Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#615 Ervaringen tijdens meditatie

Ongeveer drie weken geleden verliep de meditatie op een heel ongewone manier. Mijn hart begon snel te kloppen en hard te slaan. Ik was erg bang. Ik bad: ‘Ik vertrouw op jou, Heilige Geest, wat er ook gebeurt, het is in orde’. Ik ging verder en mijn lichaam voelde alsof het aan het uitzetten en dan weer aan het samentrekken was. Ik werd me ook bewust van mijn lichaam als iets vloeiends, niet als vast lichaam. Dat is sindsdien vier of vijf keer gebeurd. Ik ben erg angstig als dat gebeurt, maar ik denk dat het deel uitmaakt van het proces. Is dit normaal?

Antwoord: Al wat ons lichaam lijkt te ervaren staat symbool voor een gedachte in de denkgeest, waar de ervaring daadwerkelijk plaats vindt. En net als met alles wat er met ons lichaam en in de wereld lijkt te gebeuren, is wat je ervaart neutraal (T26.VIII.3:7; T28.II.10:6; WdII.294), maar hoe je dit waarneemt hangt af van welke leraar je hebt gekozen om dit voor jou te interpreteren. Omdat je een gespleten denkgeest hebt, is het mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat je zult weifelen tussen de twee interpretaties, en zult verschuiven van angst naar aanvaarding, en weer terug naar angst.

De interpretatie van het ego begint met het uitgangspunt dat jij je lichaam bent en dat je bang moet zijn voor al wat een uitdaging vormt voor zijn vastheid en zijn vastgestelde grenzen, want dat is een bedreiging voor jou en het afgescheiden, individuele zelf dat jij gelooft te zijn (T26.I.2,3). De Heilige Geest gaat er daarentegen van uit dat jouw werkelijkheid de denkgeest is, niet het lichaam, dat de afscheiding een illusie is en het lichaam niet werkelijk is, en dat al wat dit inzicht ondersteunt en versterkt, van nut is (T6.V.A.2,3). De kwantumfysica bevestigt dat de materie niet vast is en dat wat wij als vast waarnemen, bijna helemaal uit lege ruimte bestaat, maar dit soort inzicht is, ondanks dat het in onze cultuur wijd verspreid is, zeker niet iets dat al deel uitmaakt van ons dagelijks bewustzijn.

De symbolen die elk van ons in ons leven ervaren, zijn hoogst persoonlijk toegesneden, net als ons leerplan (H29.2:6). Het is dus niet werkelijk van belang dat anderen dezelfde soort specifieke ervaringen bij het mediteren hebben. Het is op het niveau van de inhoud dat de ervaring universeel kan zijn, omdat elk van ons, op onze eigen individuele manier, zich weer gaat herinneren dat de waarneming liegt en dat de wereld en ons schijnbare zelf niet zijn wat ze lijken. Of je dus ervaringen tijdens de meditatie hebt is niet zo belangrijk, maar wel of je bereid bent ze te gebruiken om te leren dat we echt geen goede reden hebben om in de wereld een oordeel te vellen (T23.II.13:4-13), en dat alleen de zachtmoedige, aanvaardende visie van de vergeving van de Heilige Geest zinvol is.

De V#181 en V#307 behandelen enkele van de verschillende ervaringen die men tijdens het mediteren gewaar kan worden.