Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#704: Waarom gebruikt Een cursus in wonderen Christelijke taal?

V#704: Waarom gebruikt Een cursus in wonderen Christelijke taal?

Wij zijn een echtpaar en begonnen in 2004 met het bestuderen van Een cursus in wonderen. Als de Cursus op universele beginselen gebaseerd is en zijn doel is te onderwijzen dat we allemaal één zijn, waarom staat er dan zo veel Christelijke terminologie in – woorden zoals Pasen, Kerstmis, kruisiging, Christus, Zoon van God – samen met een Christelijke onderbouwing die voor ongeveer tweederde van de wereld niet herkenbaar is? Als de boodschap universeel is, waarom is de taal dan niet universeel? Hoe zullen mensen over de wereld die niet binnen het Christendom geboren zijn de Cursus ooit oppakken en ‘snappen’? Werkt er iemand aan een Cursustaal die universeel van aard is? Hoe kunnen we ons allen verenigen zolang religieuze bijklanken ons blijven verdelen? We geloven van ganser harte wat door de methoden van de Cursus wordt onderwezen, en we zien er een grotere boodschap in: een boodschap die alle rassen en volkeren en religies raakt. Maar hoe kan die boodschap gecommuniceerd worden door de taal van de Joods-Christelijke Bijbelse traditie?

Antwoord: Zowat iedereen die de Cursus oppakt vraagt zich dit af. In feite is dit het onderwerp van de allereerste vraag die op deze vraag & antwoordsite staat. In de Verklaring van termen (aan het eind van het Handboek voor leraren) wordt dit op de meest rechtstreekse manier beantwoord in de context van vorm en inhoud: “Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt.” (VvT.In.2:5-6) Deze universele ervaring is natuurlijk liefde, en Een cursus in wonderen is slechts één vorm om die terug te winnen. Die vorm is niet universeel, en was zo ook niet bedoeld: “De vorm van de cursus varieert aanzienlijk. En dat geldt ook voor de specifieke leermiddelen die ermee gemoeid zijn. Maar de inhoud van de cursus verandert nooit. […] Dit kan onderwezen worden door daden of gedachten, met woorden of in stilte, in elke taal of in geen enkele taal, op elke tijd of plaats of wijze. […] Dit is een handboek voor een bijzonder leerplan, bestemd voor leraren die een bijzondere vorm van de universele cursus onderwijzen. Er zijn veIe duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst.” (H1.3:2-4,6; 4:1-2) Dit is niet anders dan het oude Hindoegezegde dat waarheid één is, maar dat wijzen haar bij vele namen kennen!

De doelgroep voor dit speciale leerplan is de Westerse wereld die zich ontwikkelde onder de sterke invloed van het Christendom en de 20e-eeuwse psychologie, “een invloed die niet erg Christelijk noch spiritueel was”, zoals Kenneth en Gloria schrijven in hun boek The Most Commonly Asked Questions About ‘A Course in Miracles’ (V#67). Dat verklaart, in hoge mate, de Christelijke en psychodynamische aard van de taal van de Cursus. Om uit een andere paragraaf van de Verklaring van termen te citeren: “God weet wat Zijn Zoon nodig heeft voordat die het vraagt. Hij bekommert Zich allerminst om de vorm, maar omdat Hij de inhoud heeft gegeven, is het Zijn Wil dat deze wordt begrepen. En dat volstaat. De vorm past zich aan de behoefte aan; de inhoud is onveranderlijk, even eeuwig als zijn Schepper.” (VvT.3.3:2-5) Zo is een belangrijk aandachtspunt van de Cursus het verduidelijken en corrigeren van de misverstanden en vervormingen die in Bijbelse religies en in de psychologie worden gevonden. Interessant is dat het mannelijke taalgebruik in de Cursus nooit een punt was voor Helen Schucman, de scribent van de Cursus. Het seksistische bezwaar is pas na de publicatie gerezen, en onze ervaring is dat dit bezwaar voor de meeste studenten neigt te vervagen als ze meer bij het spirituele proces van de inhoud van de Cursus betrokken raken. (Zie Kenneth’s Een leven geen geluk, blz. 455 voor een samenvatting van deze kwestie.)

Bovendien is, praktisch gesproken, een universele taal onmogelijk in dit stadium van de menselijke evolutie (om binnen een egoraamwerk te blijven). Er bestaan al vertalingen van de Cursus in 24 talen, en aan meer wordt gewerkt. Vertalers zelf hebben getuigd van de onmogelijkheid van een universele taal – juist door het werken met de Cursus alleen al zijn ze begrippen tegengekomen waarvoor geen equivalent is in hun eigen taal, en dit heeft niets te maken met religie. De voortdurende bedoeling van het ego is om eenheid en eendracht te verdringen, die te vervangen door afscheiding en conflict, met als kroonbeginselen de een of de ander en doden of gedood worden. De onoverbrugbare kloven in taal en cultuur zijn slechts middelen voor dit kwaadaardige ego doel. De keuze van Gods Zoon om het ego-denksysteem van afscheiding te volgen in plaats van het denksysteem van vergeving van de Heilige Geest, leidt tot de symbolen van religies, die zoveel verdeeldheid zaaien. Religies geven daarom slechts vorm aan het ego – zij zijn niet echt het probleem, want zij symboliseren slechts de egodynamiek in onze denkgeest die we voortdurend versterken en door verdedigingen beschermen die we zelfs niet langer als zodanig herkennen. De Cursus legt er dan ook de nadruk op ons te trainen om terug te keren naar dit niveau van besluitvorming in onze denkgeest, dat we in ons bewustzijn hebben geblokkeerd. Dat is de enige bron van hoop voor onszelf en voor de wereld.

Waar dit uiteindelijk allemaal op neer komt is dat wanneer jij volledig één bent met jouw Identiteit zoals God jou geschapen heeft (al is het slechts voor een ogenblik), jij dan de universele inhoud van de Cursus vertegenwoordigt, namelijk: “[…] Gods Zoon is schuldeloos en in zijn onschuld ligt zijn verlossing” (H1.3:5). Deze inhoud kan dan door jou naar iemand uit een volledig andere traditie gecommuniceerd worden, in een vorm die door die persoon herkend en aanvaard wordt (hoewel de vorm misschien niet eens door jou herkend wordt). Dus de nadruk ligt altijd op jouw aanvaarding van de Verzoening door het beoefenen van vergeving, want als jouw denkgeest genezen is, wordt de volmaakte eenheid van liefde door jou weerspiegeld, en weet jij dat alle denkgeesten in die genezing delen. Dan is er geen zorg over ‘de verspreiding van het woord’ – die zorg zelf versterkt het geloof dat de afscheiding werkelijk is, een subtiele ego valkuil die dient te worden genezen. Liefde breidt zichzelf eenvoudigweg eeuwig uit, en het ‘hoe’ is niet onze zorg. Dat neemt alle druk van ons weg. Het is niet nodig dat we begrijpen hoe het hele Zoonschap profijt heeft van ons kleine beetje bereidwilligheid de leraar in onze denkgeest te veranderen van het ego in Jezus, waarbij we alleen gedeelde belangen zien in plaats van afzonderlijke, strijdige belangen. Inderdaad, wij kunnen dit niet begrijpen als we niet in het heilige ogenblik voorbij het lichaam en voorbij tijd en ruimte verkeren. “De macht van heiligheid” (T16.II) is een paragraaf in het Tekstboek dat deze ideeën bespreekt.