Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#751 Is er een verband tussen eigenwaarde en spirituele verlichting?

Heeft eigenwaarde iets te maken met spirituele verlichting? Met andere woorden: weerspiegelt een sterk ontwikkeld besef van eigenwaarde meer spirituele groei dan weinig eigenwaarde? En heb je een ‘gezond ego’ nodig voordat je spiritueel vooruit kunt komen?

Antwoord: Hoe we het ook formuleren: het ego is gezond op zijn eigen voorwaarden. Het gebruikt zowel veel als weinig eigenwaarde voor zijn doel het lichaam en de wereld tot werkelijkheid te maken en ons verankerd te houden in de droom van de afscheiding. Het pad van vergeving dat Een cursus in wonderen onderwijst vereist niet dat we veel of weinig eigenwaarde moeten hebben. Wanneer de Cursus zegt dat we geen lichaam zijn (zie WdI.91:5), dan heeft dat zowel betrekking op het psychologische en emotionele als op het fysieke lichaam. Vooraan in het Tekstboek wordt gezegd: “In de terminologie van het ego betekent ‘zelfrespect’ niets anders dan dat het ego zichzelf heeft wijsgemaakt dat het bestaat . . .” (T4.II.6:8). Ons wordt gevraagd om te zien welke opgeblazen of juist beperkte beelden we van onszelf hebben, als de weerspiegeling van onze keuze om ons met het lichaam te identificeren en dit tot werkelijkheid te maken. In deze zin zijn hoog en laag hetzelfde: er is geen rangorde in illusies (T20.VIII.8). Ze zijn stuk voor stuk kansen onszelf te vergeven wat we denken te zijn wanneer we ontkennen wie we werkelijk zijn. Jezus zegt dat we, door te kiezen voor een identiteit als lichaam, besloten hebben onszelf te beschouwen als de laagst mogelijke vorm: “Jij denkt dat je de woning bent van slechtheid, duisternis en zonde. Jij denkt dat als iemand de waarheid over jou kon zien, hij zou worden afgestoten en voor je terug zou deinzen als voor een giftige slang. Jij denkt dat als jou de waarheid over jou werd geopenbaard, je met zo’n intense afschuw zou worden vervuld, dat je halsoverkop de hand aan jezelf zou slaan, omdat het je onmogelijk zou zijn nog verder te leven na dit te hebben gezien” (WdI.93.1:1-3). Het doel van de Cursus is ons te leren dat we ons vergist hebben, en niet de verachtelijke wezens zijn die we denken te zijn.

Het feit dat Jezus ons de uitspraak “Ik ben zoals God mij geschapen heeft” vaker laat herhalen dan enige andere tekst in de Cursus geeft aan hoe groot de noodzaak is om dit te horen. Hij weet dat we het niet geloven. We zijn meer toegewijd aan onze identiteit als creatie van het ego. Daarom hebben we een Leraar nodig die ons naar de hoogste waardering voor ons Zelf leidt, door ons te leren ons miserabele zelf te vervangen door onze ware Identiteit. Dit wil niet zeggen dat we er geen laag zelf-beeld op na mogen houden. Dit is geen cursus voor gedrag. Juist het ervaren van sterke gevoelens van waardeloosheid kan soms de doorslag geven om een ‘andere weg’ te zoeken, zoals die van de Cursus. En zo kan weinig eigenwaarde de deur openen naar genezing zoals Jezus die in de Cursus aanbiedt, terwijl veel eigenwaarde iemand kan misleiden door te denken dat alles in orde is, óf hem aansporen verder te kijken dan het ego, wanneer vervulling uitblijft. Hoog of laag, goed of slecht aangepast, alles kan het doel van de Heilige Geest dienen. Zoals het Handboek ons vertelt: “Het leerplan is hoogstpersoonlijk toegesneden, en alle aspecten staan onder de bijzondere zorg en leiding van de Heilige Geest” (H29.2:6). Bovendien kan eigenwaarde in feite de grootheidswaan zijn, waarvan het Tekstboek zegt dat het “altijd een dekmantel voor wanhoop” is; “Het is een poging om je kleinheid te compenseren, gebaseerd op de overtuiging dat die kleinheid werkelijk is” (T9.VIII.2:1,3). Het is belangrijk om elk concept van het zelf naar het licht van vergeving te brengen. Elk ervan moet in twijfel worden getrokken, zodat we tenslotte kunnen leren dat we niet weten wie we zijn: “… de bestaansreden van deze cursus is juist dat je niet weet wat jij bent” (T9.I.2:5). Als we kijken naar de vele verheven of nederige ideeën die we over onszelf koesteren, is het nuttig deze woorden in gedachten te houden en de Heilige Geest te vragen ons onjuiste zelfconcept te vervangen door de waarheid die hij verkondigt: “Ik weet niet wat ik ben, en daarom weet ik niet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien” (T31.V.17:7).