Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#630: Wat waren de 'splitsingen’ die tot onze huidige staat hebben geleid'

Ik herinner me dat ik Ken Wapnick heb horen zeggen dat wanneer de onjuist gerichte denkgeest splitst, de juist gerichte denkgeest dat ook doet. Kun je deze splitsingen van de juist gerichte denkgeest weergeven?

Antwoord: De splitsingen van de juist gerichte denkgeest zijn op zich geen splitsingen, maar simpelweg de correcties van de Heilige Geest voor elke misleiding in elke volgende splitsing van de onjuist gerichte denkgeest van het ego. Wij bevinden ons in de wereld, geïdentificeerd met ons lichaam, en daarmee aan het einde van de reeks splitsingen waar het ego ons doorheen leidt, zo ver mogelijk weg van de Waarheid van Wie we zijn als geest. Daarom is het antwoord van de juist gerichte denkgeest eenvoudig het ongedaan maken van deze splitsingen, in omgekeerde volgorde.

In het kort: de eerste splitsing van het ego is wat ons uit de eenheid van de Hemel lijkt te werpen, waarmee de droom van afscheiding begint. Daarom lijken we een afgescheiden denkgeest te zijn, met bewustzijn en onafhankelijk van onze Bron. In deze fase is ons illusoire onafhankelijke bestaan heel kwetsbaar, heel fragiel, want er is weinig voor nodig om ons onze werkelijkheid te herinneren als Gods enige Zoon, volmaakt met Hem verenigd en volmaakt in vrede. De Heilige Geest vertegenwoordigt dit in onze denkgeest. De tweede splitsing is onze keuze ons helemaal met het ego te identificeren en de Heilige Geest van ons bewustzijn af te splitsen, teneinde onze individualiteit te beschermen. Hierbij vergeten we dat het ego een keuze is en niet onze werkelijkheid.

De derde splitsing omvat de vernuftige mythe van zonde, schuld en angst van het ego. Daarin beschouwen we niet alleen de afscheiding als werkelijkheid, maar tevens als een zondige aanval op God, die Hem vernietigde als gevolg van het ontwrichten van de volmaakte eenheid van de Hemel, van Gods Wezen. De schuld over deze zonde is overweldigend. Als die werkelijk is dan is onze enige verdediging ertegen die zonde en schuld af te splitsen en buiten onszelf te projecteren op een verzonnen God, Die de wraakzuchtige wreker wordt, uit op wraak vanwege onze zonde tegen Hem.

Maar, zoals met iedere splitsing van het ego, leidt deze naar zijn eigen reeks problemen, die nog een verdere splitsing ter verdediging eist. Want als ik in de denkgeest besta samen met deze waanzinnige God die uit is op mijn vernietiging, dan moet ik ontsnappen. En daarom brengt de vierde en laatste splitsing de projectie van mijn eigen identiteit in een wereld van vorm en lichamen met zich mee. Zo ontsnap ik aan mijn denkgeest en verberg ik mij in de wereld. Maar wat het ego naliet mij te vertellen is dat deze oplossing de projectie in de wereld van vorm van de hele inhoud van mijn onjuist gerichte denkgeest inhoudt, zodat ik nu leef in een wereld van angst. Want zonde en schuld zijn nog steeds om me heen, maar nu buiten mij in de wereld en in al mijn relaties. En zo is de oorspronkelijke kwetsbaarheid en fragiliteit van de afscheidingsgedachte in mijn denkgeest nu de basis van mijn identiteit als lichaam in de wereld. Natuurlijk is het voordeel van deze uiteindelijke regeling dat ik nog steeds een individu ben, maar het lijkt alsof krachten buiten mij mijn bestaan tot stand hebben gebracht. En als ik het onschuldige slachtoffer ben van de zondige, schuldige wereld, hoe kan ik dan verantwoordelijk gehouden worden voor die oorspronkelijke aanval op God? Zo machtig kan ik onmogelijk zijn! Kijk maar naar dit pathetisch zwakke zelf dat ik ben, ondanks al mijn pogingen mijzelf fysiek, psychologisch en emotioneel sterk te maken en te beschermen tegen een vijandige wereld!

