Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#601: Is ‘openbaring’ mogelijk zonder in een staat van Christusbewustzijn te zijn?

De Bijbel culmineert in de Openbaring. Een cursus in wonderen is bedoeld om ons voort te helpen langs de weg naar de openbaring van het goddelijke kennen van onszelf als de Christus. Is dat wat de Cursus bedoelt met openbaring? Als dat zo is, is deze ervaring dan mogelijk als we nog in het lichaam zijn, wordt het waargenomen in het Christusbewustzijn?

Antwoord: Wat de Cursus met openbaring bedoelt is niet hetzelfde als wat de Bijbel leert. De Openbaring van Johannes in het Nieuwe Testament spreekt over een toekomstige gebeurtenis, geassocieerd met de Wederkomst van Jezus en het einde van de wereld. Het is gebaseerd op geloof in de werkelijkheid van de wereld, het lichaam, en de verlossing van zonde. In Een cursus in wonderen wordt onder openbaring verstaan de ervaring van Gods Liefde, altijd in communicatie met de Zoon, die nooit is veranderd.

Openbaring kan worden ervaren wanneer we nog in het lichaam zijn, maar het is niet van het lichaam. Zij wordt gecommuniceerd vanuit God, en wordt daarom ervaren door de denkgeest, in plaats van waargenomen. “Ze gaat uit van God naar jou, maar niet van jou naar God” (T1.II.5:5). Openbaring is mogelijk omdat de afscheiding geen werkelijkheid is en wij, in waarheid, één zijn met de Vader. In deze zin is openbaring onze natuurlijke staat, die we in ons bewustzijn hebben geblokkeerd omdat we er tégen kozen. “Je hebt jezelf de hoogst onnatuurlijke gewoonte aangeleerd niet te communiceren met jouw Schepper” (T14.III.18:1). Maar de Vader communiceert altijd met Zijn Zoon (ons): “God heeft iedere denkgeest geschapen door Zijn Denkgeest aan hem mee te delen en hem zo voor eeuwig aan te stellen als kanaal voor de ontvangst van Zijn Denkgeest en Wil” (T4.VII.3:7).

Omdat de communicatie met God nooit verbroken is, is het niet onze functie om te streven of te zoeken naar openbaring, “. . . maar enkel in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt [tegen liefde en tegen openbaring]. Het is niet nodig te zoeken naar wat waar is, maar wel naar wat onwaar is” (T16.IV.6:1,2).

Als altijd komen we terug bij onze enige taak, namelijk vergeving. Dit betekent dat we bereid zijn om in al onze gedachten over oordeel en aanval onze eigen angst voor de openbaring van liefde te herkennen. Dan kunnen we onze waarneming door de waarneming van de Heilige Geest laten vervangen; dan wordt wat geblokkeerd was aan het licht gebracht. Het is belangrijk trouw te zijn aan het vergevingsproces zoals Jezus dat in de Cursus leert. Alleen op deze manier wordt de afscheidingsgedachte genezen, angst verminderd, en worden we zoals Jezus ons zegt “steeds minder genegen” de ervaring waar hij ons heenleidt “te ontkennen” (T11.VI.3:6). “De openbaring dat de Vader en de Zoon één zijn zal mettertijd tot iedere denkgeest komen” (WdI.158.2:8).

Zoals bij eerdere vragen besproken, wordt de term Christusbewustzijn in de Cursus niet gebruikt. Bewustzijn is de conditie van de afgescheiden of gespleten denkgeest, die waarneemt. Onze identiteit als Christus is onze waarheid die gekend wordt, niet waargenomen; die ligt zo wie zo buiten het gebied van bewustzijn. (Zie: T3.IV.2, T3.III.1:10, T11.VIII.8,9).