Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#780 Het lichaam is niet werkelijk en toch blijf ik er diep in geworteld

Een cursus in wonderen is er heel duidelijk over dat het lichaam niets is, niets voelt en dat pijn een maaksel van de denkgeest is. Dit gezegd zijnde, kom ik terug op mijn vraag. In het antwoord op V#542 schreef u: ‘Het is dus zelfs mogelijk een been te breken en niet alleen er niet van uit je evenwicht te raken, maar ook geen pijn te voelen, wanneer onze vereenzelviging door middel van het oefenen in vergeving mettertijd verschuift van ons lichaam naar onze denkgeest.’ En V#545 ‘Wat gebeurde er met het lichaam van Jezus aan het einde van zijn aardse ‘leven’, illustreert dit principe. Zijn lichaam stelde geen enkele gedachte aan dood of ziekte of pijn in zijn denkgeest voor, aangezien zijn denkgeest vrij van schuld was. Hij gebruikte zijn lichaam niet om in zijn denkgeest een geloof in zonde en slachtofferschap te versterken (T6.I.5) – en dus bleef het in zijn waarneming integer, ongeacht hoe de vorm ervan veranderd leek te zijn’.

Als ik mijn been breek, voel ik hevige pijn ook al zegt de Cursus dat dit fysiek onmogelijk is, omdat er geen been is dat kan breken. V#542 zegt dat een verschuiving van het lichaam naar de denkgeest alleen tot stand komt door het oefenen in vergeving, en dat is volgens wat ik begrijp mijn broeder vergeven voor wat hij niet heeft gedaan. Dat wil zeggen: er is niets gebeurd en er is geen reactie vereist.

In de geschiedenis wordt verhaald van Jezus die een verschrikkelijk dood stierf op een kruis, wat moet betekenen dat mijn denkgeest zijn gedachten over hemzelf niet heeft aanvaard, maar in plaats daarvan ervoor heeft gekozen hem te vernietigen om redenen die u al dikwijls in dit forum heeft vermeld. Hierin schuilt de frustratie. Op intellectueel vlak begrijp ik dat wat ik hem aandoe, ik mezelf aandoe, maar na vele jaren oefening, blijf ik toch diep geworteld in de wereld.

Antwoord: Wat ben je toch hard voor jezelf! Het kan behulpzaam zijn als je de metafysische principes van de Cursus begrijpt en weet waar Jezus ons uiteindelijk naartoe leidt, maar niet als we de uitleg ervan over wat de laatste stappen zullen zijn van onze genezing als maatstaf gebruiken om onszelf nu te beoordelen, en het klinkt alsof jij dat nu doet. Het feit dat Jezus wist dat hij niet zijn lichaam was (T6.I.4) betekent in geen geval dat hij nu onmiddellijk van ons verwacht dat wij onszelf als iets anders dan een lichaam aanvaarden en ervaren, wanneer we wat hij over vergeving onderwijst, in praktijk beginnen te brengen. Hij vraagt niet te ontkennen dat we de pijn die we in ons lichaam lijken te voelen, als heel werkelijk ervaren, en ook niet dat we ontkennen dat wat onze broeders ons ogenschijnlijk aandoen, ook heel werkelijk lijkt en gevolgen voor ons heeft.

Jezus vraagt alleen dat we dat we onze interpretatie van alles wat we ervaren in twijfel beginnen te trekken en open staan voor een alternatieve verklaring, die moet komen van buiten ons denksysteem dat op het ego / op het lichaam is gebaseerd. En voor we de omslag kunnen maken, moeten we eerst het doel begrijpen dat schuilgaat achter de interpretaties die we nu als lichaam aan al onze ervaringen geven. Wij willen dat die pijn in ons lichaam wordt ervaren en we willen anderen zien als degenen die ons aanvallen, zodat we het slachtoffer kunnen blijven van krachten buiten onze controle. En daardoor zijn we ons niet bewust van de werkelijke oorzaak van onze pijn – onze beslissing om onszelf afgescheiden van liefde te zien. Maar nogmaals, Jezus vraagt ons niet dat we ons bij zijn interpretatie van ons leven aansluiten, maar wel dat we bereid zijn in twijfel te trekken of die van ons wel gegrond is. Hij biedt de zijne aan, niet om ons ertoe te dwingen op dezelfde manier naar situaties te kijken als hij doet, maar alleen maar zodanig dat we kunnen beginnen inzien dat er een heel redelijk alternatief is voor onze interpretatie.

