Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#625 Wat is de definitie van het woord ‘God’?

Kun je alsjeblieft definiëren, of in detail voor me beschrijven, wat je bedoelt met het woord ‘God’? Ik vraag dit omdat het woord ‘God’ voor veel mensen een heleboel verschillende dingen betekent. Wanneer je het symbool ‘God’ ziet, denk je soms aan een man met wit haar, of een energiebron, of je hogere zelf. Op dit moment is de illusie die ik heb gemaakt heel vertrouwd voor me. In aanmerking genomen dat velen van ons hier deze illusie zo beu zijn, zou ik zeggen dat we de toestand van angst aardig goed hebben geleerd. Die is overal. Ik dacht misschien, dat als ik een idee van ‘God’ kon krijgen en mijn aandacht daarop zou richten, dat ik dan in die wereld zou gaan te leven.

Antwoord: Hoewel er woorden gebruikt worden om God als onze Schepper, Bron en Vader te identificeren, geeft Een cursus in wonderen geen definitie of beschrijving van God. Een van de belangrijke dingen die hij onderwijst over God is dat we geen woorden of ideeën kunnen gebruiken om Hem te beschrijven: “omdat woorden symbolen zijn en niets wat waar is uitleg behoeft” (T7.I.6:4). Bovendien horen woorden en ideeën bij het lichaam, dat aan de wereld toebehoort die “werd gemaakt als een aanval op God… [en] bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. (WdII.3.2:1, 4). Geen van deze beelden, ideeën of woorden die we met God associëren heeft enige werkelijke betekenis. Het zijn niet de ideeën over God, maar het is de ervaring van Zijn Liefde die ons naar huis zal leiden.

Het beste dat we kunnen doen om uit te leggen wat niet uit te leggen valt, is de volgende passage citeren: “De waarheid [God] kan alleen worden ervaren. Ze [God] kan niet worden beschreven en niet worden uitgelegd. Ik[Jezus] kan jou bewust maken van de condities die tot de waarheid leiden, maar de ervaring komt van God. Samen kunnen we aan haar condities voldoen, maar de waarheid [de Godsherinnering, en onze Identiteit als Zijn Zoon] zal uit zichzelf in jou dagen (T8.VI.9:8-11). Hoewel God niet uitgelegd en liefde niet onderwezen kan worden (T.In.1:6), is het goede nieuws dat we God niet hoeven te begrijpen, en liefde zich op natuurlijke wijze uitbreidt wanneer angst is weggenomen. Zoals de passage hierboven aangeeft, is ons doel alleen maar om ons met Jezus te verbinden (die dat deel van onze denkgeest vertegenwoordigt dat zich God herinnert) om te voldoen aan de condities van de waarheid. De waarheid is dat we niet het lichaam zijn waarmee me ons vereenzelvigen, maar we zijn denkgeest met macht om te kiezen. De keuze die we maken is of aanvaarden dat we zijn zoals God ons heeft geschapen (T23.I.7), of de waarheid afwijzen en ons dus met het ego vereenzelvigen (de afscheidingsgedachte) en met het lichaam. Aangezien we duidelijk de keuze hebben gemaakt om ons met het lichaam te vereenzelvigen, moeten we onze ‘reis’ beginnen daar waar we denken te zijn, en op onze schreden terugkeren naar onze denkgeest om een andere keuze te maken. Dat doen we door ons bewust te worden van de blokkades die we opgeworpen hebben om God weg te houden; dat wil zeggen alle oordelen die ons gescheiden van anderen houden.

Wanneer we eenmaal verantwoordelijkheid nemen voor die oordelen, kunnen we ze laten transformeren door de Heilige Geest door middel van vergeving, wat niet anders is “… dan de bereidwilligheid de waarheid waar te laten zijn” (T26.VII.10:3). Deze bereidwilligheid om onze verkeerde overtuigingen te laten transformeren is alles dat gevraagd wordt. Hierop moeten we onze aandacht richten als we werkelijk willen dat de herinnering van Gods Liefde in de plaats komt van angst.