Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#708: Kan tijdelijk geheugenverlies ervaring van het niets betekenen?

Enkele dagen geleden had ik een verbazingwekkende ervaring. Ik reed naar een postkantoor, deed een brief in de brievenbus buiten en ging naar binnen waar ik postzegels kocht. Toen ik het gebouw verliet, werd ik plotseling getroffen door het besef dat ik geen enkele herinnering had (en nog steeds niet heb) van mijn handelingen tussen het verlaten van mijn auto en het binnengaan van het gebouw. Ik herinnerde me niet dat ik mijn auto op slot deed, naar de brievenbus ging, de brief in de bus deed en naar de deur liep, wat ik allemaal gedaan moet hebben, omdat ik de brief niet langer in mijn hand had en mijn auto op slot zat toen ik terugkwam.

Ik had een duidelijk gevoel dat er NIETS gebeurde in een tijd van niet meer dan 10 seconden, vanaf het moment dat ik uit mijn auto stapte tot ik de deur van het postkantoor opende. Maar er gebeurde WEL iets. Wat was het? Ik was niet bang door die ervaring. Integendeel, ik voelde een soort rust. Maakte ik contact met het niets? Werd ik beïnvloed door alles wat ik onlangs gelezen heb? Of maak ik veel ophef om niets?

Antwoord: Het is niet mogelijk een definitief antwoord op jouw ‘geheugenverlies’ ervaring te geven, zoals het zelden mogelijk is er zeker van te zijn dat een specifieke ervaring vanuit de juist-gerichte denkgeest komt. Maar als die ervaring een uitdrukking van een juiste gerichtheid van denken was – en aangezien je jouw reactie beschrijft als een van rust in plaats van angst, is dat zeker mogelijk – kunnen we eens overwegen wat er mogelijk voor je aan de hand was.

In tegenstelling tot wat onze ervaring lijkt, is de waarheid dat er op geen enkel moment echt iets gebeurt! Het kost eigenlijk moeite onszelf als lichaam te zien, dat dingen doet in de wereld. Onze ware natuurlijke staat heeft niets te maken met lichamen en met de wereld. Toch is voor de meesten van ons dit besef nog steeds te beangstigend. En dus houden we aan deze lichamelijke identificatie vast als verdediging tegen de schuld in onze denkgeest en de liefde onder die schuld, die onze werkelijke Identiteit is.

In de paragraaf “Ik hoef niets te doen” in het Tekstboek (T18.VII) van Een cursus in wonderen maakt Jezus opmerkingen over de onwerkelijkheid van het lichaam, evenals over onze weerstand onszelf toe te staan iets anders te ervaren:

“Er is één ding dat je nog nooit hebt gedaan: je hebt het lichaam niet volkomen vergeten. Het heeft zich misschien af en toe aan je zicht onttrokken, maar het is nog niet volledig verdwenen. Er wordt je niet gevraagd dit meer dan een ogenblik lang te laten gebeuren, maar juist in dat ogenblik vindt het wonder van de Verzoening plaats. Daarna zul je het lichaam opnieuw zien, maar nooit helemaal op dezelfde manier. En ieder ogenblik dat je doorbrengt zonder het bewust te zijn, geeft jou er een andere kijk op wanneer je terugkeert.

In geen enkel ogenblik bestaat het lichaam überhaupt. Het wordt altijd herinnerd of geanticipeerd, maar nooit precies in het nu ervaren. Alleen zijn verleden en toekomst verlenen het een schijn van werkelijkheid. De tijd heeft er volledig controle over, want zonde ligt nooit geheel in het heden. In elk afzonderlijk ogenblik zou de aantrekking van schuld worden ervaren als pijn en niets dan pijn, en worden vermeden. In het nu heeft die geen aantrekkingskracht. Heel zijn aantrekking is denkbeeldig, en moet dus in het verleden of de toekomst worden gezien.” (T18.VII.2,3)

De ervaring die je beschrijft kan zich weer voordoen, of niet. Maar of dat al dan niet gebeurt, doet er niet werkelijk toe. Iedere preoccupatie ermee kan een afleiding worden van het primaire proces van de Cursus van vergeving van onze speciale relaties. Vergeving maakt de schuld in de denkgeest – waartegen we vereenzelviging met het lichaam als verdediging gebruiken – ongedaan. Als jouw ervaring je een glimp heeft laten zien van wat voor je ligt – of misschien is ‘voorbij je’ de meer nauwkeurige manier van zeggen – dan kan dat behulpzaam zijn. Het beste is om er niet iets geweldigs van te maken, maar het eenvoudig te aanvaarden als waarschuwing dat wanneer we iets interpreteren wat we waarnemen, we het zeker bij het verkeerde eind hebben, omdat we geen idee hebben wat werkelijk is en wat illusie. En met die erkenning komt de bereidwilligheid om de Heilige Geest de Interpreet te laten zijn van alles wat onze ogen lijken te zien.