En zo komt het dat we ons hier bevinden, ver verwijderd van onze ware Identiteit als geest, zo ver als wij ons door het ego laten lokken. En na deze vierde splitsing moet de correctie in de juist gerichte denkgeest beginnen. We worden niet gevraagd onze ervaring van onszelf als lichaam in deze wereld te ontkennen – het resultaat van de vierde splitsing – maar om open te staan voor een andere interpretatie van die ervaring. In plaats van de aandacht te richten op verschillen, waartoe het ego ons aanmoedigt (mijn onschuld, die afhangt van het bewijzen van jouw schuld), nodigt Een cursus in wonderen ons uit om eerst te herkennen dat we allemaal hetzelfde zijn. We worstelen met onze schuldgevoelens en proberen ze op ieder ander te projecteren. Met andere woorden: we delen dezelfde schuld, en dezelfde behoefte ervan bevrijd te worden. Als we dit idee dat we belangen delen gaan aanvaarden, worden we ons er meer van bewust dat we denkgeest zijn die keuzes maakt. De keuze om de wereld en anderen op andere manieren te zien, in plaats van alleen als lichaam en als slachtoffer, hoewel we ons vrijwel zeker nog vaak slachtoffer zullen voelen. En zo beginnen we geleidelijk de laatste splitsing ongedaan te maken.

Als we de wereld en onze relaties anders beginnen te zien, zijn we meer bereid te kijken naar de zonde en schuld, begraven in onze eigen denkgeest. En zo herkennen we de werkelijke bron ervan als onze identificatie met het ego. Daarmee wordt ook onze investering in de derde splitsing kleiner. De correctie in de juist gerichte denkgeest vanwege deze bereidheid eerlijk te kijken is de herkenning dat er in onze denkgeest een alternatief is voor zonde, schuld en angst. Tot nu toe hadden we de behoefte die zonde, schuld en angst af te splitsen en buiten onszelf te projecteren. Dat alternatief is de heilige Geest, de Herinnering aan de ware onschuld die we met iedereen delen, zodra we de behoefte om verschillen tot werkelijkheid te maken loslaten. En zo wordt de muur tussen de juist gerichte denkgeest en de onjuist gerichte denkgeest, die we probeerden ondoordringbaar te maken met de tweede splitsing, geleidelijk poreuzer. Dat laat meer licht vanuit de juist gerichte denkgeest schijnen op de duisternis in de onjuist gerichte denkgeest, waardoor de illusoire aard ervan steeds duidelijker wordt.

Het ongedaan maken van deze drie splitsingen is de focus van het onderricht van de Cursus. Het is een proces dat grote bereidwilligheid van ons vraagt door te tijd heen. Het zelf waarmee we ons identificeren in de wereld – als gevolg van de vierde splitsing – zal voor ons geleidelijk betekenis en aantrekkingskracht verliezen als we de vergeving, die vereist is voor de genezing van de splitsingen, in praktijk brengen. Maar onderweg brengt die omslag enorme angst met zich mee, zolang we hechten aan de afscheiding en aan ons afgescheiden, unieke, individuele zelf als werkelijkheid.

Aan het einde van het proces, wanneer de barrière tussen de juist gerichte denkgeest en de onjuist gerichte denkgeest helemaal is opgelost in het licht van totale vergeving, zijn we in de werkelijke wereld. We zijn ons dan nog wel bewust van de droom van afscheiding, maar deze heeft geen invloed meer op ons. Op deze plaats van volledige genezing zijn we gereed voor het ongedaan maken van de eerste splitsing. De Cursus verwijst hier metaforisch naar als Gods laatste stap (zie T7.I). Daarmee tilt Hij ons uit de illusie van dualiteit en brengt ons terug naar de absolute eenheid van de Hemel, die we in werkelijkheid nooit hebben verlaten.

Hoewel het proces van het ongedaan maken van de splitsingen hier beschreven wordt alsof het lineair verloopt, is dat in werkelijkheid niet zo. Want het wonder, of het heilig ogenblik, dat betrokken is bij het ongedaan maken van de tweede, derde en vierde splitsing doet zich voor buiten ruimte en tijd. Daarom is onze ervaring dat we in de tijd telkens heen en weer bewegen tussen de verschillende niveau’s van de splitsingen. De Heilige Geest lijkt bijvoorbeeld al in het begin van ons werk met de Cursus deel uit te maken van ons genezingsproces. Toch zullen we de aard van Zijn werkelijkheid niet echt begrijpen voordat we de aard van de gespleten denkgeest vollediger begrijpen. En hoewel we in toenemende mate herkennen dat onze enige werkelijke keuze in de denkgeest wordt gemaakt, worden we nog steeds gevangen in slachtoffer rollen in de wereld en moeten we onszelf eraan herinneren dat we werkelijk hetzelfde zijn als al onze broeders en zusters.

Als je geïnteresseerd bent in een diepgaande verkenning van de vier splitsingen, dan verwijs ik je graag naar de audiocassettes Separation and Forgiveness: The Four Splits and Their Undoing, en naar deel I, ‘All Are Called’ van het tweedelige boek The Message of A Course in Miracles (beide publicaties door Kenneth Wapnick).