Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#732 Over het blijven steken in de eerste les

Ik lijk niet verder te kunnen komen dan de eerste les van het Werkboek. Ik kan het idee uit mijn hoofd opzeggen, maar ik spreek dan alleen woorden uit die niet lijken door te dringen. Iedere keer als ik probeer over wat ik zeg daadwerkelijk na te denken, krijg ik sterke weerstand. Bijvoorbeeld, als ik autorijd en ik zie langs de weg een verkeersbord met ‘STOP’, en ik zeg tegen mezelf ‘Dit bord betekent niets’, dan heb ik moeite die uitspraak serieus te nemen. Als ik werkelijk geloof dat het bord niets betekent, dan zou ik kunnen doorrijden en een ongeluk kunnen veroorzaken. Heb je suggesties hoe ik deze les moet bestuderen?

Antwoord: De werkboeklessen zijn, samen met alles wat Een cursus in wonderen onderwijst, gericht op de gedachten die we in onze denkgeest vasthouden, welke hun betekenis ontlenen aan de ondersteuning van het denksysteem van het ego of dat van de Heilige Geest. Geloof in het ego doet de wereld ontstaan, en geeft alles daarin betekenis ter verdediging van de afscheiding, terwijl de betekenis van de Heilige Geest ertoe dient de denkgeest te genezen van de gedachte van afscheiding. Echter, aangezien de afscheiding nooit is gebeurd, is alles in de wereld betekenisloos, hetgeen de boodschap van deze les is. In het licht van de waarheid is een stopbord betekenisloos; in de wereld van het ego, de wereld die we denken te bewonen, betekent het stop. Aangezien de Cursus niet over gedragsverandering in de wereld gaat, is het belangrijk om bij een stopbord gewoon te stoppen.

Een belangrijk doel van de Cursus is ons te leren dat waarheid, en niet illusie, betekenisvol is, en dat we een denkgeest hebben met de macht daartussen te kiezen. Betekenis, zoals dat in de Cursus wordt gebruikt, verwijst naar inhoud, niet naar vorm. Het is heel belangrijk dit onderscheid bij het toepassen van de lessen van het Werkboek en bij het bestuderen van de Cursus in gedachten te houden. Anders worden we slachtoffer van niveauverwarring, en dat maakt het onmogelijk om vooruitgang te boeken met het trainingsprogramma dat door het Werkboek wordt uitgezet.

Jouw vraag heeft betrekking op een groot aantal van de gebruikelijke struikelblokken die men bij het toepassen van de werkboeklessen tegenkomt. Gelukkig heeft Jezus onze voorspelbare weerstand voorzien en alle grondslagen aan de orde gesteld in zijn instructies in de inleiding van het Werkboek: “Sommige ideeën die het werkboek presenteert zul je moeilijk kunnen geloven, en andere kunnen nogal onthutsend lijken. Dit doet er niet toe. Jou wordt slechts gevraagd de ideeën toe te passen zoals je opgedragen wordt. Er wordt je helemaal niet gevraagd ze te beoordelen. Er wordt je alleen gevraagd ze te gebruiken. Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.” (WIn.8) Een zorgvuldige opnieuw lezen van deze instructies zal je ongetwijfeld helpen bij het doorlopen van je oefeningen. Ons wordt “helemaal niet gevraagd” de lessen “te beoordelen”. Vandaar dat het niet alleen niet nodig is over ze na te denken, het is niet behulpzaam, zoals je ontdekt hebt. In feite heeft ons denken ons in een hoop problemen gebracht (de droom van afscheiding), omwille waarvan het Werkboek ons een compleet nieuw denksysteem leert, gebaseerd op wat werkelijk betekenisvol is. Bovendien hoeven we de lessen niet te beoordelen, omdat we ze niet juist kunnen beoordelen in ons op-z’n-kop denken, waarbij wíj hebben besloten waarvoor alles is en denken dat wij weten wat alles betekent. De werkboeklessen daarentegen zijn voor ons een raadsel; we weten niet wat ze betekenen. Ze zijn speciaal ontworpen om ons te leren dat we alles verkeerdom zien omdat we onszelf hebben geleerd (en blijven geloven) dat illusie waar is, en waarheid onwaar. Dit betekent niet dat we de betekenis die wij aan alles hebben geven moeten ontkennen. In feite stond een deel van het antwoord op je vraag in les 2 op je te wachten: “Ik heb alles […] alle betekenis gegeven die het voor mij heeft.” Hier onderkent Jezus onze strategie om de wereld werkelijk te maken door voor onszelf te besluiten waartoe alles dient. Ons wordt simpelweg gevraagd onze overtuigingen te herkennen en ze in twijfel te trekken in het licht van het onderricht van de Cursus, dat ons vertelt dat wij aan alles in de wereld betekenis geven om ons geloof in de afscheiding te verdedigen en de wereld werkelijk te maken. Dat is het doel dat / de inhoud die het ego aan alles toekent, zoals het doel / de inhoud hetgeen is wat door het beoefenen van vergeving wijzigt. Zelfs een stopbord kan ons eraan herinneren hoe gehecht we zijn aan ons geloof in de wereld. Daarom zijn de werkboeklessen bedoeld om op alles toegepast te worden, zonder opzettelijke uitsluiting. Het kan ons er ook aan herinneren dat we bereid zijn te leren op een nieuwe manier naar alles te kijken; bijvoorbeeld zien dat het doel van iets het ego dient of de Heilige Geest. We verschuiven zodoende onze aandacht van de vorm naar de inhoud. Maar totdat we niet langer enig geloof aan onze identiteit als lichaam in de wereld hechten, moeten we bij stopborden stoppen en ons aan alle andere regels van de wereld houden. In feite zouden we, zelfs als we in ons lichaam blijven, zonder nog te geloven dat het is wie wij zijn, nog steeds bij stopborden stoppen, totdat we uiteindelijk ons lichaam voorgoed neerleggen.

Bij het toepassen van het werkboek is het erg belangrijk te onthouden dat Jezus niet van ons verwacht dat we zijn onderricht aanvaarden of begrijpen zonder te struikelen en vergissingen te maken. Hij houdt rekening met onze angst en weerstand door zijn zachtmoedige herinnering: “Onthoud alleen dit: je hoeft de ideeën niet te geloven, je hoeft ze niet te aanvaarden, laat staan toe te juichen. Tegen een aantal ervan zul je je misschien heftig verzetten. Dit alles is niet van belang en zal hun uitwerking niet verminderen. Maar sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. Meer wordt er niet gevraagd.” (WIn.9, cursivering door ons). Als we zouden wachten tot we in staat zijn een les perfect te doen, dan zouden weinigen van ons verder komen dan de eerste les. Het belangrijkste punt is: “gebruik ze” met de bereidwilligheid de ingenieuze uitvluchten op te merken die we verzinnen om ons tegen hun gebruik te verzetten. Echter, “dit alles is niet van belang”, want zoals Jezus ons in het Tekstboek zegt: “Jouw aandeel bestaat er enkel in Hem [de Heilige Geest] een beetje bereidwilligheid te schenken […]” (T18.V.2:5). Juist dit “beetje bereidwilligheid” zal je van les naar les leiden.