Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#647 Hoe ga ik om met mijn waarneming van het gedrag van anderen?

Door mijn studie van Een cursus in wonderen wordt het gedrag van andere mensen steeds doorzichtiger voor me. Ik zie dat hun motieven voortkomen uit speciaalheid. Soms, wanneer ik mensen ontmoet die ik eerst respecteerde en bewonderde, word ik er depressief van. Wat ik eerst beschouwde als hun ‘vriendelijkheid’ en ‘zorgvuldigheid’, zie ik nu als wat het werkelijk is: manipulatie. Kun je hier iets over zeggen? Betekent dit dat ik mijn afgoden aan het loslaten ben en me daardoor ontgoocheld en gedesillusioneerd voel?

Antwoord: Er zijn twee manieren om naar speciaalheid te kijken: door de hardvochtige, oordelende ogen van het ego, of door de zachtmoedige, vergevende ogen van Jezus of de Heilige Geest. Als je kiest voor het ego, zie je speciaalheid in de eerste plaats in de ander en veroordeelt het daar en niet in jezelf. Zo hoef je niets te doen aan de schuld in je denkgeest. En zo rechtvaardig je dat je je zelfs nog meer dan vroeger afgescheiden voelt van de mensen die je eerst aardig vond. Het ego heeft je op die manier alsnog beet en bereikt zijn doel: afscheiding en zonde tot werkelijkheid maken en jou aan zich binden door depressie en ontgoocheling.

Als je er echter voor kiest om met vergevende ogen te kijken, verbind je je met Jezus en besef je dat iedereen zichzelf misleidt om dezelfde reden. En dat iedereen dezelfde oplossing deelt in de juist gerichte denkgeest, en dezelfde mogelijkheid heeft om hiervoor te kiezen. Bovendien zou je beseffen dat het ego geen macht heeft over liefde en er dus geen reden is om negatief te reageren op speciaalheid, het kenmerk van ego-identificatie. Het hoort gewoon bij het nietige dwaze idee dat het mogelijk is om de eeuwige Eenheid van Gods Wezen te veranderen in afgescheiden fragmenten, en dat Liefde die Zichzelf eeuwig en grenzeloos uitbreidt, vervangen kan worden door een pseudo-liefde met beperkingen, competitie, opoffering en verlies. Dit is een belachelijke gedachte en Jezus adviseert om er alleen maar om te lachen. Kortom, speciaalheid komt voort uit een idee dat het onmogelijke mogelijk is. Dus zul je alleen oordelen en depressief raken over speciaalheid, als je denkt dat het op de een of andere manier werkelijk is.

De speciale relaties met mensen die je bewonderde om hun vriendelijkheid en zorgvuldigheid, waren een vervanging van de enige werkelijke relatie: die met God of met Zijn weerspiegeling in je denkgeest, Jezus. Wanneer je begint in te zien dat speciale liefde vals is, geeft dat een schok van desillusie en ontgoocheling. Je was je immers niet bewust van de rol die speciale liefde speelde in het bedekken van de schuld die voortkomt uit afscheiding van je Bron. Maar als je dit nu waarneemt met de vergevende ogen van Jezus, zie je alleen een dwaze vergissing, zonder gevolgen voor de waarheid en de werkelijkheid. Door niet te oordelen over anderen die hun speciaalheid koesteren, bevrijd je jezelf van je eigen zelfbeschuldiging en zelfveroordeling die verborgen werd gehouden. Door voorbij te zien aan hun keuze voor speciaalheid en te kijken naar de angst die deze keuze motiveert, en - daaraan voorbij - naar de liefde die de angst verbergt, bereik je uiteindelijk de plaats in jezelf waar je je eenheid met alle anderen ziet. Oordelen zijn dan vervangen door compassie en vrede.