Als ik denk dat het mijn onmiddellijk doel is te zien dat het lichaam niets is, pijn onwerkelijk is en mijn broeder me niets aandoet, zal ik vinden dat de Cursus een heel frustrerend proces is en heel ondermijnend voor mezelf. En dan zou Jezus een onredelijke leraar zijn als dit de verwachtingen zijn die hij voor mij koestert. Maar dat zijn ze niet. De Cursus is bedoeld om een heel zachtaardig proces te zijn, dat begint met ons te vragen onszelf te aanvaarden waar we denken te zijn. En hij vraagt ons ook bereid te zijn eerlijk tegenover onszelf te zijn over wat het resultaat is geweest, zolang we zelf de leiding bleven houden over ons eigen geluk. Want als we eerlijk zijn, zullen we moeten toegeven dat we het er niet zo goed van af hebben gebracht. Door te erkennen dat we er zelf niet in geslaagd zijn om vrede en geluk te bereiken, zullen we bereid zijn toe te laten dat Jezus de leiding krijgt over de gedachten in onze denkgeest. En dat is al waar vergeving werkelijk om gaat – het loslaten van onze eigen oordelen over en interpretaties van de gebeurtenissen en mensen in ons leven, zodat Jezus ons een alternatieve interpretatie kan bieden die geen versterking is van de afscheiding en de schuld.

Mettertijd zullen we – als deel van het levenslange proces van het oefenen in vergeving – steeds minder investeren in onze eigen interpretatie van wat er ons overkomt en, in het bijzonder, wie en wat we ervoor verantwoordelijk houden dat we ons ongelukkig voelen. We zullen in toenemende mate bereid zijn ons af te keren van het geloof in schuld in onze denkgeest en, als gevolg daarvan, zullen we er steeds minder behoefte aan hebben die schuld buiten onze denkgeest op anderen en op ons eigen lichaam te projecteren. Als neveneffect van het vergevingsproces zullen we heel geleidelijk merken dat we, ook al zijn we daar niet op gericht, ons minder met het lichaam en zijn behoeften vereenzelvigen, en we zullen steeds meer inzien dat alle pijn uit een gedachte in de denkgeest voortkomt en niets met het lichaam te maken heeft. Maar dit inzicht is niet ons beginpunt, en we zullen dat pas ervaren wanneer we ver genoeg gevorderd zijn op het pad van vergeving.

De meeste geleerden die het Nieuwe Testament bestuderen zijn het er trouwens over eens dat de verslagen in de evangeliën over de dood van Jezus niet geschreven werden door ooggetuigen die deze gebeurtenissen uit zijn leven hebben meegemaakt. Voorzover de verhalen bedoeld waren om werkelijke gebeurtenissen af te schilderen, waren ze dus zeker gekleurd door de projecties van degenen die ze vertelden en die geloofden in de werkelijkheid van zonde, schuld, pijn, lijden en het lichaam, zoals hun theologie duidelijk aantoont. En in de mate dat we diezelfde theologie van het ego aanvaarden, zullen wij ook geloven dat Jezus bij zijn kruisiging heeft geleden en dat wij er op de een of andere manier verantwoordelijk voor zijn. Het feit dat hij in onze denkgeest leeft (T11.VI.7:3-4), geen beschuldigingen uit en alles volkomen aanvaardt, lijkt op iets anders te duiden, en zijn woorden in “De boodschap van de kruisiging” (T6.I) verschaft die alternatieve interpretatie. En zolang je gelooft dat wat jij Jezus hebt aangedaan, je ook jezelf aandoet, is zijn boodschap dus dat we hem niets aangedaan hebben, en mettertijd, naarmate we beginnen te leren vergeven, zullen we dus tot het inzicht komen dat we onszelf niets hebben aangedaan.