Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#674 Hoe kan ik bespoedigen dat iemand van denken verandert?

Welk advies heb jij voor een leraar van God, wiens eigen genezing afhangt van de verandering van denken door een patiënt? Mijn moeder kreeg via mij een wonder, maar het wacht tot zij het aanvaardt. Dat wonder zal mij evenzeer genezen. Het is geen genezing van een ziekte, maar eerder genezing van een gebrek aan overvloed. Ik voel me genezen vanwege een openbaring, maar de aanhoudende symptomen zijn soms moeilijk te negeren. Ik wend me zoveel mogelijk tot de Heilige Geest, en Hij helpt me mij te herinneren dat ik een overeenkomst heb met God, en dat God niet van Gedachten verandert. Maar wat is dan mijn rol? Kan ik iets doen om te bespoedigen dat mijn moeder van denken verandert? Tot nu toe heb ik gewoon toegezien op haar vorderingen en haar het woord van God gegeven als ik het gevoel had ze daar behoefte aan had. Kan ik nog iets anders doen?

Antwoord: Als wij denken dat onze eigen genezing afhangt van de verandering van denken door iemand anders, dan is het in werkelijkheid nodig dat we zelf ons denken veranderen! Je bedoelt het waarschijnlijk wel goed als je wilt dat je moeder genezing aanvaardt, maar Jezus waarschuwt: "Vertrouw niet op je goede voornemens. Die zijn niet goed genoeg” (T18.IV.2:1-2). Want zolang je je er zorgen over blijft maken of ze het wonder wel aanvaardt, of je de behoefte voelt om haar te helpen bij haar voortgang naar het aanvaarden ervan, dan aanvaardt jouw denkgeest het wonder ook nog niet! Hoe moeilijk het ook lijkt dit te geloven, Jezus wijst hierop in niet mis te verstane woorden, in het Handboek voor leraren, Hoofdstuk 7: "Moet genezing worden herhaald?" Daar staat: "Een van de moeilijkst te onderkennen verleidingen is dat het twijfelen aan een genezing vanwege het feit dat de symptomen blijven terugkomen, een misvatting is in de vorm van gebrek aan vertrouwen. Als zodanig is het een aanval. Gewoonlijk lijkt het juist het tegenovergestelde te zijn. Het lijkt aanvankelijk onredelijk als je verteld wordt dat aanhoudende bezorgdheid een aanval is. Het heeft er alle schijn van liefde te zijn. Maar liefde zonder vertrouwen is onmogelijk, en twijfel en vertrouwen kunnen niet samengaan. En haat kan niet anders dan de tegenpool van liefde zijn, ongeacht de vorm die hij aanneemt. Twijfel niet aan het geschenk, en het is onmogelijk het resultaat ervan in twijfel te trekken. Dit is de zekerheid die Gods leraren de kracht geeft wonderdoeners te zijn, want zij hebben in Hem hun vertrouwen gesteld" (H7.4).

Wat betekent het nu specifiek dat jij het soms moeilijk vindt je moeders symptomen te negeren? Haar voortdurende symptomen herinneren jou eraan – tenminste onbewust – dat er in je eigen denkgeest nog ongenezen plaatsen zijn. Jezus vraagt je om daar je aandacht op te richten, in plaats van op je moeders voortdurende weerstand. Want als we beïnvloed worden door iemands onvermogen om een wonder te aanvaarden, dan maken we de vergissing in hun denken werkelijk in onze eigen denkgeest. Want dan geloven we dat het ego een reëel probleem is in plaats van alleen maar een verkeerde zienswijze gebaseerd op een illusoir geloof in de afscheiding. Het geloof dat het ego werkelijk is, is het enige probleem dat we moeten aanpakken. En zolang we geloven dat iemand anders op de een of andere manier verantwoordelijk is voor ons gebrek aan vrede, missen we de kans om onze eigen verkeerde waarneming te genezen. Want als we werkelijk door de keuze van iemand anders zouden kunnen worden beïnvloed, dan zouden we het slachtoffer kunnen worden van krachten buiten onze controle. Maar Jezus maakt het in het Werkboek al gauw heel duidelijk dat we niet het slachtoffer zijn van de wereld die we zien (WdI.31).

In hetzelfde hoofdstuk van het Handboek voor leraren dat hierboven werd aangehaald, zegt Jezus verder: "Twijfel aan zichzelf is wat er in werkelijkheid altijd ten grondslag ligt aan twijfel over de afloop van enig probleem dat aan Gods Leraar wordt toevertrouwd om te worden opgelost. En dat houdt noodzakelijkerwijs in dat er vertrouwen werd gesteld in een illusoir zelf, want alleen aan zo’n zelf kan worden getwijfeld. … Een conflict over wat jij bent is je denkgeest binnengeslopen en nu ben je misleid omtrent jezelf. En je bent misleid omtrent jezelf, doordat je de Bron van je schepping hebt ontkend. Als je slechts genezing aanbiedt, kun je niet twijfelen. Als je werkelijk het probleem opgelost wilt hebben, kun je niet twijfelen. Als voor jou vaststaat wat het probleem is, kun je niet twijfelen. Twijfel is het resultaat van tegenstrijdige wensen. Wees zeker van wat jij wilt, en twijfel wordt onmogelijk. "(H7.5:1-2; 6:3-9). Het illusoire zelf is een zelf dat gelooft dat het afgescheiden is, niet alleen van anderen, maar ook van God en Zijn alomvattende Liefde. Dat is de verkeerde waarneming die genezen moet worden binnen onze eigen denkgeest voordat we iemand anders oprecht tot hulp kunnen zijn.

Dat betekent natuurlijk niet dat jij geen steun aan je moeder kunt bieden bij haar genezingsproces, maar dan niet vanuit enig gevoel van noodzaak dat zij moet veranderen. Jouw enige rol of verantwoordelijkheid als leraar van God is de Verzoening voor jezelf te aanvaarden – wat Jezus op veel plaatsen in Een cursus in wonderen benadrukt, (bijvoorbeeld T2.V.5:1; H7.3:2). En hij gaat nog verder in detail: "De leraar van God is een wonderdoener omdat hij de geschenken geeft die hij ontvangen heeft. Maar hij dient ze eerst te aanvaarden. Meer hoeft hij niet te doen, en meer kan hij ook niet doen. Door genezing te aanvaarden kan hij die geven. Als hij hieraan twijfelt, laat hij zich dan herinneren Wie de gave gaf en Wie haar heeft ontvangen. Zo wordt zijn twijfel gecorrigeerd. Hij dacht dat de gaven van God teruggenomen konden worden. Dat was een vergissing, maar bepaald niet een om aan vast te houden. En dus kan de leraar van God haar alleen maar zien als wat ze is en haar voor hem laten corrigeren (H7.3:3-11; cursivering toegevoegd).