Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#606: Ik voel nog altijd een innerlijk conflict wanneer ik met mensen spreek die een ander spiritueel pad volgen en ik mezelf met hen vergelijk

Ik bestudeer Een cursus in wonderen sinds 1989. Verschillen doen er niet toe; dat is telkens weer mijn les. Dit is vanzelfsprekend een proces, en niet gemakkelijk. Ik voel me vaak niet helemaal open wanneer ik ‘rustig glimlach’ en ‘niets doe’. Ik voel me nog steeds superieur wanneer ik hoor welk pad sommige andere mensen volgen, terwijl ik het pad van de Cursus ga. Aan de andere kant voel ik me inferieur als ik mensen spreek die een andere weg gaan, en die heel saamhorig en vredig bij mij overkomen. Ik begrijp dat de Cursus zegt dat er niets hoeft te gebeuren en dat ik hier gewoon met Jezus naar moet kijken. Hier is beslist een strijd gaande tussen de juist-gerichte en de onjuist-gerichte denkgeest. Ik merk dat ik me nog steeds voornamelijk in mijn onjuist-gerichte denkgeest bevind. Het lijkt zo’n langdurig proces! Maar ik ben me daar tenminste van bewust. Kun je hier iets over zeggen? Haal ik niveaus door elkaar?

Antwoord: Het klinkt niet alsof je niveaus door elkaar haalt. De Cursus beoefenen voelt soms aan als een heel lang proces. Maar tijd is relatief, en vijftien jaar is niet erg lang, wanneer je in overweging neemt hoeveel mensenlevens er nodig waren om jou op dit punt van verwarring te brengen! Jouw ervaring vergelijken met die van anderen, of ze nu hetzelfde pad of andere paden volgen, is een ego truc! We zijn eenvoudigweg niet in een positie om iets over onszelf of over anderen te beoordelen, hoewel ons ego hier beslist anders over denkt. Maar in onze juist-gerichte denkgeest is dat besef een opluchting, want het bevrijdt ons van de zware verantwoordelijkheid te proberen te begrijpen wat er gebeurt – er gebeurt niets (T18.IV.7)!

Besef ook dat de strijd tussen de juist- en de onjuist-gerichte denkgeest éénzijdig is. Alleen het ego levert strijd. De Heilige Geest gaat nooit de strijd aan (T14.VII.5:2-3), want Hij kent de machteloosheid van het ego, en weet dat er waarlijk niets is om over te vechten. Dat besef helpt je te ontspannen, en het proces zich eenvoudigweg te laten ontvouwen. Er hoeft niets te worden geforceerd.

Omdat ons deel in het proces zo eenvoudig is – wat niet wil zeggen gemakkelijk – zijn we geneigd de macht af te wijzen van het gewoon zonder oordeel naar het ego kijken. Ons ego, koortsachtig bezig met onophoudelijke activiteit tegen elke prijs, op kruistocht om dingen recht te zetten en de wereld – zijn thuis, niet dat van ons – tot een beter oord te maken, is blij met de onderschatting van onze macht. Maar het Handboek voor Leraren wijst ons erop dat een leraar van God het zich kan veroorloven geduldig te zijn wanneer hij weet dat de afloop vast staat (H4.VIII.1:1-4).