Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#786 Licht laten schijnen op al onze gedachten

Is het de bedoeling van Een cursus in wonderen dat we geconfronteerd worden met onze duisternis tot we een plotselinge verschuiving naar liefde en eenheid bereiken? Zal ik uiteindelijk eensklaps en voor altijd een beslissing nemen ten gunste van de liefde? Nadat ik een tijdje bezig was met de studie van de Cursus, begon ik de negatieve dingen te ervaren die ik voordien voor mezelf verborgen had gehouden. Dit heeft me het gevoel gegeven dat ik de Cursus moet opgeven. Ik weet niet goed wat ik moet doen. Als ik mijn aandacht alleen op liefde richt, ontken ik dan woede, wellust, hebzucht, enz.?

Antwoord: Wanneer de denkgeest voor de afscheiding kiest, is zijn eerste zorg erna te ontkennen dat hij die keuze heeft gemaakt. Deze ontkenning is doorslaggevend voor het succes van het ego om de illusie van de afscheiding de schijn van werkelijkheid te geven. Ontkenning is dan ook de basis voor het denksysteem van het ego. Daaruit volgt dat een van de meest belangrijke stappen om het geloof in het ego ongedaan te maken, is bloot te leggen wat ontkend is. Als het aan het licht is gebracht, wordt het niet langer ontkend. Daarom zegt Jezus: “Niemand kan ontsnappen aan illusies tenzij hij ernaar kijkt, want door er niet naar te kijken worden ze beschermd. … We zijn klaar om het denksysteem van het ego nader te bekijken, want samen hebben we de lamp die het zal verdrijven, en aangezien je beseft dat jij het niet wilt, moet je wel klaar zijn. Laten we heel gerust zijn wanneer we dit doen, want we zoeken slechts eerlijk naar de waarheid. De ‘dynamiek’ van het ego zal een tijd onze les zijn, want we moeten hier eerst naar kijken om erdoorheen te kunnen zien, aangezien jij het werkelijkheid hebt verleend. We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken, en vervolgens naar de waarheid kijken die erachter ligt (T11.V.1:1; 3-6). Zoals jij ook ervaren hebt, begint het kijken met een erkenning van de onderdrukte haat die de angst en de schuld maskeert; die zijn het gevolg van de keuze te geloven dat de afscheiding werkelijk is en dat speciaalheid de voorkeur heeft boven eenheid.

Dieper van binnen, en verscholen onder de schuld en de angst, is de herinnering van Gods Liefde waarvan Jezus zegt dat wij daar in werkelijkheid bang voor zijn: “Je bent niet in ernstige mate verontrust door je vijandigheid. Je houdt die verborgen omdat je banger bent voor wat ze bedekt. Je zou zelfs zonder angst naar de donkerste hoeksteen van het ego kunnen kijken, als je niet geloofde dat je, zonder het ego, iets in jezelf zou vinden waar je nog banger voor bent. Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing” (T13.III.1:7-11). Alle plannen van het ego zijn dan ook ontworpen als verdediging tegen de herinnering van Liefde / tegen onze verlossing. Ze vormen de lagen van ontkenning en verdediging, en de Cursus leidt ons ertoe om die bloot te leggen via het bestuderen en beoefenen van wat hij onderwijst. Als we weerstand bieden om naar de duisternis van binnen te kijken, is dat een camouflage voor de weerstand om naar het licht van binnen te kijken, en dat wordt door studenten van de Cursus dikwijls ervaren als de wens om zich van het boek te ontdoen. Wat je dilemma betreft, ben je beslist niet alleen.

Het is belangrijk om met zachtheid door het proces van ‘blootlegging’ te gaan, en het is heel belangrijk om in gedachten te houden wat Jezus ons zo nadrukkelijk zegt: “Wees niet bang voor het ego” (T7.VIII.5:1). Maar toch moet onze aandacht gericht worden op wat het heeft gemaakt: “Je kunt de beletselen voor ware visie niet opzijschuiven zonder ernaar te kijken, want opzijschuiven betekent ertegen oordelen. Als jij wilt kijken, zal de Heilige Geest oordelen, en Hij zal waarlijk oordelen. Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet met Zijn licht doen verdwijnen, want je hebt het Hem niet gegeven, en Hij kan het niet van jou wegnemen” (T12.II.9:6-8). Om de Heilige Geest toe te laten een oordeel te vellen over waar we naar kijken, moeten we er zelf naar kijken zonder een eigen oordeel te vellen. Wanneer we bang worden of van slag raken als we de fratsen van het ego zien, komt dat doordat we ze als zondig beoordeeld hebben en ze serieus hebben genomen. Dit houdt de schuld in stand die ons in de illusie geworteld houdt, garandeert een stevige greep op speciaalheid, en houdt de Heilige Geest buiten beeld. Zo worden schuld en angst levend en wel gehouden, en wordt de aanwezigheid van liefde buiten het bewustzijn gehouden.

Liefde hoeft niet gezocht te worden, want ze is nooit verloren. De nadruk ligt op het wegnemen van de angst, waardoor het licht van de liefde de duisternis verjaagt. Dan zal liefde de plaats van angst innemen, omdat ze er al altijd is geweest: “Jij die de liefde hebt proberen uit te bannen, bent daar niet in geslaagd, maar jij die ervoor kiest angst uit te bannen, moet wel slagen. …Wanneer we angst hebben overwonnen – niet door die weg te stoppen, niet door die te bagatelliseren, en evenmin door de volle draagwijdte ervan op enige wijze te ontkennen – is dit wat je werkelijk zult zien” (T12.II.9:1; 5; onze cursivering). Als de angst wijkt en de speciaalheid van het ego minder aantrekkelijk wordt, wordt het gemakkelijker er niet voor te kiezen. Dit leerproces voltrekt zich geleidelijk, en is geen plotselinge ‘sprong’ naar het juiste denken. De oordelen, grieven en beschuldigingen die als obstakels dienen, worden weggenomen door de keuze er niet aan vast te houden. Maar eerst moeten ze worden herkend. Liefde kan niet worden geopenbaard als boosheid, hebzucht of enige vorm van angst wordt ontkend. Nogmaals, ontkenning houdt de angst op zijn plaats en die houdt liefde buiten het bewustzijn. We moeten onze aandacht alleen richten op wat Jezus onderwijst: “Laat geen enkele pijnlijke plek voor Zijn licht [dat van de Heilige Geest] verborgen blijven, en doorzoek je denkgeest zorgvuldig op elke gedachte die je misschien niet aan het licht durft brengen” (T13.III.7:5). En wat verder in het Tekstboek zegt hij ons: “Je hoeft de spiegel slechts helder te houden en vrij van alle beelden van verborgen duisternis die jij erop getekend hebt. God zal er uit Zichzelf op schijnen” (T14.IX.5:5-6).