Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#774 Hoe kan ik pijnlijke herinneringen uit het verleden loslaten?

Ik begrijp dat Een cursus in wonderen als fundamenteel doel heeft de waarneming, en van daaruit de ervaring een nieuwe richting te geven. Ik kan dit op een intellectueel niveau wel vatten, maar ik voel me hierdoor toch emotioneel gehandicapt. Er zijn een aantal dingen uit mijn verleden die nog altijd in mijn gedachten blijven hangen en me soms erg neerslachtig maken, en ik heb er veel moeite mee om me ervan bevrijden. Hoe kan ik ze loslaten? Is het voldoende dat ik er niet meer aan denk’? Moet ik het negeren alsof het niet bestaat? Af en toe lijken deze problemen weer de kop op te steken en ben ik blijkbaar niet in staat mijn eigen reacties te herstellen. Ze zijn uiterst vermoeiend en hebben onplezierige gevolgen voor mijn relaties. Help me alstublieft!

Antwoord: Het is heel belangrijk het doel in beeld te brengen om te begrijpen wat er gebeurt. Jezus zegt ons: “De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust. Ze kan niet komen waar conflicten zijn, want een denkgeest in oorlog met zichzelf herinnert zich eeuwige zachtmoedigheid niet” (T23.I.1:1-2). Een deel van ons wenst dat we ons onze ware Identiteit in God herinneren, en een deel ervan is bang om onze valse identiteit los te laten, zodat we ons de waarheid zouden herinneren. Die angst maakt dat we dingen doen die onze denkgeest ervan weerhouden in rust te zijn, zoals Jezus in het citaat aanduidt. Dat zijn onze verdedigingen, en we hebben allemaal een grabbelton die er vol van zit, en waar we iets uitnemen op het moment dat die angst omhoog komt en ons bedreigt. Een heel effectieve verdediging is je pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden te herinneren, dit is de ‘favoriet’ van veel studenten. Ons het verleden herinneren dient dus een doel, want dan beginnen we geobsedeerd te raken door wat er jaren geleden is gebeurd, alsof het op dit moment gebeurt, en blijft er geen enkele twijfel over bestaan dat we een lichaam zijn, de onschuldige slachtoffers van wat ons is aangedaan – of we herinneren ons hoe we anderen op wrede manier tot slachtoffer hebben gemaakt. We beseffen niet dat dit een verdediging is die bewust wordt gekozen, net als alle verdedigingen – een belangrijke dynamiek die Jezus aan het begin van Les 136 (WdI.136) beschrijft. In een tot nadenken stemmende paragraaf in het Tekstboek – “Het nu-geheugen” – wijst hij ook hier op: “Herinneren is even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is” (T28.I.2:5). Waarom worden er bepaalde gebeurtenissen uit het verleden tot het bewustzijn gebracht, terwijl er nog zoveel andere dingen plaatsvonden?

De paragraaf in het Tekstboek getiteld “Schaduwen van het verleden” (T17.III) geeft ook een verhelderend beeld van de manier waarop het ego het verleden gebruikt om de overtuiging in onze denkgeest te versterken dat we afgescheiden zijn. Elders in het Tekstboek onderwijst Jezus ons hoe tegengesteld aan de Heilige Geest het ego gebruik maakt van tijd. Voor het ego “is de tijd niets anders dan een leermiddel voor het ophopen van schuld, tot die allesomvattend is geworden en om eeuwige wraak schreeuwt. De Heilige Geest wil dit alles nu ongedaan maken. Angst hoort niet bij het heden, maar alleen bij het verleden en de toekomst, die niet bestaan” (T15.I.7;7; 8:1-2). De bespreking gebeurt in de context van de onbeheerste behoefte van het ego om zijn doctrine van zonde, schuld, verdoeming en hel in leven te houden. De tijdlijn werd voor dit doel door het ego bedacht. De Heilige Geest maakt echter gebruik van de tijd om ons te onderwijzen hoe we alleen van Hem kunnen leren om “geen bekommernissen, geen zorgen en geen angsten te hebben, maar gewoon de hele tijd volkomen kalm en vredig te zijn” (T15.I.1:1)

Wanneer je eenmaal beseft waartoe het dient om je het verleden te herinneren, kun je er gewoon naar kijken en vervolgens stil blijven staan bij het doel van deze herinneringen in plaats van bij de wonden uit het verleden. Wanneer je niet langer wilt dat je herinneringen in het heden aan deze wonden uit het verleden dat doel dient, is het gemakkelijker om ze los te laten. Maar je moet nooit proberen jezelf ervan te overtuigen dat iets niet bestaat als dat je nog altijd pijn doet. Dat zal de situatie alleen maar erger maken. “Vecht niet tegen jezelf”, zo benadrukt Jezus (T30.I.1:7). Het is goed verdedigingen te hebben. Ze vormen niet het probleem; het probleem is dat wij denken dat we ze nodig hebben. Maar het vergt jaren van oefening om dit ongedaan te maken, samen met geduld en mildheid jegens jezelf: “Zoals alles wat jij hebt gemaakt, moeten verdedigingen zachtzinnig worden omgebogen ten goede van jezelf en door de Heilige Geest worden omgezet van een middel tot zelfvernietiging in een middel tot bevrijding en behoud” (T14.VII.5:8).

Tenslotte nog dit: het kan soms een goed idee zijn hulp te zoeken bij een therapeut wanneer gebeurtenissen uit het verleden zo pijnlijk en aangrijpend zijn, dat je niet goed kunt functioneren. Dat is hetzelfde als medische hulp zoeken voor een kwetsuur aan je enkel die je het lopen moeilijk maakt.