Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#709: Hoe kon het lichaam van Jezus na de opstanding zichtbaar zijn?

In Een leven geen geluk zegt Jezus voor Helen een menselijke vorm aan te nemen. Maar als je naar de strekking van zijn betoog kijkt is dat misschien niet echt zo, en zou het wel eens Helens angstige geestestoestand geweest kunnen zijn, zoals Kenneth stelt. Immers, het lichaam is een illusie en een herrezen denkgeest herkent een illusie als illusie. Ik zou denken dat Jezus’ opstanding betekende dat zijn lichaamsidentiteit verdween en derhalve het fysieke lichaam – zoals wij (en ook de apostelen) dat kenden – uit zijn denkgeest verdween. Om Jezus na de kruisiging en de dood van zijn lichaam te herkennen moeten we in een al even verlichte staat van de denkgeest verkeren om hem liefdevol te kunnen aanschouwen in een staat van visie. Zijn lichaam verdween op wonderbaarlijke wijze uit de graftombe als gevolg van deze paradigmaverschuiving. Maar de wederopstanding betekende dat we hem op een ander niveau waarnemen. Graag jouw commentaar.

Antwoord: In hoofdstuk 17 van Een leven geen geluk bespreekt Kenneth de illusie en de werkelijkheid van zowel Helen als Jezus. Alle vormen zijn illusoir en daarom uiteindelijk betekenisloos. De waarde ervan ligt uitsluitend in het gebruik dat wij (de denkgeest die gelooft dat hij afgescheiden is van Gods Denkgeest) ervan maken om de inhoud achter de vorm te begrijpen, net zoals symbolen alleen nuttig zijn doordat ze ons verwijzen naar iets wat zij symboliseren – hun bron. Alleen de abstracte, vormloze Liefde van God is werkelijk. Binnen de droom echter, wordt deze abstracte, vormloze Liefde in de gespleten denkgeest weerspiegeld in een vorm die door die denkgeest herkend en aanvaard kan worden. Dus, in Helens denkgeest, nam deze Liefde de vorm aan van Jezus die zijn cursus aan haar gaf. In werkelijkheid is er geen Jezus of Helen. Nogmaals, hoofdstuk 17 bespreekt deze niveaus, die voor ons tamelijk moeilijk te vatten zijn.

In Een cursus in wonderen wordt opstanding niet in relatie tot de kruisiging gedefinieerd; het heeft een volkomen andere betekenis dan die in de traditionele Bijbelse zienswijze, waarin een dood lichaam is herrezen. Opstanding in de Cursus heeft alleen betrekking op het ontwaken uit de droom van afscheiding van God: “het ontwaken uit de droom van de dood; de totale verandering van denken die het ego, met zijn waarnemingen van de wereld, het lichaam, en de dood, overstijgt en ons in staat stelt ons volledig met ons ware Zelf te identificeren…” (Glossary-Index, p.176; zie ook H28.1:1-2) Gelet op de definitie van de Cursus van het lichaam als enkel een projectie van een gedachte in de denkgeest, kan dit ontwaken alléén in de denkgeest optreden. Dus “gegeven de volmaakt egoloze reacties van Jezus aan het eind van zijn leven (zie T6.I), kunnen we veilig concluderen dat zijn opstanding voorafging aan de kruisiging. Het is daarom dat hij ons vraagt die genezing van de denkgeest als ons leermodel aan te nemen (T6.In.2:1; T6.I.3:6;7:2), en vergeving is zijn grote onderwijsboodschap die leidt tot de omkering van denken die als enige kan genezen.” (uit ons boek Christian Psychology in ‘A Course in Miracles’, p74-75). Daarom vraagt Jezus ons: “Onderwijs niet dat ik tevergeefs gestorven ben. Onderwijs liever dat ik niet gestorven ben door te demonstreren dat ik leef in jou.” (T11.VI.7:3-4).

De betekenis en het belang van het leven van Jezus zoals deze in de Cursus weergegeven worden verschillen radicaal met die uit de Bijbel; en de metafysica is eveneens radicaal anders (er is geen door God geschapen wereld, bijvoorbeeld). Het is essentieel dat deze onoverbrugbare verschillen onderkend worden, wil men het onderricht van Een cursus in wonderen begrijpen en het vervolgens in praktijk kunnen brengen. Wellicht vind je het interessant om de samenspraak tussen Kenneth en een katholieke priester te raadplegen, waarin deze verschillen duidelijk aan het licht gebracht worden. (‘A Course in Miracles ‘ and Christianity; A Dialogue)

Er staan verscheidene andere vragen op de vraag & antwoord website waarin deze belangrijke kwesties besproken worden; zie bijvoorbeeld V#1, V#97, V#439 en V#505.