Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#631: Het zorgen voor zieken maakt vergeving moeilijk te begrijpen

Ik ben ruim 13 jaar student van Een cursus in wonderen. In het afgelopen jaar ben ik mijn ouders gaan verzorgen. Ze hebben beiden Alzheimer. Ik zie dat de tijd voor hen vervaagt, en dat ‘werkelijkheid’ en oude grieven die verwerkt leken, nu even ‘werkelijk’ zijn als ze indertijd waren. Op de kalender staat 2004, maar de woede is van 1944. Bij deze zorg voor mijn ouders vraag ik me af of vergeving mogelijk is

Antwoord: Een van de grote valkuilen van het ego is het oordelen over vorm. Jezus herinnert ons nadrukkelijk aan “Niets zo verblindend als de waarneming van vorm” (T22.III.6:7). Het is heel moeilijk voor ons te accepteren dat de hersenen niet de denkgeest zijn, en dat alle fysieke condities uitingen zijn van gedachten in de denkgeest. We zijn vrijwel geheel afhankelijk van onze zintuigen om ons te vertellen wat er plaatsvindt, want we beschermen onszelf voortdurend tegen de ontdekking dat we keuze makende denkgeest zijn, buiten tijd en ruimte. Het is het doel van het ego om onze waarneming en ons oordeel stevig geworteld te houden in het lichaam en in de wereld. Zo keren we nooit terug naar onze denkgeest om te ontdekken dat we ervoor kunnen kiezen de dingen anders te zien.

Het is daarom behulpzaam om naar binnen te gaan en eerst te beseffen dat je door de ogen van het ego ziet, wat je blind maakt voor alles behalve voor vorm, en vervolgens om hulp te vragen om door Jezus’ ogen te zien. Dat helpt je voorbij de vorm naar de inhoud in de denkgeest te gaan. Dan weet je dat vergeving niet alleen mogelijk is, maar zelfs gegarandeerd: “Wanneer jij je met mij verenigt, verenig jij je zonder het ego, want ik heb het ego in mezelf opgegeven en kan me daarom niet met dat van jou verenigen. Onze vereniging is daarom dé manier om het ego in jou op te geven. De waarheid in ons beiden ligt buiten het bereik van het ego. Ons welslagen in het overstijgen van het ego wordt door God gegarandeerd, en ik deel dit vertrouwen voor ons beiden en voor ons allen” (T8.V.4:1-4).