Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#722 Is er een parallel tussen scheiding van je ouders en de oorspronkelijke afscheiding?

Ik ben er zeker van dat ik gelezen en gehoord heb dat Ken zegt dat ons leven hier (in de droom) de voortdurende uitbeelding is van wat wij geloven dat er gebeurde dat de afscheiding van God veroorzaakte – dat wij speciaal wilden zijn en omdat God geen speciale gunsten kan geven, we hem gedood hebben en ons Zijn plaats hebben toegeëigend. Op dat moment spleet de denkgeest. De begeleider van de groep waaraan ik deelneem definieert de afscheiding vaak als iets dat ons overkwam toen we heel jong waren – gewoonlijk door een ouder waarvan we hielden en die we vertrouwden, en die ouder deed of zei dan iets dat geen liefde was, en zo gaven we dat een interpretatie anders dan liefde, en dat was onze introductie tot het ‘ego’. Kun je commentaar geven op deze interpretaties – ze lijken hetzelfde te zeggen. Ik zie mijn relatie met mijn ouders als een uitbeelding van mijn relatie met God. Ik koos onafhankelijkheid van God en ga daarmee door en ik koos onafhankelijkheid van mijn ouders zoals alle kinderen doen in deze droom.

Antwoord: De afscheiding, zoals besproken in Een cursus in wonderen, heeft niets met het lichaam te maken. Het lichaam is slechts de projectie van een schuldgedachte in de denkgeest – het belichaamt die gedachte, als je wilt. De afscheiding begon, zoals je zegt, toen de Zoon van God geloofde dat hij God had gedood en zichzelf bestaan had gegeven als afgescheiden denkgeest (niet in werkelijkheid, natuurlijk). Dit proces van opdelen van wat ooit één was ging door, met als hoogtepunt onze ervaring op dit moment van het bestaan van menigten van afzonderlijke, geïndividualiseerde wezens. Alles wat we echter doen, ondanks de schijn, is het herbeleven van “het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam” (T26.V.13:1). Dus ja, onze interacties met onze ouders – zowel als met ieder ander – zullen de egogedachten in onze denkgeest weerspiegelen of, in een heilig ogenblik, de liefde in onze denkgeest. Wat voor ons zo moeilijk te doorgronden is, is dat de denkgeest (niet het brein) van een kleuter of kind een volwassen denkgeest is die zowel het denksysteem van het ego als het denksysteem van de Heilige Geest bevat samen met het vermogen om tussen die twee te kiezen. De afscheiding is voor die denkgeest al een ‘realiteit’. Hij projecteert zichzelf in de vorm van een lichaam, dat als peuter lijkt te beginnen en zich dan door verscheidene stadia tot volwassenheid ontwikkelt. Maar omdat gedachten hun bron niet verlaten, is dit alles alleen maar in de denkgeest gaande, die zich buiten tijd en ruimte bevindt.