligentie. Het ego heeft een agenda. Het is verlangend naar en belust op zelfbehoud en als zodanig – als een denkende, keuzemakende ‘intelligentie’ met een agenda voor zijn eigen overleving – is het voor mij erg moeilijk om het niet als ‘entiteit’ te zien. Een om de donder nogal ‘niet-neutrale’ entiteit. Ik kan nog steeds tegen het ego kiezen, maar ik vermoed dat mijn vermogen om werkelijk ‘opnieuw te kiezen’ in de zin die Jezus van ons vraagt, ontdaan zal zijn van het wonder als ik niet in staat ben om ‘voor vergeving te kiezen’.

Antwoord: Het ego is een gedachte. Het is de naam die gegeven wordt aan de gedachte van afscheiding die serieus genomen wordt, en het is de oorzaak van de illusoire wereld. Wanneer de denkgeest voor afscheiding kiest, wordt de enorme schuld die daarvan het gevolg is naar buiten geprojecteerd, en lijkt deze het ego inderdaad een leven van zichzelf als entiteit te geven, wat aanleiding geeft tot het gehele fysieke universum, dat zeker werkelijk lijkt. Dit getuigt eerder van de macht van de denkgeest om zijn scheppend vermogen te misbruiken, dan van de macht van het ego als entiteit. Het ego heeft geen enkele macht van zichzelf; het is louter de uiting van de denkgeest die voor afscheiding kiest. Deze herhaaldelijke keuze van de denkgeest schraagt de ‘agenda’ van het ego. In Een cursus in wonderen verheldert Jezus de ware kenmerken van het schijnbaar ‘intelligente’ ego voor ons, en geeft ons verscheidene goede redenen om geen van de oordelen betreffende het ego serieus te nemen: “…het ego weet niets,... is niets,… is niet bij machte inhoud te begrijpen,… is niet zinnig” (T8.II.1:9; T11.II.7:6; T14.X.8:1, T9.III.3:3). Niets wat het maakt betekent iets, omdat het illusies maakt (T9.III.3:4, WdII.332.1:1). We zouden deze beweringen aanvaarden en het ego terzijde schuiven zonder er nog verder over te denken, ware het niet dat we angst hebben ons met de macht van de denkgeest te vereenzelvigen. Die angst maakt dat de nietsheid van het ego machtig, intelligent en substantieel lijkt. Angst voor de denkgeest doet het ego inderdaad almachtig lijken. Aldus begrijpen we het ego noch de denkgeest, en vrezen hen beide. Gelukkig worden we niet gevraagd keuzes te maken voor of tegen dingen die we niet begrijpen, maar alleen om stapjes te zetten in de beoefening van vergeving in ons dagelijks leven.

Het ego wordt van zijn schijnbare, autonome bestaan als entiteit ontdaan als we ons herinneren dat de denkgeest het actieve instrument is, en verantwoordelijk voor het kiezen. Het onderkennen van de dynamiek van het ego als het onvermijdelijke effect van de keuze van de denkgeest voor afscheiding, is de manier om zonder oordeel te kijken naar zowel het ego als naar zijn capriolen. Dit belangrijke beginsel is de grondslag van het onderricht over vergeving uit de Cursus. De denkgeest moet als de ware bron van elke ervaring in de illusie worden erkend, inclusief de waarneming van het ego als een kracht waarmee je rekening moet houden. Het kan verleidelijk zijn om het oude excuus om verantwoordelijkheid de vermijden – ‘de duivel heeft me ertoe aangezet’ – te vertalen met ‘het ego heeft me ertoe aangezet’. De macht van de denkgeest, die om te beginnen tot het ego aanleiding gaf, wordt daarbij echter ontkend, de keuze voor afscheiding wordt gecamoufleerd en de hoop op enige werkelijke verandering gaat verloren. “Wat voorbij verlossing in volmaakte zekerheid wacht, is niet onze zorg. Want je bent maar amper begonnen je de eerste onzekere schreden de ladder op te laten leiden waarlangs de afscheiding jou naar beneden heeft gevoerd. Alleen het wonder [vergeving] is thans jouw zorg.” (T28.III.1:1-3) Een keuze vóór vergeving en tegen het ego wordt telkens gemaakt wanneer we bereid zijn anders naar een relatie te kijken, door daarin de oordelen te herkennen die de keuze van de denkgeest voor afscheiding weerspiegelen, in plaast van onze waarneming te beperken tot wat onze ogen zien. Dat is het wonder. En, zoals Jezus ons zegt, dat is voor nu onze enige zorg. Onze hoop is gelegen in het nemen van deze kleine stapjes die ons zullen leiden tot de uiteindelijke keuze, en dan terug naar huis naar God.