Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#702: Moet ik me bekommeren om ‘een verschil uitmaken’ in de wereld?

Ik wil graag een verschil uitmaken in de wereld. Toch zegt Jezus: “Probeer […] niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.In.1:7) Ik heb het gevoel dat ik mijn loopbaanbeslissingen neem omdat ik op betekenisvolle manier aanwezig wil zijn in andermans leven, en ik niet geassocieerd wil worden met mensen die er alleen op uit zijn ‘geld te verdienen en geen donder om anderen geven’. (Mijn gedachten, d.w.z. oordelen.) Ik weet dat ik op geen enkele manier kan weten hoe ik anderen kan helpen of ‘welke rol voor mij de beste is’, zoals Jezus zegt, maar ik ga door met pas achteraf de Heilige Geest te raadplegen. Wil je hierop reageren?

Antwoord: De Cursus leert dat het enige verschil dat we hoeven uitmaken in de wereld is dat we onze denkgeest laten genezen door de Heilige Geest door middel van het proces van vergeving. Dat wordt bedoeld met het aanvaarden van de Verzoening. (Zie: T2.V.4,5; H7.3; H18.4) Hoewel dit uiteindelijk goed nieuws is, lijkt het vaak gemakkelijker om de wereld te veranderen dan onze gedachten erover, of over wat dan ook trouwens. Dat komt omdat geloven in de afscheiding en je vereenzelvigen met het lichaam een sterke gehechtheid aan speciaalheid en aan de interpretatie van het ego van alles in de wereld met zich mee brengt. Daarom vraagt de Cursus om alles in twijfel te trekken: “Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij eropna houdt in twijfel te trekken.” (T24.In.2:1) Dit houdt in onze opvattingen over de behoeften van de wereld en de manieren waarop deze kunnen en moeten worden veranderd. Omdat wij niet weten wat we nog meer kunnen doen, hebben we de Cursus om ons dat te vertellen.

Ons wordt gevraagd naar de oordelen te kijken over loopbanen, de behoeften van mensen ‒ zij die er geen donder om geven en zij die dat wel doen ‒ en die oordelen te zien als een kans om vergeving toe te passen zoals de Cursus dat leert. Dat is de ‘loopbaan’ van een student van de Cursus. Genoeg werk aan de winkel, aangezien tal van kansen zich voordoen in ons leven om onszelf te vergeven voor onze verkeerde waarnemingen. Welke werkzaamheden of associaties je ook kiest, je kunt ze aan de Heilige Geest geven om ze door middel van vergeving te laten gebruiken voor het doel van genezing. Op deze manier worden je leven en de wereld een klaslokaal om in te leren. Dit proces brengt met zich mee dat we onderkennen hoe zeker wij denken te weten wat het beste is voor onszelf en voor ieder ander. De wereld is vreemd aan onze identiteit als geest, want de wereld is het domein van het ego. De ego dynamiek is heel vertrouwd voor ons. Wij zijn ook heel vindingrijk in het identificeren en oplossen van de problemen van het ego (we proberen dat tenminste). Alles wat we denken te weten is gebaseerd op de interpretatie van het ego, en is de bron van het feit dat we pas achteraf de Heilige Geest raadplegen. Want, hoe verkeerd ook, we willen meester en meesteres van het universum zijn. Echter, gezien de rampzalige resultaten van het volgen van het plan van het ego voor de wereld, lijkt het redelijk achteraf de beslissingen van het ego te evalueren, zolang wij überhaupt achteraf evalueren. Het is het waard dat wij onze geringe bereidheidwilligheid aanwenden om te vragen of het ego ons ooit gegeven heeft wat we waarlijk zoeken, of wat het ons beloofde. In het licht van de pijnlijke gevolgen wanneer we de kant van het ego kiezen en ‘gelijk’ hebben, stelt Jezus enkele heel behulpzame vragen: “Zou het onder deze omstandigheden niet wenselijker zijn dat je ongelijk had gehad, zelfs afgezien van het feit dat je inderdaad ongelijk had?” (T13.IV.3:1) en “Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?” (T29.VII.1:9) Het kan handig zijn deze vragen in gedachten te houden wanneer je kiest wiens leiding je wilt volgen bij het nemen van beslissingen.
Omdat hij onze weerstand kent tegen verschuiven van de vertrouwdheid van de leiding van het ego naar die van de Heilige Geest, vraagt Jezus slechts “een beetje bereidwilligheid” (T18.IV). Evaluatie achteraf is wellicht een goede kans om weer te bedenken dat wij het niet weten en vervolgens onze twijfels naar voren te brengen en de Heilige Geest te vragen onze onjuiste waarneming van de wereld te corrigeren. Welke twijfels ook opkomen, of hoe vaak we ook denken dat we weten wat we doen, we kunnen simpelweg terugkeren naar de toepassing van vergeving en ons de belofte van Jezus herinneren: “Alles wat jou gegeven is dient om te bevrijden: zicht, visie en de innerlijke Gids leiden jou allemaal uit de hel met hen die jij liefhebt aan je zijde, en het universum samen met hen.” (T31.VIII.7:7) Wat kunnen we de wereld nog meer bieden, wanneer Jezus’ liefde de rest biedt?