Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#795 Impliceert de Cursus dat we in een toekomstig leven een nieuwe kans hebben wanneer een relatie stuk loopt?

Ik heb een vraag over de volgende passage in het Handboek, over de heilige relatie tussen twee mensen: “Zoals bij het eerste niveau zijn deze ontmoetingen niet toevallig, noch is wat het eind van de relatie lijkt te zijn werkelijk het einde. […] Maar allen die elkaar ontmoeten zullen elkaar eens weer ontmoeten, want het is het lot van alle relaties om heilig te worden.” (H3.4:4,6) Houdt dit het idee in van karmische relaties totdat beiderzijds totale vergeving is geleerd?

Een persoonlijk voorbeeld: ik ben met iemand bevriend geraakt met iemand die net zoals ik lijkt te zijn. Maar na verloop van tijd werd ze vijandig ten opzichte van mij en als gevolg daarvan werd ik vijandig tegenover haar. Ik merkte dat ik Een cursus in wonderen citeerde toen de situatie tussen ons verslechterde, maar vervolgens werd ik ervan beschuldigd gek te zijn en zelfs geestelijk gestoord. Hoe meer ik mezelf openstelde hoe meer ik beschuldigd en aangevallen leek te worden. Ik ging eerlijk gezegd na een tijdje aan mijn eigen geestelijke gezondheid twijfelen.

Het voelt alsof we in vijandschap uit elkaar moesten gaan. Maar het is een verschrikkelijke stand van zaken, en ik merk dat ik de Cursus de uitkomst kwalijk neem in plaats van mijn ego. Toch voel ik sterk een diepe spijt en de bereidheid om nu het geschil te beëindigen en er weer een goede relatie van te maken. Maar ik zie niet hoe ik dat kan doen en mezelf vergeven zonder haar. Het lijkt alsof we moeten wachten op een herhaling ‘in een volgend leven’. Is er een andere benadering die ik niet zie?

Antwoord: Er is een andere benadering die je nu direct antwoord geeft, maar je moet dan bereid zijn om veel van je veronderstellingen opzij te zetten over wat in deze relatie gebeurd is, waarom en over wat de Cursus daarover te zeggen heeft. En niets van dat alles vereist dat je jouw ervaringen ontkent, maar alleen dat je open staat voor een andere interpretatie van de situatie en het probleem.

Om te beginnen: de passage die je aanhaalt lijkt toekomstige levens en karmische relaties te suggereren en dat kan, op het niveau van hoe wij ons leven ervaren, zeker waar zijn. Maar er is een dieper betekenisniveau, dat duidelijker wordt als we gaan groeien in ons begrip van de leer van de Cursus – over de aard van wie we zijn als denkgeest en hoe we ons verdedigen tegen de waarheid in onze denkgeest. Iedere moeilijke, vijandige relatie die we buiten onszelf zien weerspiegelt een niet genezen plek van schuld en haat binnen onze eigen denkgeest. En totdat die plek van duisternis van binnen is genezen, zullen we die in onze eigen denkgeest blijven ontkennen en buiten onszelf projecteren in de vorm van moeilijke, conflictueuze relaties, zodat we de plek vanbinnen niet hoeven te genezen. Met andere woorden, de projectie van schuld is opzettelijk, zij het nog onbewust (T6.II.1,2,3). Maar op een zeker punt moeten we tot het besef komen dat het innerlijke en het uiterlijke hetzelfde zijn (WdI.31.2:5; WdI.32.2:1), en dat de relatie die werkelijk genezing nodig heeft in onze denkgeest zit – de relatie met onze onjuist-gerichte denkgeest, en niet met iemand die buiten ons lijkt te bestaan.

Het ‘weer ontmoeten’ waaraan de passage refereert is in feite een ontmoeting met het deel van onze denkgeest dat we hebben ontkend en buiten onszelf hebben geprojecteerd zodat we daarvoor geen verantwoordelijkheid hoeven te aanvaarden. En aldus is het onvermijdelijk, en geen toeval, dat we die ongenezen gedachten weer (en steeds weer) zullen tegenkomen, geprojecteerd op een schijnbaar externe relatie, totdat we beseffen dat we altijd alleen onszelf moeten leren vergeven. Met andere woorden, die ander houdt ons alleen een spiegel voor die ons in staat stelt de inhoud van onze eigen denkgeest aan ons teruggespiegeld te zien (T7.VII.3:9-10; T24.VI.8; T31.VII.8:4; WdI.73.5:1; WdII.304.1:3-4). Aangezien de denkgeest van de Zoon één is, is het onvermijdelijk dat we al onze projecties zullen genezen, zodat onze heiligheid en eenheid weer op onze denkgeest kan neerdalen: “het is het lot van alle relaties om heilig te worden.”

Laten we, met deze kijk op de passage in het Handboek die je aanhaalt in gedachten, terugkeren naar het persoonlijke voorbeeld dat je geeft en een alternatieve manier van denken overwegen over hoe die relatie zich ontwikkelde en hoe zij genezen kan worden. Het is interessant dat je een gevoel hebt dat jij en je vriendin op elkaar lijken, of in ieder geval voelde dat misschien zo toen jullie elkaar voor het eerst ontmoetten. Omdat elke externe relatie een afgesplitst deel van onszelf moet vertegenwoordigen, is een gevoel van gelijkheid helemaal niet onverwacht, hoewel we er vaker voor kiezen de aandacht op de verschillen te richten in plaats van op de overeenkomsten, een favoriet hulpmiddel van het ego dat de basis verschaft voor hetzij speciale liefde hetzij speciale haat (T15.V.8:2-4; T18.I.2).

