Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#717 Hoe moeten wij ons gedragen als een dierbare zich heel destructief gedraagt?

Wat moet men doen als iemand waarvan je houdt zich zeer zelfdestructief gedraagt, en mogelijk ook andere mensen waarvan je houdt in gevaar brengt? Ik wil ‘het laten gaan en aan God overlaten’, maar voel een wanhopige behoefte iets te doen om deze situatie te beëindigen. Er zijn gerechtelijke procedures die ik kan nemen, wat ik overweeg. Wanneer ik Een cursus in wonderen lees, lijkt die te zeggen dat men eenvoudig het principe ‘de ander liefhebben’ moet toepassen en niet negatief moet reageren. Moet ik doen wat noodzakelijk is maar de aandacht op de liefde richten in plaats van op de woede, angst, wanhoop, waarin ik zo gemakkelijk kan verzeilen? Het is zo moeilijk hiermee om te gaan.

Antwoord: Je dilemma is begrijpelijk. Het is heel pijnlijk te zien dat iemand waarvan je houdt in problemen zit en anderen in gevaar brengt. De Cursus vraagt ons niet om niet datgene te doen wat we kunnen om iemand tegen te houden zichzelf of anderen pijn te doen. Het is zeker mogelijk vergeving toe te passen zoals de Cursus onderwijst terwijl je wettelijke maatregelen in gang zet, als dat is wat je denkt te moeten doen. Daar het geloof in het egodenksysteem van aanval en tegenaanval het fundament van de wereld is, neemt alles en iedereen daarin in zekere mate deel aan destructief gedrag. Dat is de onvermijdelijke uiting van de wanhopige roep om liefde van de afgescheiden zoon. Wat ons gevraagd wordt is kijken naar alle oordelen die we mogelijk tegen die persoon hebben, en in hem de projectie zien van onze eigen wanhopige roep om liefde. Als we eenmaal herkennen hoe onze angsten in die andere persoon weerspiegeld worden, hebben we de mogelijkheid onszelf te vergeven, en de Heilige Geest te vragen onze oordelen tegen onszelf en onze broeder te vervangen door de Zijne. Dit proces zorgt ervoor dat wat we met betrekking tot het gedrag van een ander ook doen of nalaten, dit door de Heilige Geest zal worden geleid in plaats van door het ego. Rechtszaken aanspannen is onder bepaalde omstandigheden een geschikte handelwijze, het betekent echter niet dat die andere partij een schuldige zondaar is, die Gods straf verdient, zoals het ego ons zou laten geloven. De keuze is daarom niet welke handelwijze te volgen, maar wiens raad we zoeken: die van het ego of die van de Heilige Geest. In dit licht kunnen we misschien de vaak geciteerde regel uit het tekstboek parafraseren: “probeer niet je broeder te veranderen, maar kies ervoor je denken over je broeder te veranderen.” (T21.In.1:7)

De boosheid, angst en wanhoop die je voelt zijn normaal. Jezus vertelt ons vriendelijk in “Regels voor beslissingen”: “Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:7), wat betekent je gevoelens niet ontkennen, noch jezelf voor het hebben van die gevoelens veroordelen. Hoewel de conflicterende relatie de oorzaak ervan lijkt te zijn, zijn ze in werkelijkheid het resultaat van de keuze van de denkgeest te geloven dat de afscheiding van God is bewerkstelligd en liefde is vernietigd. Het erkennen van de gevoelens, samen met bereidwilligheid te onderkennen dat hun werkelijke bron in de denkgeest ligt, is het begin van het vergevingsproces, en dus “is een licht de duisternis binnengegaan” (H1.1:4). Het mag misschien een kleine vonk zijn, maar het is voldoende om de denkgeest naar de Heilige Geest terug te leiden en weg van het ego. Deze zelfde vonk is in de denkgeest van iedereen aanwezig. Op hetzelfde moment dat wij de macht van onze denkgeest om te kiezen onderkennen, versterken we ons geloof in die macht in anderen. De genezende kracht van vergeving wordt zo naar alle betrokken dierbaren gecommuniceerd, of dat nu wel of niet wordt opgemerkt. Het is “[…] het licht dat de vrede van jouw denkgeest overdraagt op andere denkgeesten” (WdI.108.3:2). Dit is het aardigste dat je voor jezelf en voor degene waarvan je houdt kunt doen, ongeacht wat je verder qua vorm nog denkt te moeten doen om de situatie de kalmeren.