Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#734 De Werkboeklessen nogmaals doen

Een vriend die Een cursus in wonderen heeft voltooid, zei me dat we de Werkboeklessen niet meer dan één keer ‘zouden moeten’ doen, want dat we anders het ego tot uiting laten komen. Ik zou de Werkboeklessen, het Tekstboek en het Handboek voor leraren voor de rest van mijn illusoire leven hier op aarde willen doen. Wat is uw advies hierover?

Antwoord: Ook al hoef je de Werkboeklessen niet meer dan één keer te doen, er is niets mis mee als je ze meer dan één keer doet, als je je daartoe geleid voelt. En het kan zeker grote waarde hebben om ze meer dan één keer door te lezen. De enige strikte richtlijn die de Cursus geeft over het gebruik van het materiaal is niet meer dan één Werkboekles per dag te doen, wanneer je de lessen voor de eerste keer oefent (WdI.In.2:6).

Zoals met alles, is niet de vorm van wat je doet van essentieel belang, maar wel het doel waar je het voor doet: “waartoe dient het?” (T17.VI.2:2). Het verbod dat je vriend wil opleggen, vindt zijn oorsprong in een verkeerd begrepen maar niettemin rechtmatige bezorgdheid dat het herhalen van de werkboeklessen een poging inhoudt ze te doen totdat je ze ‘correct’ doet, en zo zou je in de val van het ego lopen door je aandacht op de vorm in plaats van op de inhoud te richten (T14.X.7:3-5; 8:1-3). Bij vroegere godsdienstige oefeningen werd er misschien aangedrongen op het herhalen van gebeden tot het gebodene gezuiverd is en God behaagt, maar dat is niet het doel van de Werkboeklessen. Hun doel is tweevoudig: ons te helpen inzien dat we zowel juist als onjuist kunnen denken, en ons te leren het juiste denken steeds meer te verlangen en dus te verkiezen boven het onjuiste denken, terwijl we ondertussen onszelf vergeven wanneer we dat niet doen.

Een andere manier waarop het ego zich zou kunnen proberen aan te sluiten bij de manier waarop jij de Werkboeklessen gebruikt, en die nuttig is om te herkennen, is elke poging om er een ritueel van te maken om ze te oefenen – een steeds terugkerende vorm waarmee je troost en ondersteuning probeert te krijgen. Zoals Jezus opmerkt in het Werkboek: “Rituelen zijn ons doel niet, ze zouden onze bedoeling doorkruisen” (WdI.hIII.In.2:4). Dat is in feite de op het ego gebaseerde neiging die je bij de meeste officiële godsdiensten kunt vaststellen – om de vorm zelf, die alleen bedoeld was om een levende inspiratie te symboliseren, tot een ‘gewijd’ of ‘heilig’ ritueel te maken, en te geloven dat het gevuld kan worden met de inhoud waar de vorm alleen maar op moest duiden. Hoewel het geen zonde is om de Werkboeklessen tot een troostend ritueel te maken, het herleidt ze wel tot het niveau van magie en dat is zeker niet hun doel. Dat is in feite de reden dat de latere lessen minder ingebouwde structuur hebben, en ons ertoe leiden ons steeds meer tot onze innerlijke Leraar te richten om leiding te krijgen. Dat is hun uiteindelijke doel, dus als we voortdurend op de lessen vertrouwen omwille van de lessen zelf, kunnen we onszelf daarmee ondermijnen.

Voor de meesten van ons is de Cursus eerder een proces voor de rest van ons leven, dus als iemand je advies geeft en beweert dat hij de Cursus voltooid heeft, neem dat dan maar gerust met een korreltje zout. Zolang we geloven dat ons leven hier in deze wereld ligt, in het lichaam waarvan wij denken dat het onze identiteit is, en als de Cursus ons pad is, zal het waardevol blijven de tekst ervan te bestuderen. Maar in plaats van ons er simpelweg toe te verbinden ons leven lang de tekst regelmatig te lezen en de 365 lessen herhaaldelijk te oefenen, kunnen we een diepere verbintenis aangaan: de principes ervan ons leven lang in ons dagelijks leven te oefenen, zoals weerspiegeld wordt in het vergevingsproces.

Hoe je de werkboeklessen moet doen en of je ze moet herhalen wordt ook besproken in V#064 en V#092.