Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#699 Wat is de relatie tussen lichaam en geest?

David Hawkins heeft geschreven over de kalibrering van de lichaamsimpulsen op hun bron in de geest of de denkgeest. Jezus zegt dat het ego en de geest zich op geen enkele manier van elkaar bewust zijn, en het lichaam niets is. Hoe verhouden zich de verschillende niveaus van kalibrering met betrekking tot de geest? Ik haal veel informatie uit dit werk en het helpt me het ego, de denkgeest en het Zelf in overeenstemming te brengen met de manier waarop Jezus de waarheid uitlegt in Een cursus in wonderen.

Antwoord: We geven geen commentaar op het werk van andere leraren, maar we kunnen wel je vraag behandelen over de relatie tussen lichaam, denkgeest en geest. De Cursus onderwijst dat de denkgeest niet vervat zit in het lichaam of de hersenen. Geest is werkelijk, het lichaam niet (Zie T6.IV.5). Zoals je zelf al zegt: het lichaam is niets. Maar zolang het geloof in de werkelijkheid van het lichaam gehandhaafd blijft, wordt het door het ego of door de Heilige Geest gebruikt. “Het ego gebruikt het lichaam voor aanval, genot en trots. …De Heilige Geest ziet het lichaam alleen als een communicatiemiddel” (T6.V.A.5:3,5). Er wordt ons in de Cursus gezegd dat ons probleem is dat we ons met het ego, en dus ook met het lichaam vereenzelvigd hebben, en om dat te corrigeren, moeten we leren ons met de denkgeest te vereenzelvigen. Hierbij zijn geen niveaus betrokken, het is eerder een eenvoudige keuze tussen het denksysteem van het ego, dat gebaseerd is op het geloof in de afscheiding, of het denksysteem van de Heilige Geest, dat gebaseerd is op de waarheid dat afscheiding van God onmogelijk is. Die keuze wordt dan via het lichaam aan andere denkgeesten kenbaar gemaakt, en versterkt zo het geloof in het ego of in de Heilige Geest. Dat bedoelt Jezus wanneer hij ons zegt dat we altijd onderwijzen. Er zijn geen wisselende gradaties in dit onderricht, in deze communicatie. De keuze is voor het ego of voor de Heilige Geest en wordt dan in de een of andere vorm gecommuniceerd. Beide gedachten kunnen niet tegelijkertijd in de denkgeest vastgehouden worden. Vandaar de regel waar jij naar verwijst: “Het ego en de geest kennen elkaar niet” (T4.VI.4:1). Door de gedachten, oordelen en gevoelens te herkennen, die bij onze interacties en activiteiten ontstaan, onderwijzen we aan onszelf en aan anderen, welke keuze we in onze denkgeest hebben gemaakt en waar we ons niet bewust van zijn. De denkgeest communiceert dus met zichzelf door middel van het lichaam, en dat is het enige nuttige doel dat het lichaam dient.

Wanneer het lichaam ten dienste van de Heilige Geest staat (door de keuze die in de denkgeest is gemaakt), wordt het niet gedreven door de behoeften die ontstaan door de vereenzelviging met het ego. We moeten echter het basisprincipe in gedachten houden dat de Cursus ons leert, dat handelingen alleen in de denkgeest ontstaan, waar het leren huist: “…dat alleen de denkgeest scheppen kan, en dat correctie thuishoort op het niveau van het denken” (T2.V.1:7). De Cursus beoefenen houdt dan ook in dat we onze aandacht moeten vestigen op onze gedachten en oordelen, en niet op de lichaamsimpulsen.

Wanneer de denkgeest ervoor kiest in de afscheiding te geloven, wordt die keuze door oordelen en grieven verdedigd. De onvermijdelijke negatieve gevolgen van deze keuze (intense pijn en ellende) kunnen dan gebruikt worden als verder bewijs dat de afscheiding of het lichaam werkelijk is, of als een gelegenheid om ze te zien voor wat ze zijn (de gevolgen van een keuze), zodat een andere keuze gemaakt kan worden. Op dezelfde manier versterkt het ervaren van de intense vrede en rust die voortkomen uit de keuze voor de Heilige Geest de vereenzelviging met Zijn denksysteem, die de denkgeest geneest van de afscheidingsgedachte. Het lichaam is dan bevrijd van impulsen die door het ego gestuurd zijn, hoewel het daarom nog niet hoeft te zijn wat wij een ‘gezond’ lichaam beschouwen. De inhoud van de denkgeest wordt niet beïnvloed door de fysieke toestand van het lichaam. Wanneer het genezen van de denkgeest ons enige doel is, zal het lichaam het doel van de Heilige Geest dienen, ongeacht de vorm die het aanneemt, dan “...wordt het [lichaam] een prachtige les in gemeenschap, die waarde heeft tot er gemeenschap is” (T8.VII.3:4)