Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#609: De ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’ in relatie tot het ego concept

Ik ben erin geïnteresseerd hoe de meervoudige persoonlijkheidsstoornis (MPS) strookt met het concept van het ego. Volgens mij is de MPS een ego dat op de een of andere manier versplinterd is. Is het voor een persoon ook mogelijk MPS te ervaren als gevolg van trauma’s in vorige levens?

Antwoord: Het ego is de gedachte van versplintering en afscheiding. Toen de Zoon in slaap leek te vallen en een droom van afscheiding leek te dromen was hij (en is hij nog altijd) één denkgeest. Maar als deel van de verdediging tegen de schuld en angst in de denkgeest, omdat hij de liefde vernietigd had en bang was voor vergelding van zijn zonde, leek de denkgeest van de Zoon te versplinteren in miljoenen schijnbaar afgescheiden kleine fragmentarische denkgeesten, teneinde zich voor God te verbergen.

Het volgende citaat uit “De substituutwerkelijkheid” (T18.I) in Een cursus in wonderen geeft dit idee weer: “Angst is een emotie die zowel versplinterd als versplinterend is. . . . Jij die gelooft dat God angst is, hebt slechts één enkele substitutie gepleegd. Die heeft vele vormen aangenomen, want het was de vervanging van waarheid door illusie, van heelheid door fragmentatie. Ze is zo versplinterd geraakt en onderverdeeld en keer op keer opnieuw verdeeld, dat het nu vrijwel onmogelijk is te zien dat ze ooit één was, en nog steeds is wat ze was. Die ene dwaling, die waarheid naar illusie, oneindigheid naar tijd, en leven naar de dood heeft gebracht, was het enige wat jij ooit hebt gemaakt. Heel je wereld rust hierop. Alles wat je ziet is er een weerspiegeling van, en elke speciale relatie die je ooit hebt gevormd maakt er deel van uit” (T18.I.3:3, 4). En zo kan ieder van ons beschouwd worden als een van de personen in de meervoudige persoonlijkheidsstoornis van de Zoon, dat het resultaat was van de versplintering van de oorspronkelijke fragmentatie- of afscheidingsgedachte (deze relatie is eerder besproken in V#165).

Als dit proces iets kan voortbrengen wat afzonderlijke individuele denkgeesten lijken – zoals wij onszelf ervaren, ieder geïdentificeerd met een afzonderlijk lichaam (of een veelvoud van lichamen in verschillende levens) – dan is er geen reden waarom dat proces van versplintering niet ook een veelvoud aan persoonlijkheden kan voortbrengen, afgesplitst van één individuele denkgeest, die hetzelfde lichaam lijken te delen. De Cursus maakt duidelijk dat de denkgeest niet in het lichaam is (T27.VIII.7:1, T28.II.2:8, WdI.167.6:1-3). Het lichaam is niets meer dan een projectie van de denkgeest. Dus kan een versplinterde denkgeest, die verder versplinterd is in een veelvoud van persoonlijkheden, een enkel lichaam projecteren waar al die fragmenten zich mee identificeren.

Het kan lijken alsof gebeurtenissen in het leven van het lichaam de katalysator zijn voor het versplinteringproces in MPS. Maar deze gebeurtenissen zijn in werkelijkheid alleen maar specifieke symbolen voor de angst en schuld in de denkgeest die het gevolg zijn van het oorspronkelijke waanzinnige idee van afscheiding. Die gebeurtenissen uit een of uit meerdere levens herinnert de denkgeest aan die traumatische oorspronkelijke aanval op liefde. Deze herinnering brengt de verdediging teweeg die een verdere afscheiding, of versplintering veroorzaakt binnen de gespleten denkgeest. Alle versplintering vond plaats in dat éne ogenblik van aanval en op datzelfde moment werd de afscheiding ook genezen. Dus nu kiezen wij allemaal er alleen maar voor opnieuw in de denkgeest te brengen wat al voorbij is (WdI.158.3,4, H2.2,3).

Of we nu spreken over MPS in een individuele denkgeest of in de denkgeest van het Zoonschap als geheel, genezing zal hetzelfde zijn: opnieuw integratie in de ene denkgeest van de ogenschijnlijk gescheiden fragmenten die geloven dat ze een geïsoleerd, onafhankelijk bestaan leiden. Tijdens het proces wordt de illusoire aard van schijnbaar gescheiden fragmenten herkend waardoor ze worden bevrijd en niet langer nodig zijn als verdediging tegen de schuld en de angst in de denkgeest. Degenen met een diagnose MPS uiten soms verdriet of angst over het dreigende verlies van sommige van hun persoonlijkheden. Dit weerspiegelt dezelfde angst die we allemaal ervaren omdat het zelf, waar we ons mee identificeren en dat we bij naam noemen, verdwijnt wanneer we waarlijk vergeven. Maar als we dat punt in ons vergevingsproces bereiken, zijn we niet langer met dit onware, illusoire zelf geïdentificeerd, en beseffen we dat we niets opgeven (T16.VI.11:1-4)!