Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#740 Moedigt het joods-christelijke thema van de Cursus niet aan om onverantwoordelijk te zijn voor het milieu?

Een cursus in wonderen kan beschouwd worden als kaderend in de joods-christelijke monotheïstische traditie, met als kenmerk dat God zich buiten het aardse systeem bevindt. Deze traditie, die zijn oorsprong vindt in de God van de Hebreeën die als een aartsvader in de hemel op een berg troont, ging overheersen over de voorafgaande godsdienstige systemen, en niet in het minst door gewelddadige dwang. In het vroegere ‘heidense’ polytheïsme of polytheïsme, was de opvatting dat God/de godheden in veelvoudige vormen, zoals in een boom of een rivier van God, enz. in de aardse sfeer aanwezig was/waren. Het spreekt vanzelf dat het geloof dat God in de natuur aanwezig is respect voor zijn bronnen teweegbrengt, terwijl een aardse sfeer zonder God openlijk uitnodigt tot een schending daarvan. Op deze manier bezien kan men zeggen dat het joods-christelijke monotheïsme een enorm rol heeft gespeeld in de milieuvervuiling, en dit zou dus beschouwd kunnen worden als een zwakheid van de Cursus.
Wat is uw antwoord op deze kritiek?

Antwoord: Zolang we ons met ons ego blijven vereenzelvigen, kunnen we alles gebruiken wat we willen om onze egocentrische gedachten en daaropvolgende handelingen te rechtvaardigen en te beredeneren, met inbegrip van elk spiritueel onderricht, ongeacht hoe diepgaand en allesomvattend zijn boodschap van liefde wel mag zijn. En dus is het waar dat we ervoor kunnen kiezen de leringen van de Cursus over de onwerkelijkheid van de wereld en Gods totaal gebrek aan betrokkenheid erbij – Hij is niet eens de schepper van de wereld, zoals de joods-christelijke theologieën volhouden, dus is er helemaal niets heiligs aan! – te gebruiken als rechtvaardiging om de illusie op elke manier te behandelen die ons goeddunkt, en die ten koste van alles en iedereen te gebruiken om aan onze persoonlijke behoeften te voldoen.

En toch zou zo’n interpretatie alleen maar kunnen als de Cursus totaal verkeerd werd gelezen, want het zou haaks staan op al wat Jezus zegt. Want al vanaf het begin van de studie ervan – de allereerste stap op zijn pad – heeft de Cursus tot doel ons te leiden naar het erkennen van gedeelde in plaats van afzonderlijke belangen (H1.1:2). En dit delen kan door het vergevingsproces uitgebreid worden naar elk aspect van het Zoonschap, zelfs naar het kleinste korreltje zand (T28.IV.9:4), en niet alleen naar de mede-‘homo sapiens’, of naar ons eigen gezin of etnische groep of land, of de een of andere groepering die zowel op uitsluiting als op insluiting gebaseerd is.

Ook al is het in één opzicht waar dat de Cursus kadert in de joods-christelijke traditie, je moet wel begrijpen dat dit maar één doel dient: een zachtaardige en liefdevolle correctie verschaffen voor alle op het ego gebaseerde vergissingen van dat andere denksysteem. Deze is niet gestoeld op die traditie of breidt die niet uit, maar neem er de kernconcepten van, die jammer genoeg gebruikt zijn voor haat, aanval en moord, en laat toe dat ze een nieuw doel krijgen: het heelmaken van de denkgeest van het Zoonschap. Het zou zeker getuigen van verwarring als je de niet-dualistische theologie van de Cursus van eenheid en schuldeloosheid van iedereen gelijkstelt met de dualistische leringen van zonde en schuld die in de joods-christelijke traditie gekoesterd worden.