Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#626 Waarom maakt de Cursus niet eerder bekend dat Jezus slechts een symbool is?

In het Handboek voor leraren van Een cursus in wonderen wordt ons gezegd dat “de naam van Jezus Christus als zodanig slechts een symbool is” (H23.4:1). Waarom wordt niet eerder in de tekst onthuld, dat Jezus louter symbolische betekenis heeft in het leerplan? De Cursus krijgt echt een andere betekenis, wanneer men zich realiseert dat de rol van Jezus in de Cursus louter symbolisch is.

Antwoord: Het antwoord op je vraag is simpel: er wordt bedoeld dat de naam een symbool is, net zoals eerder in het Handboek verklaard wordt dat “woorden slechts symbolen van symbolen zijn. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd” (H21.1:9-10). De verklaring kan ook op een dieper niveau worden begrepen, waar Jezus gezien wordt als een symbool voor liefde, net zoals wij symbolen zijn voor het egodenksysteem van afscheiding. Op dat niveau is alles een symbool, omdat alles plaatsvindt in een denkgeest die denkt dat hij bestaat buiten de volmaakte Eenheid van God, de enige werkelijkheid, waarvoor geen symbool bestaat en die “uiteindelijk wordt gekend zonder vorm, onafgebeeld en ongezien” (T27.III.5:2).

Er bestaan geen werkelijke afgescheiden entiteiten of wezens in een fysieke kosmos, ook al vertellen onze zintuigen ons dat dit wél zo is. Les 184 begint met “Je leeft aan de hand van symbolen. Je hebt namen bedacht voor alles wat jij ziet. Elk ding wordt een afzonderlijke entiteit, die jij identificeert met behulp van zijn eigen naam. Daarmee houw je het uit de eenheid los” (WdI.184.1:1-4). Jezus richt zich tot de keuzemakende denkgeest, buiten tijd en ruimte, zoals hij altijd doet in de Cursus. Toch maakt hij ons in diezelfde les duidelijk dat hij niet verwacht dat wij aan alle symbolen voorbijgaan. Maar hij waarschuwt ons tevens ons niet te laten misleiden door de symbolen van de wereld: “Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden (WdI.184.9:4-5).

Jezus is dus een symbool, niet voor de wereld van afscheiding, maar voor de werkelijke wereld van liefde en eenheid. Naarmate we ons meer gaan identificeren met de denkgeest en minder met het lichaam, zullen we beter in staat zijn ons hiermee te verbinden. Intussen blijven we gewoon met hem en onszelf omgaan als individuen, zolang we dat op die manier ervaren. Toch moeten we daarbij in gedachten houden wat hij ons met name in deze les onderwijst. Hij leert ons hoe we de namen van dingen in de wereld kunnen gebruiken om eraan voorbij te gaan naar “één Naam, één betekenis en één enkele Bron, die alle dingen in Zichzelf verenigt” (11:3). Het uitgangspunt dat ons veel verder zal brengen, is hulp vragen aan Jezus of de Heilige Geest om voorbij te zien aan de gescheiden, strijdige belangen die ons verdelen, en te kijken naar het gemeenschappelijke doel dat we allen delen: om onze eenheid als Gods enige Zoon in ons bewustzijn terug te brengen. Dit vergevingsproces wordt prachtig beschreven in de paragraaf van het Tekstboek “Voorbij alle symbolen“ (T27.III). Ook in hoofdstuk 17 van Kenneths boek Absence from Felicity, wordt Helen Schucmans ervaring van Jezus op deze twee niveaus uitgelegd. Deze fragmenten kunnen helpen om de verwarring ongedaan te maken waar vrijwel alle studenten tegenaan lopen, wanneer ze zich gaan bezighouden met dit aspect van de Cursus.