Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#712 Wat is ‘Liefde geven’?

Wat is Liefde geven?

Antwoord: Om je vraag te beantwoorden moeten we eerst begrijpen dat de liefde waarover we in de wereld spreken ‘speciale liefde’ is, zoals Een cursus in wonderen dat noemt. Deze ‘liefde’ is het “armzalig surrogaat” (T.16.IV.8:4) voor Gods Liefde, die ontkend werd toen de denkgeest de afscheiding koos. In tegenstelling tot de Liefde van de Vader, is zij beperkt tot bepaalde personen, verandert en is vol met verwachtingen gebaseerd op onderlinge ruilhandeltjes bedoeld om aan individuele behoeften tegemoet te komen. Speciale liefde is het hoofdingrediënt van “…de speciale relatie [die] de verzaking [is] van de Liefde van God, en de poging om de speciaalheid, die Hij geweigerd heeft, voor het zelf veilig te stellen.” (T.16.V.4:2) Helderheid over de aard van de speciale liefde is belangrijk omdat zij voor ons zo vertrouwd is, en zo gemakkelijk verward wordt met de liefde waarvan Jezus in de Cursus spreekt. Deze ego-versie van liefde is net zo verschillend van Gods Liefde als de waarheid van illusie. In de keuze om afgescheiden en speciaal te zijn, zijn we de Liefde vergeten. Dit is de trieste en pijnlijke toestand van de afgescheidenen.

Echter, onze hoop kan, samen met het meer directe antwoord op je vraag, gevonden worden in Jezus’ troostende woorden in het Tekstboek: “Liefde is niet speciaal. Als je een deel van het Zoonschap voor jouw liefde selecteert, belaad je al je relaties met schuld en maak je ze onwerkelijk. Je kunt alleen liefhebben zoals God liefheeft. Probeer niet anders lief te hebben dan Hij, want er bestaat geen liefde los van de Zijne. Totdat je inziet dat dit waar is, zul je er geen idee van hebben wat liefde is.” (T.13.X.11.2-6) Deze passage schijnt aanvankelijk misschien niet troostend, maar hij vertelt ons verschillende veelbetekenende dingen: speciale liefde is geen liefde, wij weten niet wat liefde is, en het is mogelijk lief te hebben “zoals God liefheeft”. Hier vinden we ook de instructies die we nodig hebben om van speciale liefde naar Gods Liefde over te gaan: we moeten aanvaarden dat we niet weten wat liefde is, en we moeten onderkennen dat er geen andere liefde is dan die van God. Deze waarheden lijken eenvoudig genoeg. Niettemin zijn we er stevig van overtuigd dat we wel weten wat liefde is, en we zijn diep gehecht aan het surrogaat van het ego voor liefde. Dit zijn heel effectieve verdedigingen van onze beslissing ons met het lichaam te identificeren. En wij trekken ons, voor zover we ons met ons lichaam identificeren, uit de Liefde terug, en ontzeggen die daarmee aan onszelf en aan anderen. Lichamen hebben niet lief; in feite doen ze niets: “Het [lichaam] doet niets. […] Het is niets.” (T.19.IV.C.5:3,5) Als we Liefde wensen, dan moet onze belangstelling gericht zijn op het ongedaan maken van ons geloof in onze identiteit als ego/lichaam. Dit wordt verwezenlijkt door vergeving, waarvan we kunnen zeggen dat dat de manier is waarop we in de droom liefhebben. De Cursus vraagt niet dat we liefde geven, want dit houdt in dat iemand die het heeft het geeft aan iemand die het niet heeft. Veeleer leert de Cursus dat het proces van vergeving ertoe leidt “de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van Liefde” (TIn.1:7). Met andere woorden, wanneer de obstakels van schuld en angst verwijderd zijn, is de weerspiegeling van Gods Liefde die in onze denkgeest overblijft vrij om zich zonder enige inspanning onzerzijds uit te breiden. De enige actieve deelname die vereist is, is dat we ons ijverig toeleggen op het toepassen van vergeving in onze relaties. Dat transformeert de speciale liefde van een speciale relatie in een heilige relatie, en brengt ons dichter bij de aanwezigheid van de Liefde in onze denkgeest. In dit proces verandert het doel dat de denkgeest aan een relatie geeft van het doel van het ego om de afscheiding/lichamen werkelijk te maken naar het doel van de Heilige Geest om de denkgeest te genezen van de afscheidingsgedachte.

De versie van Een cursus in wonderen van een welbekende Bijbelpassage zou luiden ‘niemand heeft een grotere liefde dan deze, om zijn broeder te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan’ (zie: T.17.III.1). Dit weerspiegelt een van de belangrijkste leerstellingen van de Cursus, te weten: niemand buiten ons is verantwoordelijk voor de keuze die wij hebben gemaakt om afgescheiden de zijn, of voor de ellende die we als gevolg daarvan ervaren. Dit leren brengt de macht van onze denkgeest terug in ons bewustzijn, zodat we vrij zullen zijn de keuze voor werkelijke liefde te maken: “Achter de armzalige aantrekkingskracht van de speciale liefde-relatie en altijd daardoor aan het oog onttrokken, ligt de machtige aantrekkingskracht van de Vader tot Zijn Zoon. Er is geen andere liefde die jou voldoening kan schenken, want er is geen andere liefde. Dit is de enige liefde die ten volle wordt gegeven en ten volle wordt beantwoord.” (T.15.VII.1:1-3)