Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#655 Hoe kan ik omgaan met mijn behoefte aan overeten?

Ik heb ontdekt ik het Zoonschap aanval door te overeten. Ik was bereid naar de schuld te kijken door minder te eten en hoopte zo minder bang te zijn voor Gods Liefde, waardoor ik deze vorm van aanval niet meer hoef te gebruiken. Maar ik merk dat dit ongelooflijk moeilijk is, hoewel ik precies weet welk doel mijn overeten dient: Gods Zoon aanvallen en Gods Liefde van me weghouden, ofwel de afscheiding versterken.

Ik hoop dat je me kunt helpen met dit proces. Wanneer ik mijn eetbuien beperk, word ik overweldigd door een heel sterk hongergevoel. Ik wil me dan tot de Heilige Geest wenden en ‘kijken’ naar de schuld in mijn denkgeest, zodat ik kan zien dat deze niet werkelijk is. Maar dan krijg ik daar geen enkele heldere gedachte over. Ik denk alleen maar aan de honger en aan de behoefte om veel junkfood te eten, zodat het hongergevoel overgaat. Wat betekent ‘kijken naar de schuld’? Kun je me adviseren hoe ik aan deze blokkade voor het bewustzijn van de aanwezigheid van Liefde voorbij kan gaan? Welke ‘waarheden’ kan ik gebruiken om me te helpen minder bang te zijn en over deze vorm van aanval heen te komen?

Antwoord: Je ziet het ten dele juist. Maar er is een belangrijk aspect in je huidige houding ten opzichte van voedsel waar je – in het licht van het onderricht van Een cursus in wonderen – op een andere manier naar kunt kijken. Er is niets mis mee als je probeert op schuld gebaseerd verslavend gedrag, zoals overeten, drinken, gokken, en dergelijke te overwinnen. Soms kan dat een heel nuttige eerste stap zijn. Maar als dat je hoofddoel is, dan span je het paard achter de wagen, vanuit het perspectief van de Cursus. Zelfs als je erkent dat het symbool staat voor je aanval op het Zoonschap. Daarmee bevindt je je in goed gezelschap, want de meeste studenten proberen hun gedrag te veranderen, in plaats van hun denkgeest. Dit is alleen maar ‘natuurlijk’ omdat we ons meer met het lichaam binnen tijd en ruimte identificeren, dan met de denkgeest buiten tijd en ruimte. Maar dat speelt het grote plan van het ego regelrecht in de kaart, want het houdt onze aandacht gericht op het gevolg (het lichaam) en verbant de oorzaak (de denkgeest) naar een tweede positie.

Een alternatieve benadering is het verschuiven van je doel. In plaats van minder te eten kijk je alleen maar naar je gedachten bij je onweerstaanbare trek en je eetbuien. Dit weerspiegelt de nadruk die de Cursus legt op gedachten in plaats van op gedrag. Wij denken dat ons destructieve gedrag het probleem is, maar Jezus zegt dat het gedrag altijd slechts een symptoom is van de onderliggende destructieve gedachte van schuld in de denkgeest (T2.VI.3). Het gedrag helpt ons te herkennen dat de schuld in de denkgeest is. Maar ons doel, geloof het of niet, is niet het veranderen van het gedrag of de schuld. Ons doel is alleen maar het erkennen van de schuld, en dan om hulp vragen om onszelf anders te zien. Het teveel eten op zich is niet de aanval. De aanval is de gedachte die je aanzet tot overeten. Die gedachte is niet werkelijk. Als we ons ten doel stellen om beide te veranderen, dan zeggen we dat zowel de gedachte als het gevolg ervan – de eetbuien – werkelijk zijn. Omdat ze allebei heel werkelijk voelen voor ons, is het duidelijk dat wij ze niet zelf ongedaan kunnen maken.

De schuldgedachte kan worden ervaren als bezorgdheid, angst, behoeften, schaarste, ontoereikendheid, afschuw van jezelf, enzovoort. Het ego wil dat we de schuldgedachte specifiek interpreteren: we hebben honger, hunkeren naar voedsel en dit probleem wordt aangepakt door eten. De Cursus nodigt ons uit om deze gedachten los te koppelen van de specifieke context, en te herkennen dat de onderliggende gedachte in werkelijkheid een uitspraak over onszelf is. We denken dat we leeg zijn van binnen en iets missen, namelijk de liefde waarvan we onbewust denken dat we deze hebben weggegooid (T30.III.1,2,3). Déze gedachte is de bron van onze schuld. Of we al dan niet iets eten is niet relevant. Maar we moeten onszelf toestaan de onderliggende gedachte te voelen, die zowel angst als pijn teweeg kan brengen. We moeten deze stap niet onderwaarderen, maar we moeten het hier evenmin bij laten.

Het proces dat de Cursus ons leert betekent dat we samen met de Heilige Geest of met Jezus kijken naar wat ons heel werkelijk en machtig toeschijnt: onze schuld, in elke vorm waarin deze ons werkelijk lijkt. We kijken ernaar met Hun zachtmoedige, niet-oordelende aanwezigheid naast ons. Als we erin slagen ons met Hun liefde te verbinden in dit proces, dan zal de intensiteit van onze op schuld gebaseerde gevoelens wat verminderen. Onze voortdurende investering in het door schuld beschermde ego en het zelf dat we denken te zijn, bepaalt in hoeverre we bereid zijn op een zeker moment de schuld los te laten. Dus we moeten onszelf niet veroordelen als de gevoelens niet minder heftig lijken te worden, maar gewoon zo eerlijk mogelijk blijven kijken en om hulp vragen om onszelf in een ander licht te zien. Want wat we over onszelf geloven – dat we zondige, schuldige, zwakke, beperkte schepselen zijn – is een leugen van het ego. De aanwezigheid van Jezus en de Heilige Geest in onze denkgeest is het bewijs dat het een leugen is. Want onze denkgeest zou niet het thuis voor Hun zachtmoedige aanwezigheid kunnen zijn, als we het beperkte zelf waren dat we tot nu toe met klem beweren te zijn. Dit proces van kijken naar en loslaten van schuld vergt waarschijnlijk tijd, dus is het belangrijk geduld te hebben met onszelf. Na verloop van tijd wordt de behoefte aan voedsel om die vervelende en angstaanjagende gedachten weg te duwen wellicht ook minder. Voedsel op zich wordt dan minder belangrijk voor je.

Een gedetailleerde bespreking van dit proces en deze kwestie kun je vinden in: ‘Overeating: A Dialogue’ (gepubliceerd als een klein boekje en als een cassette-bandje). Hierin bespreekt Kenneth Wapnick met drie andere studenten eetverslaving en preoccupatie met lichaamsgewicht .