Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#755 De Cursus werkelijk gaan begrijpen

Ik heb de Cursus al vele jaren bestudeerd. Meteen de eerste keer dat ik hem las raakte ik erin geïnteresseerd, en dacht ik dat ik hem begreep. Maar ik lees hem nog steeds en het voelt of ik hem voor de eerste keer lees. Ik vraag me af of mijn begripsniveau wel toeneemt.

Antwoord: Het bestuderen van Een cursus in wonderen is een proces dat meestal meerdere keren lezen en herlezen vergt, want de leringen ervan keren alles wat we geloven óm: “Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij eropna houdt in twijfel te trekken” (T24.In.2:1). Dit is geen gemakkelijke taak, want de keus zich met het lichaam te identificeren heeft tot een veelheid van schijnbaar verschillende waarden en overtuigingen geleid. De angst om deze identificatie met het lichaam los te laten houdt het geloofssysteem dat dit ondersteunt op z’n plaats. Het regelmatig in twijfel trekken van onze overtuigingen begint met de overtuigingen die als pijnlijk worden ervaren, want het is relatief gemakkelijk ongewenste overtuigingen te laten varen. Mettertijd ontdekken we dat alles wat we over onszelf als lichamen geloven ons op een of andere manier pijn oplevert, en dat niets wat we doen om de pijn te verlichten echt werkt. Dat is het punt waarop we doorgaans opnieuw met onze studie beginnen, ogenschijnlijk voor de eerste keer. Het vergt jaren studie en praktijk om onze denkgeest te trainen onze verborgen gedachten, overtuigingen en waarden te herkennen. Hoe meer we oefenen, hoe meer begrip dat oplevert voor het lezen van de Cursus. Dat betekent vaak dat we ons realiseren dat we het eerder niet begrepen, of het nu niet begrijpen.

Jouw ervaring wordt gedeeld door vele, zo niet alle studenten van de Cursus, en het is een belangrijk deel van het proces. Het feit accepteren dat je het niet weet of begrijpt is het begin van wijsheid, zoals deze treffende passage in het Tekstboek ons meedeelt: “Wanneer ieder concept in twijfel is getrokken en bevraagd, en erkend wordt dat dit op geen enkele veronderstelling berust die standhoudt in het licht, dan is de waarheid vrij om in haar heiligdom binnen te treden, zuiver en vrij van schuld. Er is geen uitspraak die de wereld meer vreest te horen dan deze: Ik weet niet wat ik ben, en daarom weet ik niet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien. Toch wordt in dit leren verlossing geboren”(T31.V.17:5-8). Dit is er een goed voorbeeld van hoe de Cursus ons denken omkeert. Vooruitgang in ‘begrijpen’ wordt aangetoond door het bewustzijn van ons gebrek aan begrip. In een eerdere passage stelt Jezus hetzelfde: “Je bent er nog steeds van overtuigd dat jouw inzicht een machtige bijdrage vormt aan de waarheid, en haar maakt tot wat ze is. Toch hebben we beklemtoond dat je niets hoeft te begrijpen” (T18.IV.7:5,6). Gezien onze moeite de Cursus te begrijpen is dit een grote opluchting. Maar voor het ego is het beledigend. Het ego is overtuigd van zijn eigen uitmuntendheid, en vermoedt nooit dat het “helemaal niets weten kan”(T6.IV.3:1). Ons begrip is dus niet vereist, maar wel onze bereidwilligheid. Die alleen stelt ons in staat de vergeving te beoefenen die Jezus in de Cursus onderwijst. Het beoefenen van vergeving leidt ertoe dat onze denkgeest geneest van de afscheidingsgedachte, en het is dat wat we werkelijk zoeken, eerder dan begrip.