Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#611 Wat zijn de implicaties als ik probeer te krijgen wat ik wil met behulp van visualisatie?

Toen ik vijftien was, begon ik een ‘wensenlijst’ op te schrijven, omdat mijn moeder me verteld had dat ze een of andere fantastische bewering had gelezen. Als je gewoon opschreef wat je wilde en het een paar keer overlas, zou je ‘het’ krijgen. Ik probeerde het en het werkte bij haast alles wat ik op papier zette en waarop ik me concentreerde. In de 30 volgende jaren ging ik, in aanvulling op het geheim van mijn moeder, ook andere ‘manieren’ gebruiken om te krijgen wat ik wilde.

Ik bestudeer Een cursus in wonderen nu 18 maanden en de macht van de denkgeest om te creëren en miscreëren wordt me duidelijker. Ik heb er vele jaren op gestudeerd én geleerd hoe ik de macht van mijn denkgeest moet gebruiken om ‘dingen’ naar me toe te trekken, maar ik kende niet de hele waarheid. Daarom heb ik een paar vragen.
Wordt het ego bedreigd wanneer we leren visualiseren ofwel leren ‘creëren’ wat we maar willen, door middel van verschillende oefeningen? Maakt het ego er zich druk om, zolang wij dingen miscreëren om met de wereld geïdentificeerd te blijven? En kun je me vertellen waar in ons hoofd we visualiseren oftewel beelden maken? Is het uitsluitend een functie van de hersenen of is de denkgeest hierbij betrokken?

Antwoord: In een van de duidelijkste verklaringen over het proces waar je naar verwijst, zegt de Cursus in werkboekles 325:

“Al wat ik denk te zien, weerspiegelt een idee. Dit is de grondgedachte van verlossing: wat ik zie weerspiegelt een proces in mijn denkgeest, dat begint met mijn idee van wat ik wil. Vandaaruit bedenkt de denkgeest een beeld van wat hij verlangt, van waarde acht en daarom probeert te vinden. Deze beelden worden dan naar buiten geprojecteerd, gezien, als werkelijk beschouwd en als eigendom bewaakt” (WdII.325.1:1-3).

Beginnen met herkennen dat de denkgeest de macht heeft om te kiezen en zijn projecties te beheersen, is bedreigend voor het ego. Het geeft aan dat de wereld niet werkt volgens de ‘wetten’ waarin we doorgaans geloven en dat we er niet simpelweg het gevolg of het slachtoffer van zijn. Toch is het ego altijd heel slim met het geven van zijn eigen speciale interpretatie aan elk van onze ervaringen.

Met name zolang we blijven denken dat dit individuele zelf, waarmee we ons identificeren en dat leeft binnen tijd en ruimte, zich deze visualisatietechniek eigen heeft gemaakt, hoeft het ego zich weinig zorgen te maken. We denken dat we ‘beelden in ons hoofd’ maken en dat onze hersenen hier op de een of andere manier bij betrokken zijn. Maar dit alles is enkel deel van het waanidee van het ego om ons onbewust te houden van het feit dat we in werkelijkheid denkgeest zijn en geen lichaam. Vanwege het plan van het ego laten we ons makkelijk misleiden omtrent de plaats waar zulke krachten zich bevinden en hoe we er toegang toe kunnen krijgen. We realiseren ons nooit dat onze denkgeest letterlijk de hele wereld miscreëert, en niet alleen die specifieke zaken waarvan we denken dat we ze kunnen beheersen om aan onze persoonlijke behoeften tegemoet te komen. De metafoor van de dromer die in de Cursus wordt genoemd, helpt om dit te begrijpen. Als we ’s morgens wakker worden uit onze nachtelijke dromen dan is het niet moeilijk te herkennen dat de figuur in de droom geen effect heeft op de gebeurtenissen in de droom. Onze denkgeest als de dromer verzint de hele droomwereld (T18.II.5), en niet alleen bepaalde aspecten van die wereld. Hetzelfde geldt voor onze wakende dromen, het is de gespleten denkgeest van de Zoon, waar we allen deel van uit maken, die de hele illusoire wereld voortbrengt.

Zoals je zegt, zolang deze techniek tot doel heeft in onze behoeften te voorzien en we ons identificeren met dit zelf en de wereld, blijven we vastzitten in het denksysteem van het ego. Alleen door ons eerlijk af te vragen of dit vermogen van de denkgeest ons werkelijk gelukkig maakt, zullen we inzien dat het niet zo is. Want de onderliggende gedachte achter het gebruik van deze techniek is altijd het geloof dat we behoeftig zijn. Dit betekent we iets missen of een gebrek hebben, wat onbewust de gedachte van afscheiding en de bijbehorende schuld in onze denkgeest bevestigt (T1.VI.1,2).

Jezus’ opzet om ons te laten herkennen dat onze denkgeest de macht heeft een wereld tot stand te brengen beoogt niet dat we een bétere wereld maken. Hij wil in de eerste plaats juist dat we verantwoordelijkheid aanvaarden voor onze ervaringen, zodat we onszelf niet als slachtoffer van een wereld buiten ons blijven zien. Dan zullen we eerder bereid zijn een ander deel van onze denkgeest de leiding te geven over het proces: de Heilige Geest, Die ons helpt te leren wat we werkelijk willen. Met de keuze voor een andere Gids, die ons door de illusie heen begeleidt, leren we dat onze enige behoefte vergeving is. Dan beginnen we de stappen te nemen, die ons van slapen en dromen leiden naar het ontwaken tot onze ware werkelijkheid als geest, waarin geen behoeften zijn.