Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#767 Kan ik de vrede van God hebben en nog steeds in deze wereld leven?

Ik wil van twee walletjes eten! Kan ik in deze wereld leven en tevens de vrede van God hebben? Kan ik deze schepping behouden als een vorm van amusement?

Antwoord: Sorry, nee. En de reden is simpel: dit heeft ons in eerste instantie in moeilijkheden gebracht. Van twee walletjes willen eten is een andere manier om te zeggen dat de afscheiding werkt, dat we Hemel en hel kunnen hebben, speciaalheid en vrede, individualiteit en God, heelheid en een gespleten denkgeest. Bovendien: zelfs een vluchtige blik op de wereld vertelt ons dat deze niet erg amusant is. Het werd gemaakt als een aanval op God (WdII.3.2:1), en dat is duidelijk: “Alles in deze wereld waarvan jij meent dat het goed, waardevol en het nastreven waard is, kan jou kwetsen, en zal dat ook doen. Niet omdat het de macht heeft jou te kwetsen, maar juist omdat jij ontkend hebt dat het maar een illusie is, en het tot werkelijkheid hebt gemaakt. En het is voor jou werkelijk. Het is niet niets. En via zijn vermeende werkelijkheid doet heel de wereld van ziekelijke illusies haar intrede” (T26.VI.1:1-5, cursief van ons).

In een eenvoudige, duidelijke uitspraak in het Tekstboek van Een cursus in wonderen, zegt Jezus ons ook: “Het is onmogelijk via het lichaam genot te zoeken en geen pijn te vinden” (T19.IV.B.12:1). Maar we hebben onszelf geleerd dat er plezierige dingen in de wereld zijn die te prefereren zijn boven de Hemel, helemaal volgens de waanzin van het ego’s denksysteem. Speciaalheid is universeel tot favoriet uitgeroepen. Ondanks alle ellende en beproevingen die het ons geeft, achten we speciaalheid ver verheven boven de Identiteit die God ons gaf als Zijn Ene Zoon.

Het kost ons (letterlijk) veel pijn en moeite om vernuftige manieren uit te denken waarmee we onszelf overtuigen dat er geluk bestaat binnen de illusie. In feite vinden we bevrediging in de ‘schoonheid’ van sommige aspecten van de natuur en ook binnen sommige persoonlijke relaties. Want aan onze behoeften en verwachtingen is tegemoetgekomen. Tevens is daarmee het levende ‘bewijs’ geleverd dat de wereld werkelijk is.

Hoe mooi dit alles ook mag lijken, het doel ervan is een venijnige aanval op Gods Zoon. Want we kozen ervoor als vervanging voor de Liefde van de Vader. Door te kiezen voor identificatie met het ego, en dus met het lichaam, hebben we ons van Zijn liefde afgekeerd. Dit leidt alleen maar tot heel veel pijn, wat we bedekken door ons eindeloze streven naar comfort en vreugde in de wereld. Het is eindeloos want het vervult het verlangen naar onze ware Identiteit niet. Dit verlangen hebben we begraven onder de schuld vanwege onze keuze voor de afscheiding.

Dus als we betekenis proberen te geven aan het betekenisloze in de wereld dan is het resultaat slechts bitterheid. We denken de wereld te hebben, we gebruiken hem en het maakt ons misselijk. Net als kinderen die teveel suiker hebben gegeten. Want we zijn in verwarring over onze identiteit, en daarom in verwarring over pijn en vreugde: “Wat jou vreugde verschaft, is pijn voor het ego, en zolang je in twijfel verkeert over wat jij bent zul je in verwarring zijn over vreugde en pijn” (T7.X.3:6). We genezen wanneer we leren dat we denkgeest zijn en geen lichaam, dat de wereld niet ons thuis is en dat we hier nooit gelukkig zullen zijn. Dit betekent dat we aanvaarden dat we Gods Zoon zijn en dat ons thuis bij Hem is.

Omdat Jezus weet dat we bang zijn voor deze waarheid, troost hij ons: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden” (T16.VI.8:1-2). Niets in het leerproces wordt ons opgedrongen, want niemand kan echt leren onder dwang. Onze genezing houdt daarom gelijke tred met onze angst. Als de angst afneemt neemt de genezing toe tot het punt waartoe we bereid zijn en nooit zonder onze toestemming. De dingen die we in de wereld proberen te verkrijgen, de angst om ze kwijt te raken, en de angst voor het aanvaarden van onze waarheid, dienen allemaal hetzelfde doel: ons te laten geloven dat de afscheiding werkelijkheid is.

Het is geen zonde om te genieten van wat het ego te bieden heeft, maar het zal ons niet het geluk brengen dat we proberen te bereiken. Wanneer je in de verleiding komt om aan het ego toe te geven, kan het nuttig zijn je te herinneren dat je wenden tot de Heilige Geest een alternatief is dat je geen kwaad doet: “De Heilige Geest wil jou slechts leiden om pijn te vermijden. Zonder enige twijfel zou niemand tegen dit doel bezwaar maken als hij het begrijpen kon” (T7.X.3:1-2). De vrede die Jezus belooft wordt niet gevonden in de wereld. Het is de ware vrede die gevonden wordt in de denkgeest die vergeeft, en dat is niet afhankelijk van onze wensen voor de dingen van de wereld.