Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#694 Is de Cursus waar? Doet dat er wel toe?

Is Een cursus in wonderen waar? En doet dat er eigenlijk toe? Ik ben me ervan bewust dat ons wordt geleerd dat we alles wat de Cursus onderwijst voor honderd procent moeten geloven; ik veronderstel dat hij dan zijn enige belofte waar kan maken. Maar doet het er eigenlijk toe of er iets van waar is?

Antwoord: Het korte en simpele antwoord op je vraag is: de Cursus maakt deel uit van de illusie en kan dus de waarheid niet zijn: “Niets onwerkelijks (niets buiten de Hemel) bestaat (T.In.2:3). Aan de andere kant is zijn inhoud een afspiegeling van de waarheid. Die inhoud is een liefdevolle boodschap van Jezus, onze leraar, die dat deel van de denkgeest vertegenwoordigt dat zich de waarheid herinnert. De Cursus is ook ‘waar’ in die zin dat hij ons een nauwkeurige beschrijving geeft van de dynamiek van de waanzin van het ego, ons zegt dat we ons vergist hebben in onze keuze de afscheidingsgedachte te geloven, en ons leert hoe we deze gedachte door middel van vergeving ongedaan kunnen maken. Op een bepaald niveau zien we in dat wat de Cursus onderwijst correct is wat de capriolen van ons ego betreft, en, het belangrijkste, wat hij ons zegt over onze ware Identiteit als Gods onschuldige Zoon vindt weerklank in onszelf. Met andere woorden: ‘het klinkt waar’. Dit verklaart waarom we onszelf in de Cursus terugvinden, in het bijzonder in de ontroerende passages die tot uitdrukking brengen wat we altijd al hebben gevoeld, maar niet in staat waren uit te spreken: “Deze wereld waarin jij lijkt te leven, is niet jouw thuis. En ergens in je denkgeest weet jij dat dit waar is. Een herinnering aan thuis blijft je achtervolgen, alsof er een plek was die jou oproept terug te keren, ofschoon je de stem niet herkent, noch wat het is waaraan die jou herinnert. Toch voel je je nog steeds een vreemde hier, van wie weet waarvandaan” (WdI.182.1:1-4, onze cursivering).

Als we de Cursus als ons pad kiezen, zouden we ons eens moeten afvragen van welk deel van zijn onderricht we vermoeden dat het niet waar is. Als we onze twijfels over de Cursus wat nader bekijken, zou wellicht blijken dat we, wanneer in twijfel verkeren, we feitelijk alles betwijfelen. Hoewel we misschien heel hard proberen de stukken die ons wel bevallen, te behouden, en degene die ons in verwarring brengen, opzij te schuiven, gooien we in feite de baby met het badwater weg. Zoals je vermeldt, zegt Jezus in het Tekstboek: “Deze cursus wordt in zijn geheel geloofd, of helemaal niet” (T22.II.7:4). Dat komt omdat de denkgeest maar één gedachte weerhoudt van de twee die mogelijk zijn. Hij kiest de afscheidingsgedachte van het ego of de herinnering van Gods Liefde, die gesymboliseerd wordt door de Heilige Geest. In dezelfde paragraaf zegt hij verder: “De rede zal jou vertellen dat er geen tussengebied is waar je weifelend kunt stilstaan, om te wachten met kiezen tussen de vreugde van de Hemel en de ellende van de hel. Tot je voor de Hemel kiest, ben je in de hel en in ellende” (7:7-8). We kunnen op zijn minst akkoord gaan dat als er een Hemel/God is, het niet deze wereld is. Als wat de Hemel/God niet is, de hel is, volgt daaruit dat dit de hel is. Als bovendien, de Hemel/God waar is, dan is deze wereld/de hel niet waar. Dit willen we niet horen, omdat het onze grootste angst is dat wat we over onszelf geloven (dat we lichamen in de wereld zijn), niet waar is. Uit deze angst komt onze weerstand voort om te aanvaarden wat de Cursus ons onderwijst, en dat neemt de vorm aan van twijfels of de Cursus wel waarheidsgetrouw is.

Op een bepaald niveau weten we dat onze baby (speciaalheid, het lichaam, de wereld) wel moet verdwijnen met het badwater. Dit zijn allemaal variaties op hetzelfde thema: “..de waarheid is waar” (T14.II.12:1), of we dit nu geloven of niet. Het is juist deze eenvoud van wat de Cursus onderwijst, die we zo moeilijk vinden om te geloven en te aanvaarden. “…Niets is jou zo vreemd als de simpele waarheid, en er is niets waarnaar jij minder geneigd bent te luisteren. Het contrast tussen wat waar is en wat niet, is volkomen duidelijk, en toch zie jij het niet” (T14.II.2:5-6). Jezus is blijkbaar van mening dat zijn boodschap waar is, dus is het misschien een goed idee om hem op zijn woord te geloven. Uiteindelijk zal de waarheid die in de Cursus weerspiegeld wordt op de een of andere manier in elke denkgeest opdagen. “Er zijn vele duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst” (H1.4:2). Jezus brengt zijn boodschap aan ons allemaal: “We spreken vandaag voor ieder die in deze wereld leeft, want hij is niet thuis. …Het thuis dat hij zoekt, kan niet door hem worden gemaakt. Er is geen substituut voor de Hemel (W182.3:1, 5-6). Het is dus de wereld, en het ego dat haar gemaakt heeft, die niet waar zijn.