Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#739 Wat is het verschil tussen “kennis” en oosterse ‘verlichting’?

Is kennis in Een cursus in wonderen hetzelfde als ‘verlichting’ in de oosterse mystiek? Is ze ogenblikkelijk en onomkeerbaar? Ervan uitgaande dat we lichamen lijken te zijn als gevolg van onze afscheiding van God, zou het bereiken van kennis dan niet onverenigbaar zijn met ons voortbestaan als menselijke wezens?

Antwoord: De betekenis van verlichting verschilt van de mystieke traditie, maar volgens de meeste oosterse begrippen zou ze zijn wat de Cursus definieert als “de werkelijke wereld” – wanneer de denkgeest volkomen geheeld is van elk gevoel van afscheiding, en dus van zonde, schuld en angst.

In Een cursus in wonderen behoort kennis uitsluitend tot de wereld van God en Zijn onverdeelde schepping van voor de afscheiding, waarin er geen verschillen of vormen zijn. Ze heeft dan ook niets te maken met de wereld van de waarneming. Ze verwijst alleen naar de zuivere ervaring van de non-dualiteit, zonder tweeslachtigheid van onderwerp-voorwerp. Strikt gesproken, is het geen staat die we bereiken. We beginnen geleidelijk aan de middelen te herkennen die we gebruikt hebben om onze natuurlijke staat van eenheid met onze Bron te ontkennen. We beseffen welke angstaanjagende prijs dat heeft gevergd, en vervolgens kiezen we tegen die ontkenning. Wanneer we die keuze eens en voor altijd zonder voorbehoud hebben gemaakt, kiezen we er eenvoudig voor te zijn zoals God ons heeft geschapen, de Ene Zoon, volmaakt verenigd met God. Is deze staat onverenigbaar met het bestaan als menselijk wezen? Jezus antwoordt met deze uitspraak: “Als God in een aanhoudende bewustzijnstoestand rechtstreeks werd bereikt, zou het lichaam niet lang in stand kunnen worden gehouden” (H26.3:8). Degenen die dit beseffen, zijn de Leraren der leraren, en ze heten zo “want ook al zijn ze niet langer zichtbaar, op hun beeld kan nog altijd een beroep worden gedaan” (H26.2.2). We hebben dus weerspiegelingen van volmaakte liefde nodig die aan ons verschijnen in een vorm die we kunnen begrijpen en waarmee we in relatie kunnen treden, en voor de meesten van ons is dat een menselijke vorm.