Jouw ervaring toen was dat zij veranderde en vijandig werd, wat op zijn beurt maakte dat jij vijandig werd. Dat is natuurlijk precies zoals ons ego ons die verschuiving naar speciale haat graag ziet waarnemen, dat onze gevoelens door aanvallen van de ander veroorzaakt en uitgelokt worden. Maar de Cursus stelt een heel andere verklaring voor, namelijk dat we nooit met woede en vijandigheid op de vijandigheid van iemand anders zouden reageren, tenzij we geloofden dat de schuld in onze eigen denkgeest werkelijk was en we op zoek waren onszelf daartegen te verdedigen door iemand anders voor onze gevoelens van gekwetstheid en boosheid verantwoordelijk te houden (T27.VII.1,3,4,7). De vijandigheid van iemand anders kan ons niet raken als we niet eerst geloven dat we schuldig zijn. Nu geloven de meesten van ons dat we schuldig zijn, tenminste onbewust, schuldig omdat we God aangevallen hebben en onszelf hebben afgescheiden van de liefde. Dus ervaren we aanvallen van anderen als werkelijk en vinden we dat deze op hun beurt aanval verdienen.

Tussen haakjes, jouw reactie om te proberen de Cursus als verdediging tegen haar aanvallen te gebruiken is een natuurlijke reactie, maar bijna nooit behulpzaam. Het doel van de Cursus is alleen ons te helpen naar binnen te kijken en onszelf anders te zien, waarna we anderen anders zullen zien. Hij is niet bedoeld als methode om het gedrag van iemand anders tegenover ons te veranderen. Dus het gebruik ervan voor een ander doel dan het genezen van onze eigen waarneming zal steevast het doel van het ego dienen en het conflict erger maken. Als iemand anders zich al met het ego geïdentificeerd heeft, is het waarschijnlijk dat hij of zij een verbale verdediging gebaseerd op de Cursus als gek, of zelfs ´geestelijk gestoord´ zal zien, zoals je in de omgang met je vriendin hebt geleerd. In de meeste gevallen kun je de woorden van de Cursus het beste voor jezelf bewaren, als gids en steun ten behoeve van je eigen innerlijke gedachten, en ze niet gebruiken als instrument voor pogingen om de waarneming van anderen te veranderen.

Een ander veel voorkomende, verwante fout die studenten met de Cursus maken is om hem als gids te zien voor gedrag in plaats van voor denken (T4.IV.2:1; T21.VII.7:8). Jouw observatie dat je de Cursus de uitkomst van de relatie kwalijk neemt in plaats van je ego, suggereert dat je in die valkuil bent gevallen. Nu wil dit niet zeggen dat er geen waardevolle vergevingslessen in jouw ervaring met je vriendin kunnen zitten, maar vergevingslessen presenteren zich altijd pas nadat we ons eerst voor leiding tot het ego hebben gewend. Zolang we onder leiding van de Heilige Geest blijven, zal het ego er niet bij betrokken zijn, zal er geen boosheid of schuld zijn, en geen noodzaak voor het beoefenen van vergeving. Natuurlijk, dit is het ideaal waarnaar we streven, maar het zal waarschijnlijk slechts met tussenpozen onze ervaring zijn, als we na verloop van tijd vorderingen maken met het in praktijk brengen van de principes van de Cursus. Je eigen ervaringen zouden misschien niet zo vol conflicten en pijnlijk zijn geweest als je in staat was geweest van meet af aan te beseffen dat al je reacties op je vriendin projecties van je eigen schuld vertegenwoordigden en werkelijk niets te maken hadden met haar vijandigheid jegens jou. Toegegeven, dit is een heel moeilijke les om te leren, een die het ego ons niet gemakkelijk zal laten aanvaarden. De meesten van ons zullen eerst proberen ‘de goede strijd te strijden’ voordat we bereid zijn ernaar te kijken en te beginnen met het aanpakken van de gevolgen, en dan misschien te vragen of er een andere manier is, zoals jij doet.

Het laatste punt om aan de orde te stellen – wat misschien al duidelijk is uit wat we besproken hebben – is dat het niet nodig is dat jouw lichaam en het lichaam van je vriendin in dit leven of in enig ander leven fysiek weer bij elkaar komen, ondanks wat het ego misschien leert. Want de genezing die de Cursus tot stand probeert te brengen is genezing van de gedachten van schuld en boosheid binnen onze eigen denkgeest, die onze externe relaties alleen maar in ons bewustzijn brengen (T15.VII.8). Nu kan het gemakkelijker lijken om de verborgen schuld te ontdekken in ‘aanwezigheid’ van de projectie ervan op een externe relatie, maar je kunt nog steeds aan genezing van de relatie blijven werken door met Jezus of de Heilige Geest naar de schuld in je eigen denkgeest kijken, onafhankelijk van wat je vriendin in relatie tot jou verkiest te doen. Als het werkelijk de fysieke aanwezigheid van iemand anders zou vereisen om genezing te doen plaatsvinden, dan zouden we in ons vergevingsproces echt aan de genade van anderen zijn overgeleverd. Maar de Cursus maakt heel helder dat we nooit het slachtoffer zijn van de wereld die we zien (WdI.31) en dus – wees gerustgesteld – wacht elke verdere genezing slechts op je eigen bereidheid. Het is zelfs mogelijk dat er met je vriendin een verandering op het niveau van vorm volgt als jij van gedachten verandert van oordeel naar vergeving, maar dat zou altijd alleen het gevolg van de innerlijke verschuiving zijn, en nooit een oorzaak of noodzakelijke voorwaarde.