Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#719 Over “plannen smeden tegen toekomstige onzekerheden”

Wat betekent in les 136 uit het Werkboek van Een cursus in wonderen de zinsnede: “plannen smeden tegen toekomstige onzekerheden” (WdI.136.19:2)? Het klinkt alsof je niet eens een reisje moet plannen voor het geval je geen vrij kunt krijgen.

Antwoord: De boodschap die deze les onderwijst berust op twee beginselen van de Cursus met betrekking tot het lichaam. Het eerste is dat het lichaam zelf niets is: “Het lichaam sterft evenmin als het kan voelen. Het doet niets. Van zichzelf is het noch vergankelijk, noch onvergankelijk. Het is niets.” (T19.IV.C.i.5:2-5). En het tweede dat: “[…] het lichaam los van de denkgeest helemaal geen doel heeft.”(T8.VII.13:6). Het is de denkgeest die kiest of het lichaam voor het doel van het ego of voor dat van de Heilige Geest gebruikt wordt. Een keuze om zich met het ego te vereenzelvigen plaatst het lichaam onder zijn wetten van ziekte en dood. Het lichaam wordt dan kwetsbaar en kan worden aangevallen, want het dient dan als projectie van de schuld in de denkgeest die het gevolg is van de keuze voor het ego. Deze identificatie met het ego is de drijvende kracht achter al onze lichamelijke zorgen. Daarom putten wij onszelf uit in zorg voor het lichaam, en verzekeren op talloze manieren de veiligheid en bescherming ervan door middel van planning. Het doel van deze les, evenals van de gehele Cursus, is ons te leren dat we geen lichaam zijn, maar denkgeest met de macht om te kiezen. Wanneer de denkgeest ervoor kiest zich met het lichaam te identificeren, dan schrijft hij het lichaam voor ziek te worden, en uiteindelijk te sterven, als bewijs dat het lichaam feitelijk bestaat en dat de denkgeest aan zijn wetten onderworpen is, in plaats van omgekeerd. Deze krankzinnige omdraaiing van oorzaak en gevolg is de strategie van het ego om te bewijzen dat de waarheid vernietigd kan worden. “En zo is het lichaam machtiger dan het eeuwig leven, de Hemel brozer dan de hel, en wordt Gods plan voor de verlossing van Zijn Zoon weerstaan door een beslissing die sterker is dan Zijn Wil” (WdI.136.9:2). Omdat dit geloof alles ontkent wat waar is, resulteert het erin dat wij ons zwak en kwetsbaar voelen in weerwil van het vertoon van ingebeelde kracht. Bang dat we door krachten buiten onze controle vernietigd zullen worden (uiteindelijk door God), bedenken wij onophoudelijk plannen en strategieën om onszelf te beschermen. Hieraan refereert deze les. Het betekent niet dat wij in ons leven geen plannen moeten maken, maar dat we moeten inzien dat in de gedachten die ons rusteloze zoeken en onze wanhopige behoefte aan bescherming motiveren, het denksysteem van het ego aan het werk is.

In de voorafgaande les laat Jezus ons weten: “Een genezen denkgeest maakt geen plannen.[cursivering door ons toegevoegd] Hij voert de plannen uit die hij ontvangt door te luisteren naar wijsheid die niet van hemzelf is” (WdI.135.11:1-2). Omdat de genezen denkgeest zich niet langer met het lichaam identificeert, ziet hij zichzelf niet langer als kwetsbaar en daarom heeft hij verdediging noch bescherming nodig. Volledig vereenzelvigd met dat deel van de denkgeest dat zich de waarheid herinnert van wie wij zijn, is hij vrij om te worden geleid in plaats van gedreven om plannen te maken. Dat is het doel waarnaar we op zoek zijn. Intussen gaan we door met het maken van alle plannen die we denken te moeten maken, waarbij we helder en zonder oordeel kijken naar hoe sterk wij in onze identiteit als lichaam geloven en naar onze behoefte om te plannen. We zouden kunnen doen wat Jezus in de vorige les suggereert: “Is het niet vreemd dat je er niet even bij stilstaat, terwijl jij je plannen verder smeedt en je wapenrusting zwaarder, je sloten steviger maakt, om je af te vragen wat jij verdedigt, en hoe, en tegen wat?”(WdI.135.3:5). Dat is alles wat nodig is om de Heilige Geest uit te nodigen ons naar genezing te voeren; niet om ons te genezen van de plannetjes die we maken, maar om onze denkgeest te genezen van onze misvatting over onszelf.