Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#666 Is er een denkgeest buiten tijd die situaties schept?

Na het lezen van enkele vragen heb ik het idee dat er een denkgeest buiten tijd en ruimte en buiten het collectieve bewustzijn is, die situaties en condities schept, plaats en tijd van geboorte bepaalt en je naar bepaalde mensen en plaatsen brengt. En dit alles in overeenstemming met de inhoud van die denkgeest. Is dit juist?

Antwoord: Ja, dat is juist. De denkgeest van het Zoonschap die gekozen heeft voor afscheiding, is in slaap en droomt van een wereld waarin hij de leiding heeft. En alles in deze wereld is een weerspiegeling van zijn keuze voor afscheiding van God. Deze keuze is buiten tijd en ruimte – die de denkgeest zelf gemaakt heeft - omdat de denkgeest gedachte is en geen vorm. Hij kan niet ‘buiten zichzelf zijn’. Zoals Een cursus in wonderen onderwijst: “Ideeën verlaten hun bron niet, en hun gevolgen lijken er alleen maar los van te staan. Ideeën zijn eigen aan de denkgeest. Wat naar buiten is geprojecteerd en schijnbaar buiten de denkgeest ligt, is helemaal niet buiten, maar een gevolg van wat zich vanbinnen bevindt, en zijn bron niet heeft verlaten”(T26.VII.4:7-9). God deelt Zijn creatieve macht met Zijn Zoon die één is met Hem. Wanneer de denkgeest voor afscheiding kiest, projecteert de Zoon de schuld die voortkomt uit deze keuze. Dat is een verkeerd gebruik van de macht van de denkgeest. Deze geprojecteerde schuld is de oorsprong van de situaties en omstandigheden in ons leven. Omstandigheden zijn dus een gevolg van de keuze van de denkgeest. Hun doel is de denkgeest ervan te overtuigen dat de afscheiding echt is en werkelijke gevolgen heeft. Deze strategie werkt, want als we voor afscheiding kiezen, ervaren we onszelf in een lichaam dat allerlei relaties aangaat, en bevinden we ons in situaties die ogenschijnlijk buiten onze controle liggen. Specifieke voorvallen in ons leven, zoals een kapotte waterleiding of een auto-ongeluk, zijn onvermijdelijke gevolgen van de keuze van de denkgeest om zich te vereenzelvigen met het ego-denksysteem. Alle soorten ongelukken en defecten zijn in dit systeem ingebouwd, omdat het gebaseerd is op een belangrijke regel van het ego: “Zoek en vind niet” (T12.V.7:1). Welke omstandigheden zich ook voordoen of welke ervaringen we ook hebben in de wereld, deze zullen nooit tegemoetkomen aan onze werkelijke behoefte. We zullen nooit vinden wat we zoeken. De wereld zal ons altijd teleurstellen. Daarentegen kunnen we er zeker van zijn dat het leven in de wereld het doel van het ego zal vervullen. En dat is dat we ons slachtoffer voelen van krachten die buiten onze controle liggen.

Ontkenning is een truc van de denkgeest om zijn plan te doen slagen. Wanneer de denkgeest eenmaal kiest voor afscheiding, ontkent het dat het deze keuze gemaakt heeft en dissocieert het zijn creatieve macht. Dit betekent niet dat er een macht buiten onszelf is die gebeurtenissen manipuleert, zoals de Tovenaar van Oz achter het gordijn. Het betekent dat de denkgeest ermee instemt zich te onderwerpen aan de wetten van het ego door zich te identificeren met het lichaam, en vervolgens te geloven dat het leven begint bij de geboorte en eindigt bij de dood. De wetten van God worden ontkend en een krankzinnige omkering van deze wetten lijkt ons slachtoffer te maken van zaken die buiten onze controle liggen. Dat is precies wat de denkgeest ons wil doen geloven, om zijn bewering dat de afscheiding werkelijk is, te ondersteunen. Tijdens de keuze voor afscheiding heeft de collectieve denkgeest van het Zoonschap de wereld gevuld met ongelukken en een eindeloze reeks van gebeurtenissen. Dit is niet het werk van de individuele denkgeest. Wanneer de individuele denkgeest kiest voor slachtofferschap, kunnen we er zeker van zijn dat er ‘ongelukken’ gebeuren om ons ‘slachtoffer’ te voelen. Dit betekent niet dat we zelf een vrachtwagen op ons pad zetten om ons te raken. Het betekent dat we zochten naar een vrachtwagen; in feite hopen we dat er een zal komen om ons te raken, om zo vorm te geven aan het door ons gekozen en gekoesterde script van slachtofferschap.

De beperkingen van tijd en ruimte zijn ‘werkelijk’ in onze ervaring. Het lichaam zal feitelijk sterven en we kunnen de zon niet beletten op te gaan. Omdat we slapen en geloven dat onze droom werkelijkheid is, wordt ons niet gevraagd om deze gebeurtenissen niet te geloven, maar enkel onze interpretatie ervan in twijfel te trekken. We interpreteren altijd met het ego of met de Heilige Geest. Het ego ziet deze gebeurtenissen als bewijs dat de wereld werkelijkheid is en dat wij er de machteloze slachtoffers van zijn. De Heilige Geest, die dat deel van de denkgeest vertegenwoordigt dat wéét dat het denkgeest is, onderwijst ons dat deze gebeurtenissen tonen dat we een denkgeest hebben waarvan we de macht kunnen misbruiken. We misbruiken die macht door een stoffelijke wereld te maken waar God buitengesloten kan worden, zodat wij door kunnen gaan met ons draaiboek van afscheiding. Dat zijn de twee mogelijke gedachten waartussen de denkgeest kiest. Iedere situatie kan gebruikt worden voor het doel van het ego (de afscheiding en de wereld is werkelijkheid) of die van de Heilige Geest (afscheiding is onmogelijk en de wereld is een illusie).