Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#718 Hoe kan Een cursus in wonderen met mij communiceren als ik een illusie ben?

Het antwoord op V#459 beweert: ‘Ons zogenaamde leven als individu heeft geen goddelijke oorsprong of bestemming, en – het ergste van alles – heeft geen werkelijkheid.’ Hoe kan de Cursus dan iets tot mij als zijn lezer te zeggen hebben, wanneer ik slechts een illusie ben, aangezien er geen communicatie is tussen een illusie en de werkelijkheid? Waarom zou de Cursus proberen een illusie naar de Hemel terug te roepen? Is het een leugen dat de Cursus ons, mijns inziens jou en mij, vaak Zonen van God noemt (27 keer)?

Antwoord: Dit is een vraag die vaak wordt geuit. Het is een van de meest aangevochten aspecten van de theorie van Een cursus in wonderen. Het helpt te onderkennen dat de Cursus op twee niveaus is geschreven. Het eerste laat uitspraken zien van een absolute waarheid die het compromisloze non-dualisme van de Cursus bevestigen. Het tweede is het niveau dat zich tot ons richt alsof we werkelijk bestaan. Daarbij stelt het de manier van leven in deze illusoire wereld met een illusoire identiteit vanuit een juist-gericht denken tegenover die vanuit een onjuist-gericht denken. Zo kunnen we een begin maken met het proces van het in ons bewustzijn terugbrengen van de waarheid van de Verzoening: namelijk dat de afscheiding van God nooit werkelijk plaatsvond, en we blijven zoals God ons schiep, Zijn ene Zoon. Dus, terwijl er in werkelijkheid maar één Zoon is, ervaren we onszelf als individuen, en daarom gebruikt Jezus soms de term Zoon en soms de term Zonen. We krijgen hiervan een goed beeld in de samenvatting in deel II van het Werkboek “Wat is de schepping?” genaamd: “Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent. Laat het onze functie zijn alleen deze herinnering terug te doen keren, alleen Gods Wil op aarde te laten geschieden, alleen onze innerlijke gezondheid weer terug te vinden en slechts te zijn zoals God ons geschapen heeft.” (WdII.11.4)

Ons wordt aldus geleerd dat we de herinnering van onze ware Identiteit als één met onze Bron in onze droom van afscheiding meenamen, en onze terugkeer naar deze herinnering is het doel van alle onderricht van Jezus in zijn Cursus, zoals bijvoorbeeld in deze passage in het Tekstboek: “Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén, zoals al jouw broeders zich als één in de waarheid verbinden. Christus en Zijn Vader zijn nooit afgescheiden geweest, en Christus verblijft in jouw inzicht, in dat deel van jou dat Zijn Vaders Wil deelt. De Heilige Geest verbindt het andere deel – het nietig, dwaas verlangen om afgescheiden, verschillend en speciaal te zijn – met de Christus, om de eenheid duidelijk te maken aan wat in werkelijkheid één is. In deze wereld wordt dit niet begrepen, maar kan het wel worden onderwezen.” (T25.I.5:3-6)

Dus Jezus gebruikt ons ‘nietig, dwaas’ idee dat we als individu werkelijk zijn om ons te leren dat we dat niet zijn (WdI.93.5). Hij vraagt ons te erkennen: “Ik weet niet wat ik ben, en daarom weet ik niet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien.”; maar hoe angstig deze erkenningen ook mogen zijn, “Toch wordt in dit leren verlossing geboren. En Wat jij bent zal jou over Zichzelf vertellen.” (T.31.V.17:7-9) Hierin zit geen oordeel of veroordeling – alleen de opluchting van het loslaten van een onjuiste identiteit, zodat de herinnering van ons ware Zelf in onze genezen denkgeest kan gloren. “Laat me niet vergeten dat mijn zelf niets is, maar dat mijn Zelf alles is.” (WdII.358.1:7)

V#3, V#72, V#85 en V#116 bevatten aanvullend commentaar, en ook de Engelstalige website www.facim.org geeft in het gedeelte ‘online learning aids - theory’ volledige uitleg en schema’s van de twee niveaus van het betoog van de Cursus. Dit thema wordt ook behandeld in V#9 in het boek The Most Commonly Asked Questions About A Course in Miracles [noot: “De meest gestelde vragen over Een cursus in wonderen” – niet in het Nederlands verschenen].