Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#683 Hoe kan ik als verpleegster in een verpleeghuis werken als de Cursus onderwijst dat er geen ziekte of dood is?

Ik werk als verpleegster in een verpleeghuis. Sinds ik volgens de Cursus ben gaan leven, vind ik het moeilijk om ‘mensen te helpen sterven’. In Een cursus in wonderen wordt gezegd dat ik God verloochen als ik in ziekte en in de dood geloof, omdat Hij deze illusies niet geschapen heeft, en dat ik door deze illusies te geloven een andere god heb geschapen. Ik geloof niet in wat ik doe, maar ik kan niet van beroep veranderen omdat ik het geld nodig heb. Hoe kan ik naar de waarheid leven en me toch met ‘magie’ en illusie inlaten?

Antwoord: De Cursus onderwijst: “er is geen dood” (T3.VII.5:11), want “er is geen leven buiten de Hemel” (T23.II.19.1). Deze waarheid is van toepassing op onze werkelijkheid als denkgeest. Wanneer we echter de keuze maken te geloven dat de afscheiding werkelijk is, volgt de vereenzelviging met het ego en het lichaam. Bij deze keuze wordt God afgewezen, en gaan ziekte en dood deel uitmaken van de illusoire ervaring die het gevolg van deze keuze is. De Cursus heeft tot doel ons te leren dat we een denkgeest zijn die de macht heeft tussen waarheid en illusie te kiezen. Wat we kiezen, bepaalt dan wat we in de droom ervaren. Er wordt ons niet gevraagd de overtuigingen te veranderen die het denksysteem van het ego vormen, en evenmin te ontkennen dat we ze daadwerkelijk geloven. Daardoor worden ze juist werkelijk en krijgen ze macht over ons. Er wordt ons wél gevraagd aandacht te besteden aan onze overtuigingen en oordelen, omdat ze ons de keuze tonen die we in de denkgeest hebben gemaakt maar die we ontkend hebben en vergeten zijn, zodat we opnieuw een keuze kunnen maken.

Hoewel ziekte en dood in waarheid niet werkelijk zijn en dus geen gevolg hebben, lijkt het voor lichamen wel of ze werkelijk zijn. Hun doel is het lichaam werkelijk te maken, en ons geworteld te houden in de overtuiging dat de afscheiding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het geloof in ziekte en dood wordt losgelaten als de denkgeest van de afscheidingsgedachte genezen is. Dit kunnen we niet doen door te proberen onszelf ervan te overtuigen dat wat we zien en ervaren niet werkelijk is. In feite zegt Jezus ons met zachtheid, maar heel duidelijk, dat we ons geloof in het lichaam niet moeten ontkennen: “Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens (met inbegrip van ziekte en dood) kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning” (T2.IV.3:8-11).

Wat ons gevraagd wordt om te doen is inzien dat we inderdaad geloven dat we lichamen in de wereld zijn, dat we ziek worden en sterven. Alleen al het feit dat we onszelf als een lichaam ervaren in de droom van de dood is een magische kunstgreep. Die vindt plaats wanneer de denkgeest die voor de afscheiding heeft gekozen de schuld voor deze keuze naar buiten projecteert, op het lichaam en de wereld. De hoop die geboden wordt door de liefdevolle boodschap van Jezus in de Cursus is dat alle magie waarin we geloven, door middel van vergeving door de Heilige Geest getransformeerd kan worden. “Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen (T18.VI.4:7-8). Gelukkig voor ons is dit van toepassing op elke illusie die we in de droom ervaren, met inbegrip van ziekte, dood, werk en magie. Onszelf onze verkeerde overtuigingen leren vergeven helpt ons meer medeleven en begrip voor al onze relaties op te brengen, aangezien iedereen deze overtuigingen deelt.Dat is de reden dat elk werk, evenals ieder aspect van ons leven een klaslokaal wordt om vergeving toe te passen, zoals de Cursus dat onderwijst. Het inzicht dat niets uiterlijks in ons leven veranderd hoeft te worden, omdat het deel uitmaakt van ons klaslokaal, is een correctie van de eerste egowet van de chaos, dat er een “hiërarchie in illusies” (T23.II.2:3) zou bestaan.

Wanneer we omgaan met anderen, op het werk of in ons privé-leven, tonen al onze gedachten en oordelen die op verschillen gebaseerd zijn, ons de keuze voor afscheiding die we in onze denkgeest hebben gemaakt. Als we bereid zijn in te zien dat alles wat we ervaren het gevolg is van een keuze die in de denkgeest plaatsvindt, en niet van de omstandigheden in ons leven, is dit de eerste en heel belangrijke stap in de transformatie van magie naar het wonder. Het is het proces waarbij de illusie naar de waarheid wordt gebracht, en is de manier om ‘naar de waarheid te leven’ terwijl je je toch ‘inlaat met magie’.