Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#603: Moet ik om hulp vragen voor specifieke vormen van schuld, of voor de bredere, onderliggende ontologische schuld?

Je zegt: “Als ik de Heilige Geest kies, dan zal ik leren dat ik nu de mogelijkheid heb een andere keuze te maken ten aanzien van de schuld, die naar ik geloof in mijn denkgeest verborgen ligt. En dan kan ik de schuld loslaten en prijsgeven aan het genezende licht van vergeving, in plaats van eraan vast te blijven houden en hem in een vermomde vorm te projecteren” (V#385). Moeten we ons bewust zij van de specifieke schuld of reden achter een situatie? Of volstaat dat we kijken naar de schuld en de straf waar de Cursus over spreekt, omdat we ons ware Zelf ontkend en onze Vader afgewezen hebben – altijd dezelfde reden – en de Heilige Geest vragen hier met ons naar te kijken? Is dat genoeg, of moeten we wachten op een specifiek antwoord van de Heilige Geest op een specifieke situatie en Hem dan vragen bij ons te zijn? Wanneer ik vraag hoe ik naar diverse situaties moet kijken, ongeacht hoe verschillend ze zijn, komen alleen maar de woorden in mijn gedachten die ik al in Een cursus in wonderen gelezen had. Ik krijg nooit een specifiek antwoord, zoals ‘je straft jezelf omdat je gemeen of zelfzuchtig (of wat ook) was bij de een of andere gebeurtenis’. Met andere woorden: ik kan nooit een reden vaststellen vanuit de wereld van vorm. Als zo’n situatie zich dan opnieuw voordoet, voel ik dat ik fout handelde, maar ik ben er helemaal niet zeker van of ik resultaat of vooruitgang boek, noch op het niveau van de denkgeest, noch op dat van de vorm. Kun je me hiermee helpen?

Antwoord: Het enige probleem dat we moeten aanpakken is de onderliggende ontologische schuld in de denkgeest over ons geloof dat we ons van God hebben afgescheiden, en in dat proces Hem hebben aangevallen en vernietigd. Maar hoe we ons van die schuld bewust worden, hangt af van hoe onze denkgeest die gemaskeerd heeft door het buiten de denkgeest te projecteren, op ons lichaam of op andere lichamen in de wereld. Meestal beginnen we met onze reacties op specifieke situaties of gebeurtenissen, of onze herinneringen eraan. Het ego heeft er heel knap maar misleidend voor gezorgd dat we deze waarnemen als de oorzaak van onze gevoelens, zodat we niet naar de denkgeest kijken.
Hier geeft de Heilige Geest het ego een koekje van eigen deeg. Wat in de wereld werd gemaakt als een uitvlucht en een rookgordijn om de schuld in de denkgeest verborgen te houden, wordt een symbool van die verborgen schuld, en dus een middel om de aandacht terug te brengen naar de denkgeest, waar we er ons weer van bewust kunnen worden. Maar om deze omkering (T28.II; WdI.11.1) te laten werken, moeten we bereid zijn de interpretatie van de Heilige Geest te aanvaarden in plaats van die van ons. Dat betekent: erkennen dat we het mis hebben met onze conclusie over wat er gebeurd is.
De ontologische schuld in onze denkgeest wordt in vele vormen geprojecteerd – bijvoorbeeld ziekte in ons eigen lichaam (waar V#385 over gaat), woede naar anderen toe omdat ze ons op de een of andere manier gekwetst hebben, of schuld over wat we denken anderen te hebben aangedaan. Al deze vormen dienen het ego doel, want ze houden onze aandacht op de buitenwereld gericht, in plaats van op onze eigen denkgeest vanbinnen. Maar wanneer we accepteren dat het slechts symbolen zijn van de onderliggende schuld in onze denkgeest die naar buiten wordt geprojecteerd, dan kunnen we terugkeren naar de bron van het probleem. Door ons in de juist-gerichte denkgeest met Jezus of de Heilige Geest te verbinden, kunnen we de illusoire schuld, die over de liefde ligt, loslaten.
Het is dus, om je vraag te beantwoorden, niet nodig je bewust te zijn van de specifieke gedachte of het specifieke oordeel achter de schuld die je in een bepaalde situatie ervaart. Het feit dat je je schuldig (of boos, of ziek) voelt is alles wat je moet herkennen en erkennen. Maar je wilt eerlijk tegenover jezelf zijn en niet op de een of andere onbewuste manier weigeren te kijken naar de specifieke reden voor de schuld omdat je denkt dat dat te pijnlijk of te moeilijk is (zie V#335). Jezus bespreekt deze kwestie in het kader van angst, maar het is ook op schuld van toepassing, in de volgende passage: “Het is niet nodig om angst te volgen langs alle kronkelwegen waarmee hij zich ondergronds ingraaft en zich in het duister schuilhoudt, om vervolgens tevoorschijn te komen in vormen die totaal verschillen van wat hij is. Maar het is wel nodig elk afzonderlijk te onderzoeken zolang je aan het principe wilt vasthouden dat ze allemaal regeert. Wanneer je bereid bent ze niet als afzonderlijk te beschouwen, maar als de verschillende verschijningsvormen van een en hetzelfde idee, een dat jij niet wilt, verdwijnen ze tezamen” (T15.X.5:1-3).
Anders gezegd: je wilt het intellectueel begrijpen van een Cursusprincipe niet gebruiken als een manier om je niet bewust te worden van de kwaadaardigheid van het ego. Als je jezelf toestaat de onwaardigheid, de zelfverachting, het gevoel van ontoereikendheid, elke uiting van schuld te voelen, en niet voor deze gevoelens terugdeinst maar er open en eerlijk naar kijkt, dan is de speciale reden die het ego aan je gevoelens geeft niet echt belangrijk.
Het feit dat je vindt dat je dezelfde fouten herhaalt en niet echt op enig niveau vooruitgang boekt kan een aantal dingen weerspiegelen. Zoals al opgemerkt: als je het idee van de minder specifieke, meer abstracte schuld in de denkgeest gebruikt als een manier om niet te kijken naar wat je werkelijk over jezelf gelooft, dan is het best mogelijk dat je wenst om zo eerlijk mogelijk tegenover jezelf te zijn wat betreft je bereidheid de duisternis aan het licht te brengen. Dat is inderdaad een heel beangstigend proces voor een denkgeest die zich met het ego vereenzelvigt.
Maar het kan ook zijn dat je onredelijk ongeduldig met jezelf bent – tenslotte herinnert Jezus ons eraan dat wij onze vooruitgang niet kunnen beoordelen (T18.V.1:4-6). Alleen omdat ik in een oude vertrouwde situatie merk uit mijn vrede te geraken betekent niet dat ik bij een eerdere gelegenheid een mislukkeling was, toen ik dacht dat ik mijn schuld in een heilig ogenblik los kon laten. Maar mijn ego wil dat ik dat over mijzelf geloof. Want dan is er weinig reden voor hoop en goede reden voor wanhoop, een resultaat dat het ego zeer waardeert.
Dus moet je in gedachten houden dat jouw deel eenvoudig is het blootleggen van de duisternis: herkennen, wanneer je zonde en schuld in diverse vormen op je lichaam of op de wereld projecteert, dat deze zich in je eigen denkgeest bevinden. De zachtaardige liefde van de Heilige Geest bevrijdt jou van de zonde en schuld, als je deze aan Hem geeft. Als je alleen dit doet, kun je erop vertrouwen dat je de juiste ladder beklimt, die je naar huis leidt. Je hoeft je niet te bekommeren over het aantal sporten of over hoeveel stappen je moeten zetten.