Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#773 Waarom heeft God het nodig dat wij ons hem herinneren en hoe lost dat onze problemen op?

In het antwoord op V#538 staat dat Jezus verklaard heeft dat het uiteindelijke antwoord op al onze vragen over onze nietige problemen was, dat God alleen maar wenst dat wij ons Hem herinneren. Heeft Hij ons nodig? Heeft God een ego? Wat was Zijn motivatie om Vader te zijn van een Kind? Voelde Hij zich eenzaam? Wordt Hij onze waanzin moe? Hebben wij ons verslapen? Ik betwijfel dat Hij zich ‘bekommert’ om onze nietige illusie die we ‘leven’ noemen. Maar vindt Hij het amusant?

Antwoord: Laten we beginnen met de regels uit V#538 te citeren waar jij naar verwijst: “Wat kan Zijn antwoord anders zijn dan jouw herinnering van Hem? Kan dat worden geruild voor een beetje, te verwaarlozen advies over een probleem van heel korte duur? God antwoordt louter voor de eeuwigheid” (L1.I.4:5-7). Wat Jezus hier bedoelt, is niet dat God het nodig heeft dat wij ons Hem herinneren, maar wel dat wij ons Hem moeten herinneren om waar geluk en ware vreugde te kunnen ervaren. Niets anders dan volmaakte Liefde kan ons voldoening schenken. En alleen door ons God te herinneren, zullen we ons herinneren Wie we waarlijk zijn.

Zoals al elders besproken werd (bv. in V#072 en V#156), gebruikt Een cursus in wonderen metaforen om God te beschrijven, zodat we enig vermoeden kunnen krijgen, al is het maar een heel vaag begrip, van onze ware werkelijkheid als deel van de volmaakte Eenheid. (Dit werd eveneens besproken op de tapes Duality as Metaphor (Dualiteit als metafoor) en in hoofdstuk 2 van The Message of A Course in Miracles: Few Choose to listen, (De boodschap van Een cursus in wonderen: weinigen kiezen ervoor om te luisteren), beide van Kenneth Wapnick). Je zou zeker de conclusie kunnen trekken dat de God van de Bijbel een ego heeft, omdat Hij de afscheiding en de zonde werkelijk maakt door erop te reageren en de mens eerst te straffen en hem daarna verlossing te schenken door de dood van Zijn Zoon. Maar de Cursus gebruikt de bijbelse begrippen, zoals de Vader en de Zoon, alleen maar om de theologie van zonde, schuld en offer van de Bijbel – zowel van het Oude als van het Nieuwe Testament – te corrigeren (zie bv. V#473ii). En dus wordt God in de Cursus in wat meer geruststellende termen beschreven om ons te helpen onze onbewuste en bewuste overtuigingen ongedaan te maken dat God een kwade Rechter is die lijden en uiteindelijk ook de dood eist voor al onze talrijke overtredingen.

Maar de werkelijkheid van de God van de Cursus is boven alle woorden, symbolen en beschrijvingen verheven, en boven alle bewustzijn en waarneming (bv. T27.III.4:4-8; 5:1-2; WdI.43.2:2; WdI.198.11:3-6). En dus kan Hij zich onmogelijk bewust zijn van onze waanzin, of zich erom bekommeren of we slapen en deze illusie dromen die we zo dwaas ‘leven’ noemen. Voor God heeft niets van wat voor ons zo belangrijk lijkt, in het bijzonder onszelf, enige betekenis. het is niet goed of slecht, dwaas of onbeduidend. En het spreekt vanzelf dat we dit helemaal niet fijn vinden, wanneer we ons vereenzelvigd hebben met het ego, dat voortdurend streeft naar bevestiging en erkenning! Maar op een bepaald punt beginnen we verstandiger te denken, en het Geheel zal een grotere aantrekkingskracht op ons hebben dan het kleine beetje niets waarmee we onszelf nu tevreden willen stellen (T9.I.10; T12.VIII.6; T14.V.1:8-9).