Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#677 “jij bent zijn gevolg, en kunt zijn oorzaak niet zijn”

Kun je me helpen begrijpen wat T27.VIII met als titel “De ‘held’ van de droom” betekent, en in het bijzonder het volgende citaat:

“Hoewel de droom zelf vele vormen aanneemt, en ogenschijnlijk een grote verscheidenheid laat zien aan plaatsen en gebeurtenissen waarin zijn ‘held’ zich bevindt, heeft de droom maar één bedoeling die op vele manieren wordt onderwezen. Deze ene les probeert hij steeds en steeds opnieuw en nogmaals te onderwijzen: dat hij zelf oorzaak is, en geen gevolg. En jij bent zijn gevolg, en kunt zijn oorzaak niet zijn”.

Antwoord: Deze passage zegt dat het ego als doel voor de droom heeft ons wijs te maken dat we elk een enkeling zijn, een eenzame figuur in de droom van de wereld, elk met onze eigen afzonderlijke belangen en behoeften, in plaats van de dromer van de droom van de wereld en alle figuren daarin. Als wij een figuur – een lichaam – zijn in de droom, zijn we het gevolg van de droom en is de droom onze oorzaak. Maar als we de dromer zijn, zijn wij de oorzaak en is de droom / de wereld het gevolg daarvan.

Om deze passage verder te begrijpen, is het behulpzaam dat je in ogenschouw neemt wat er werkelijk gebeurt in de gespleten denkgeest en wat het ego ons wil doen geloven, zoals beschreven wordt in de door jou geciteerde zinnen. De ‘jij’ tot wie Jezus zich richt en naar wie hij in Een cursus in wonderen altijd verwijst, is onze denkgeest, die zich buiten tijd en ruimte en buiten de droom bevindt. Het is de gespleten denkgeest van de Zoon van God, nadat we schijnbaar in slaap zijn gevallen en van de afscheiding begonnen te dromen. Net zoals we dat bij nachtmerries ervaren, herinneren we ons niet dat wij de dromer zijn, maar denken in plaats daarvan dat we een van de figuren in de droom zijn, een lichaam, de ‘held’ van de droom. We hebben het lichaam dus als onze identiteit aangenomen en geloven dat heel de rest van de droom – de wereld – zich buiten ons bevindt, buiten onze controle is, en tegen onze wil zijn invloed op ons doet gelden. En toch zijn wij het die als dromende denkgeest, de hele tijd alles zelf verzinnen.

Maar deze verwarring over onze identiteit is nu net wat het ego ons wil doen geloven, zodat hij zijn doel kan bereiken: ons in slaap te houden en de afscheidingsdroom laten dromen, zonder dat we ooit beseffen dat het onze droom is. De wereld die we lijken te ervaren buiten ons fysieke zelf, met inbegrip van onze ouders, hun ouders, enz., lijkt dus de oorzaak te zijn van het zelf dat we denken te zijn: het lichaam. Met andere woorden: het ego heeft ons ervan overtuigd dat wij, als een lichaam dat hersenen bezit die reageren en denken en voelen, het gevolg van de wereld zijn, en hoe wij ons voelen is het resultaat van onze interacties met die buitenwereld en alle mensen erin. We nemen dus nooit de mogelijkheid in overweging dat wij, als denkgeest, niet het gevolg zijn, maar wel de oorzaak van de wereld, van de droom. En deze kunstgreep dient een weloverwogen doel, want nu lijkt het de wereld / de droom te zijn die er oorzaak van is dat wij ons ongelukkig voelen en pijn en verlies lijden, en niet de beslissing die wij in onze denkgeest hebben genomen om onszelf als afgescheiden van de liefde te zijn. Als we werkelijk zouden weten dat onze eigen keuze de oorzaak is, zouden we niet blijven slapen en nog langer dromen, en het ego – de afscheidingsgedachte – zou dan gewoonweg verdwijnen.

Denk opnieuw aan je nachtelijke dromen. We kunnen in de droom allerlei ervaringen hebben die we aan de andere figuren en de ‘buitenwereld’ van onze droom toeschrijven, zolang we nog in slaap zijn en dromen. Maar als we wakker worden, zien we in dat al deze gevoelens niet veroorzaakt werden door iets in de droom zelf, maar wel door onze denkgeest die de hele inhoud van de droom heeft gedroomd, met inbegrip van zowel de droomfiguur die we dachten te zijn, als alles wat er blijkbaar gescheiden van was. De droom is één enkele unitaire illusie die ons, zolang we blijven slapen, blijft misleiden wat de waarheid betreft. Een van de hoofddoelen die Jezus met de Cursus heeft, is dus ons te helpen begrijpen wat de werkelijke aard van oorzaak en gevolg is, zodat we onze verwarring ongedaan kunnen maken en ons uiteindelijk kunnen herinneren Wie we werkelijk zijn, zelfs voorbij de illusoire gespleten denkgeest.

In een lieflijke passage in het begin van het Tekstboek, roept Jezus ons toe: “Hoor dan het enige antwoord van de Heilige Geest op alle vragen die het ego opwerpt: jij bent een kind van God, een onschatbaar deel van Zijn Koninkrijk, dat Hij geschapen heeft als deel van Hem. Niets anders bestaat en alleen dit is werkelijk. Jij hebt een slaap verkozen waarin je boze dromen hebt gehad, maar die slaap is niet werkelijk en God roept je op te ontwaken. Van je droom zal niets overblijven wanneer je Hem hoort, omdat je zult ontwaken. Je dromen bevatten veel egosymbolen en die hebben jou verward. Maar dat kwam alleen doordat jij sliep en niet wist. Wanneer je ontwaakt zul je de waarheid rondom je en in je zien, en zul je niet langer in dromen geloven omdat ze voor jou niet werkelijk meer zijn. Maar het Koninkrijk en al wat jij daar geschapen hebt, zal grootse werkelijkheid voor jou bezitten omdat dat alles schitterend en waar is” (T6.IV.6).