Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#703: Hoe kijkt Een cursus in wonderen aan tegen zwarte magie/voodoo?

Wat is het standpunt van Een cursus in wonderen over zwarte magie/voodoo? In het bijzonder over het geloof dat iemand anders je kan kwetsen door het gebruik van zwarte magie. Kan iemand anders je gedachten beheersen of leiden om je fysieke schade toe te brengen?

Antwoord: Jezus zegt in het Tekstboek: “Als jij inziet dat elke aanval die je waarneemt zich in jouw eigen denkgeest bevindt en nergens anders, heb je eindelijk de bron ervan gelokaliseerd, en waar die begint moet die ook eindigen. Want op diezelfde plaats ligt ook de verlossing.” (T12.III.10:1-2) Dit is het fundament van het onderricht van de Cursus over vergeving en het antwoord op je vraag. Niemand kan de gedachten van iemand anders beheersen of leiden om schade aan het lichaam te veroorzaken. De denkgeest die ervoor kiest het ego of de Heilige Geest te geloven is de enige bron van onze ervaring in de droom. Wanneer de denkgeest ervoor kiest zich met het lichaam te identificeren, valt hij zichzelf aan. De aanval is de ontkenning van de werkelijke identiteit van Gods Zoon als denkgeest, en is daarom een aanval op God. De onvermijdelijke schuld, die op deze aanval volgt, wordt op het lichaam geprojecteerd.

Identificatie met het lichaam, wat aan de natuurlijke staat van de denkgeest als geest vreemd is, is de werkelijke bron van alle pijn en angst en van elke vorm van lijden die het lichaam ervaart. De denkgeest heeft het hele fysieke universum gevuld met wapens om de keuze voor afscheiding te verdedigen, en zichzelf ervan te overtuigen dat het lichaam en de wereld werkelijk zijn. Het arsenaal omvat zowel positieve als negatieve externe middelen waaraan macht over de fysieke toestand van het lichaam is gegeven, en die het vermogen schijnen te hebben om vrede te geven of weg te nemen. Wanneer de denkgeest ervoor kiest zich met het ego te identificeren in plaats van met de Heilige Geest, dan wordt die keuze uitgedrukt door een ‘overeenkomst’ met iets (bacteriën, virussen, auto-ongelukken) of met iemand (dokters, voodoomeesters, politici) in de wereld van vorm om de schijnbare oorzaak te zijn van alle soorten fysiek, emotioneel of psychisch leed. Dat is de versie van het ego van oorzaak en gevolg, en is het magiebeginsel zoals Jezus dat in de Cursus uitlegt:
“Het lichaam kan niet scheppen en de overtuiging dat het dit wél kan – een fundamentele vergissing – veroorzaakt alle lichamelijke symptomen. […] De hele vervorming waardoor magie ontstond, berust op de overtuiging dat er in de materie een scheppend vermogen schuilt waarover de denkgeest geen zeggenschap heeft.” (T2.IV.2:6,8)

Dit betekent dat noch zwarte magie noch enige negatieve ervaring onze vrede weg kan nemen, net zo min als een mooie zonsondergang ons vrede kan brengen. Evenzo kan, wanneer de denkgeest genezing kiest, die keuze in de wereld weerspiegeld worden door je tot een arts of andere genezer te wenden. Het belangrijkste is om te onthouden dat het altijd de denkgeest is die aanval kiest (het ego) of genezing (de Heilige Geest).

Ons leerproces begint met bereid zijn te onderkennen hoe sterk we geloven in onze identiteit als lichaam en aldus de voorkeur geven aan de omkering van oorzaak en gevolg door het ego. Dat geloof ondersteunt onze behoefte om onszelf als oneerlijk behandeld slachtoffer waar te nemen, in plaats van als denkgeest met het vermogen te kiezen. Het lichaam werd gemaakt om kwetsbaar te zijn voor aanval. Het wordt ziek, oud, vervalt en sterft uiteindelijk. Niets hiervan doet ertoe of heeft enig effect op de ware identiteit van de denkgeest. Een van de belangrijke doelen in het bestuderen en toepassen van de beginselen van de Cursus in ons leven is dat we leren ons te vereenzelvigen met de denkgeest, in plaats van met het lichaam. Dit leren is een proces dat tijd vergt, en de bereidheid om alles in ons leven – positief zowel als negatief – naar de Heilige Geest te brengen om door vergeving getransformeerd te worden.