Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#711 Hoe zou Een cursus in wonderen roddelen beschouwen?

Onlangs heb ik met een vriend geluncht en ontdekte dat ik me heel erg misselijk begon te voelen nadat we gesproken hadden over problemen waar we last van hadden (en die hebben geleid tot praten over andere mensen die we kenden). Ik wist dat we begonnen te roddelen en ik voelde me misselijk. Als ik iemand door roddelen gekwetst heb, hoe maak ik dat dan weer goed? Toen ik opgroeide had ik een nichtje waar ik dol op was, maar zij was kennelijk niet dol op mij, of zo ging de roddel in de familie. In de afgelopen jaren heb ik hard geprobeerd het met haar goed te maken, en een paar maanden geleden ging ik voor 10 dagen bij haar op bezoek, maar voordat ik naar haar huis ging vertelde ik een paar dingen tegen een ander familielid. Ik heb nu het gevoel dat haar verteld werd wat ik zei (of een aangepaste versie daarvan) en ik kan je vertellen dat ze daardoor heel erg gekwetst zou kunnen worden. Kun je de kwestie van roddelen aan de orde stellen en zou stoppen met roddelen mijn manier zijn om mezelf te vergeven, of wat moet ik doen om dit goed te maken? Ik wil dit heel serieus anders zien. 

Antwoord: Een cursus in wonderen leert dat het enige dat schijnbaar effect op iemand kan hebben een keuze in de denkgeest is om zich te identificeren met het ego/lichaam. Dat is het enige ‘schadelijke’ dat iemand zichzelf kan aandoen. In het licht van dit onderricht is het onmogelijk dat iemand aan iemand anders schade toebrengt. Hoewel het kan lijken dat iemands kwetsend gedrag de oorzaak is van iemand anders’ boosheid, vertelt de Cursus ons dat de werkelijke bron van ieder gevoel een keuze in de denkgeest is. Merken dat je misselijk bent na roddelen over anderen is het gevolg van de keuze in de denkgeest je te identificeren met het ego, wat de keuze is voor afscheiding. Hierdoor worden diepe gevoelens van schuld opgeroepen, die dan in de wereld ervaren worden in een situatie zoals je die beschrijft. Er lijkt een associatie te zijn gerelateerd aan het roddelgedrag, maar in feite is de misselijkheid een uiting – in de vorm – van de schuld in de denkgeest. De inhoud van de denkgeest is de focus van de Cursus. Wat ons gevraagd wordt anders te zien is dit verschil tussen de schijnbare oorzaak van gevoelens in een situatie van vorm, en de werkelijk oorzaak, namelijk de inhoud van de denkgeest. Dit is een heel belangrijk onderscheid om in gedachten te houden als we onze denkgeest trainen in het gewaarworden van de oordelen en aanvalsgedachten die we in onze relaties ervaren. Dit geldt evenzeer voor je ervaring als kind, als voor het recente roddelincident met je vriend.
De Cursus onderwijst niets over verandering van gedrag of de noodzaak om iets weer goed te maken. Ons wordt alleen gevraagd naar onze oordelen te kijken, en daarin de keuze te herkennen om afgescheiden van anderen te zijn, en dat weerspiegelt de keuze om afgescheiden te zijn van God. Als je merkt dat je roddelt, zou je daarmee kunnen ophouden en je herinneren dat het voortkomt uit een verkeerde keuze in je denkgeest, de keuze je met het ego te identificeren door voor afscheiding te kiezen. Dit legt de oorsprong van de situatie op de juiste plaats (je denkgeest), in plaats van op je gedrag (het effect) of het gedrag van degenen die je beoordeelt, en dit is het begin van het vergevingsproces. Wij “zijn bereid de Zoon van God [iedereen] te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan.” (T17.III.1:5) door te onderkennen dat de werkelijke oorzaak van ziekte/roddelen de keuze van de denkgeest voor afscheiding is, zonder gebeurtenissen uit het verleden of anderen daarvan de schuld te geven. Dit zou de versie van de Cursus zijn van ‘het weer goed maken’. Het is ook de enige manier om de werkelijke ziekte te genezen die verblijft in de gespleten denkgeest die afscheiding heeft verkozen. Al wat wordt vereist is bereidwilligheid onze oordelen los te laten. Zelfs het bereid zijn te zien hoe we eraan willen vasthouden is een stap in de goede richting, omdat we dan tenminste niet anderen de schuld geven voor onze ziekte, ongemak of ellende. Het belangrijkste is waakzaam te zijn in het zoeken naar de gedachten en oordelen die de keuze voor afscheiding van de denkgeest blootleggen. Wanneer de oorzaak is teruggebracht tot de denkgeest, kan het oordelen aan de Heilige Geest worden gegeven om te worden getransformeerd. Onder Zijn leiding, zal dan elk gedrag dienovereenkomstig veranderen, zonder enige inspanning of controle van onze kant. In dit opzicht vertelt Jezus ons in het tekstboek: “Wanneer jij bereid bent de exclusieve verantwoordelijkheid voor het bestaan van het ego op je te nemen, zul je alle woede en alle aanval hebben afgelegd, omdat die voortspruiten uit een poging de verantwoordelijkheid voor je eigen vergissingen te projecteren. Maar als je aanvaard hebt dat het jóuw vergissingen zijn, houd ze dan niet vast. Geef ze snel over aan de Heilige Geest om ze volledig ongedaan te laten maken, zodat al hun effecten uit je denkgeest en uit het Zoonschap als geheel zullen verdwijnen.” (T7.VIII.5:4-6) Dus, projectie wordt vervangen door de erkenning dat de denkeest de werkelijke oorzaak is van alle gevoelens, gedrag en oordelen en uiteindelijk zal de behoefte om te roddelen “uit je denkgeest verdwijnen”.