Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#735 Waarom worden we met een ego geboren? Heeft het een doel?

Ik begrijp volkomen hoe het ego ons weg probeert te houden van onze Schepper. Mijn vraag is: wat is de aard van het ego? Wat voor een soort entiteit is het? Waarom worden we met een ego geboren? Kan het vergeleken worden met Satan of met duivelse vormen? Op welke manier kunnen we elke stem (die van het ego en die van de Heilige Geest) onderscheiden? Heeft het ego enig nuttig doel in ons leven?

Antwoord: Het ego is op zich geen entiteit. Jezus spreekt erover alsof het een afzonderlijk, autonoom ding is met de bedoeling “jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven en moet beseffen hoeveel van je denken egogericht is” (T4.VI.1:4). Het is echter “niet meer dan een deel van wat jij over jezelf gelooft; dat deel van je denkgeest dat gelooft dat jouw bestaan door afscheiding wordt bepaald” (T4.VI.1:6; VII.1:5). Het is interessant dat Jezus een nieuwe definitie geeft aan het traditionele bijbelse begrip van de duivel als zijnde dit geloof in de afscheiding (T3.VII.5:1), en dat breidt hij nog uit door over dit geloof te zeggen: “Het is krachtig, actief, destructief en onmiskenbaar tegengesteld aan God, omdat het letterlijk Zijn Vaderschap ontkent. Kijk naar jouw leven en zie wat de duivel gemaakt heeft. Maar besef dat dit maaksel in het licht van de waarheid stellig zal oplossen, omdat zijn fundament een leugen is” (T3.VII.5:2-4). We misleiden onszelf dus alleen maar wanneer we geloven dat we ons van God afgescheiden hebben, en daardoor brengen we veel pijn in onze denkgeest binnen. Al wat we hieraan moeten doen is die leugen naar de waarheid in ons brengen en dan zal die opgeheven worden. Dat is Verzoening zonder offer (T3.I).

Waarom worden we met een ego geboren? Er wordt hier van de veronderstelling uitgegaan dat er een zelf is dat geboren wordt. Een cursus in wonderen onderwijst dat die veronderstelling onjuist is en begint die te corrigeren. Er wordt ons in feite aangeraden dat we, als we deze cursus willen leren (T24.In.2:1), de bereidheid moeten hebben elke waarde die wij eropna houden in twijfel te trekken, met inbegrip van al onze overtuigingen over wie we zijn en hoe de wereld werkt. Kortom, de Cursus leert ons dus dat het de denkgeest is die beslist zich van zijn identiteit als denkgeest af te splitsen en een individueel lichamelijk zelf te worden om ervoor te zorgen dat de afscheiding werkelijkheid blijft. Dat is de oorsprong van alle lichamen; met andere woorden: lichamen zijn het resultaat van de strategie van de denkgeest om zijn bestaan als een afzonderlijke entiteit in stand te houden. Maar aangezien ideeën hun bron niet verlaten, is het lichaam nooit iets anders dan een gedachte in de denkgeest, en in de vorm een uitdrukking van de dynamiek van de denkgeest van zelfbehoud en verlossing van schuld. Wegens plaatsgebrek kunnen we hier niet verder op ingaan, maar we raden je aan eens naar vraag #354 te kijken, en daarna misschien ook de eerste vijf alinea’s van “De ‘held’ van de droom” (T27.VIII) en de eerste twee alinea’s van “De geheime geloften” (T28.VI) te bestuderen; dat zijn paragrafen die je kunnen helpen meer in detail te bekijken hoe de Cursus het lichaam ziet.

Heel veel mensen vragen hoe ze de stem van het ego kunnen onderscheiden van die van de Heilige Geest. Omdat dit onderscheid een probleem kan vormen, spreekt Jezus er op verschillende plaatsen uitdrukkelijk over. Aangezien speciaalheid een van de krachtigste verdedigingen is tegen het bewustzijn van onze eenheid met elkaar, wijst hij erop dat we er door onze vraag om speciaalheid zeker van zijn de Stem namens God uit te sluiten: “Je kunt je speciaalheid verdedigen, maar nooit zul je daarnaast de Stem namens God horen. Ze spreken verschillende talen en treffen verschillende oren” (T24.II.5:1-2). Dit is behoorlijk duidelijk, maar toch zullen er momenten zijn dat we het niet zeker weten. Deze aangelegenheid werd in vraag #285, #309, #486 en #536 al besproken; hopelijk zijn die van nut.

Tenslotte nog dit: het ego is nuttig voor ons in de mate waarin we ons leven zien als klaslokalen waarin we onderwezen worden, of we Jezus of de Heilige Geest als onze Leraar kiezen, hoe we kunnen ontwaken uit de nachtmerrie dat we afgescheiden zijn van God. In die zin kunnen we alles van het ego gebruiken om het doel van de Heilige Geest te dienen. Hij zal alles wat wij gemaakt hebben om te schaden, gebruiken om onze denkgeest te genezen (T25.VI.4). Zie ook T24.VII.6 en T29.VI.5.