Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#660 Waarom denk ik beter over mijn vrienden dan zij over mij?

Ik ervaar voortdurend een bepaald patroon in mijn leven en ik hoop dat je er iets over kunt zeggen. Als je aan twee vrienden, die zich elk in een aparte kamer bevinden, vraagt om hun relatie te definiëren, dan zullen zij deze waarschijnlijk op dezelfde manier beschrijven: “We zijn goede vrienden, bekenden, enzovoort.” Maar volgens genoemd patroon zie ik mijn relaties met andere mensen anders dan zij hun relatie zien met mij. Ik heb het gevoel dat ik beter bevriend ben met mensen dan zij met mij. Kun je hier iets over zeggen?

Antwoord: Zonder meer te weten over hoe je deze verschillen ervaart tussen jouzelf en anderen in de waarneming van jullie relatie, kunnen we je alleen wat algemene punten ter overweging geven. Vanuit het perspectief van de Cursus is de enige vraag die je jezelf over iets hoeft te stellen: “Waartoe dient het?” (T24.VII.6:1-3). Dus met betrekking tot het patroon dat je herkent, hoef je jezelf enkel af te vragen welk doel het in jouw leven dient. En om dat te beantwoorden zul je eerlijk moeten kijken naar wat voor gevoelens lijken te worden opgeroepen door deze verschillen tussen jou en anderen in de waardering van jullie relatie.

Welnu, als je eigenlijk geen reactie in jezelf voelt, dan kun je het gewoon toeschrijven aan de eerste wet van chaos van het ego: “De waarheid is voor iedereen anders”(T23.II:2:1). In deze wereld van verschillen kijken we allemaal door ons eigen speciale filter en dus zijn verschillen in waarneming bepaald onvermijdelijk. Echter, omdat het patroon je zodanig is opgevallen dat je naar de betekenis ervan vraagt, lijkt het waarschijnlijk dat het verschil je wel iets uitmaakt. We kunnen je een paar mogelijke reacties met hun implicaties aan de hand doen, maar je moet zelf beslissen wat voor jou geldt.

Het kan zijn dat je je teleurgesteld voelt, misschien heb je zelfs het gevoel dat men misbruik van je maakt, omdat je gevoelens niet beantwoord worden. Jezus heeft het over de “ ‘wetten’ van vriendschap, van ‘goede’ relaties en wederdiensten” (WdI.76.8:3) die wij denken te moeten gehoorzamen. Deze maken allemaal deel uit van het opzettelijke plan van het ego om voortdurend buiten onszelf te zoeken om onze behoeften vervuld te krijgen en geluk te vinden door middel van ruilhandel binnen onze speciale liefdesrelaties (zie bijv. T7.I.4, T21.III.1). En dankzij deze regels kunnen we de nodige munitie vergaren om aan te tonen dat wij slachtoffer zijn van gebrek aan waardering en zorg van anderen. Natuurlijk zijn deze verdedigingen slechts rookgordijnen die ons ervan weerhouden naar binnen te kijken, naar de schuld die de werkelijke oorzaak is van al onze gevoelens van ongenoegen en gebrek.

Of misschien heb je het gevoel dat je niet goed genoeg bent en dat, ondanks al je pogingen, anderen er gewoon niet in geïnteresseerd zijn je beter te leren kennen. Dit lijkt een stapje dichter bij de erkenning van de schuld binnenin jezelf dan de vorige reactie, die de schuld bij de ander legt. Maar zolang we schuld koesteren jegens iemand, inclusief onszelf, zitten we nog steeds vast in de stuiptrekkingen van het egodenksysteem (T11.IV.4,5). Want het zelf in de wereld, dat we allemaal denken te zijn, is niet het probleem. Het probleem is de denkgeest die denkt dat hij dit zelf nodig heeft als verdediging tegen de schuld die hij vasthoudt.

Aan de andere kant voel je je misschien op een bepaalde manier superieur omdat je meer open staat voor intimiteit, niet bang bent om betrokken te raken bij anderen en meer om anderen geeft dan zij om jou. Als dit je reactie is, dan zal het helpen als je de speciaalheid toegeeft die altijd aan dit gevoel ten grondslag moet liggen. En als je vervolgens herkent dat ook dit een verdediging is tegen de schuld in je eigen denkgeest, omdat je tegen de liefdevolle Intimiteit gekozen hebt waar we ons allemaal van hebben afgekeerd in ons streven zelfstandig, onafhankelijk en autonoom te zijn, zonder Iemand anders nodig te hebben. Want we beschuldigen altijd anderen van datgene waarvan we eerst onszelf beschuldigen (T31.III.1,2).

Misschien ervaar je nog andere reacties op dit patroon in je relaties, maar wellicht wordt uit deze drie voorbeelden duidelijk dat het pad ons altijd terug brengt bij onze eigen schuld, als wij bereid zijn het daadwerkelijk te volgen. Het egodoel van al onze relaties is om onbewust onze eigen schuld te versterken, terwijl we proberen deze buiten onszelf te zien. Maar aan al onze relaties kan een ander doel gegeven worden, als we bereid zijn deze te herkennen als een voertuig om ons in contact te brengen met het geloof in onze eigen schuld. Want alleen als we die schuld binnen onze eigen denkgeest erkennen, kunnen we anders kiezen, met de Heilige Geest of Jezus als onze gids in plaats van het ego.

Meer informatie over de wisselwerking binnen relaties vindt je bij V#066 en V#398.