Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#610 “Ideeën verlaten niet hun Bron”

Wat betekent de gedachte: “Ideeën verlaten niet hun Bron”? Het lukt me maar niet om dit te begrijpen.

Antwoord: Een cursus in wonderen verwijst tweemaal naar dit principe als één van de meest fundamentele gedachten van haar onderwijs (Wdl.156.1:3; Wdl.167.3:6,7). Daarom is het belangrijk dit goed te begrijpen. Het is een fundamenteel idee om zowel het Verzoeningsbeginsel als het vergevingsproces te begrijpen.

In de Glossary-Index van Een cursus in wonderen verklaart Kenneth Wapnick dit principe als volgt: “Een idee kan niet de denkgeest verlaten die hem gedacht heeft”. Op het niveau van de Hemel betekent dit dat wij, als Idee of Gedachte geschapen (of: gedacht) in Gods Denkgeest (T6.II.8:1,2), ons niet van Hem kunnen afscheiden. De afscheiding is niet mogelijk. We moeten als Idee in de Denkgeest blijven die ons dacht: we kunnen onze Bron niet verlaten. Een andere manier om hierover te denken is: God is Alles Wat Is, dus kan er niets buiten Hem zijn en kunnen wij nergens anders zijn dan waar Hij ons geplaatst heeft, binnen Zijn Denkgeest. Dit is de basis van het Verzoeningsbeginsel, die verklaart dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden (T6.II.10:5-8; H2:2).

Nu wil het ego, de illusoire gedachte van afscheiding, dat we anders denken. Het lichaam en de wereld geeft het ego als bewijs dat we wel degelijk afgescheiden zijn van onze Bron. Nu is het beslist onze ervaring dat er een wereld buiten ons is die een uitwerking heeft op ieder individueel afgescheiden lichaam, onafhankelijk van onze eigen gedachten. Maar de Cursus, die opnieuw uitgaat van bovenstaand principe en het toepast op de ogenschijnlijk gespleten denkgeest, beweert iets anders. De gedachte van afscheiding, evenals de schuld die er volgens het ego mee gepaard gaat, kan de ego-denkgeest die het gedacht heeft niet verlaten. Het plan van het ego om te ontsnappen aan schuld door het te projecteren buiten de gespleten denkgeest is tot mislukken gedoemd. Want onze wens om de schuld buiten onszelf te zien vormt een aanval. Een aanval zowel op onszelf als op alles en iedereen die we willen zien als buiten onszelf. En dat dient alleen om de schuld te versterken en vast te houden in onze eigen denkgeest, en niet om eraan te ontkomen.

Jezus gebruikt de metafoor van de droom om onze ervaring in de wereld te beschrijven (T10.1.2; T18.II). Op die manier wil hij ons helpen te begrijpen hoe iets dat zo echt en gescheiden van ons lijkt, toch nog steeds binnen onze denkgeest kan zijn. Wanneer we ’s nachts slapen en dromen lijken we een lichaam te zijn en het lijkt alsof er een wereld bestaat buiten het zelf dat we in die droom denken te zijn. Maar dat komt omdat onze denkgeest zich ten onrechte heeft geïdentificeerd met een specifiek figuur binnen de droom. Vanuit die figuur gezien lijkt de rest van de droomwereld zich buiten hemzelf te bevinden. Maar als we wakker worden herkennen we direct dat het zelf dat we in de droom dachten te zijn, evenals de wereld waarin dat zelf zich bewoog en alle andere figuren in de droom, zich bevonden binnen onze dromende denkgeest. Dus de ideeën waarvan we droomden hadden hun bron in onze denkgeest nooit verlaten. Er was niets buiten onze denkgeest, er was niets buiten onszelf, ondanks wat onze ervaringen leken te zijn terwijl we sliepen en aan het dromen waren. Onze wakende wereld, vertelt Jezus ons, is niet anders (T10.1.2). Hoewel deze buiten ons lijkt te zijn, heeft de schuld over de afscheiding in onze gespleten denkgeest nooit zijn bron verlaten. En dit is de basis van het vergevingsproces van de Cursus.

Als alle figuren in mijn leven die mij op verschillende manieren lijken aan te vallen en me pijn bezorgen niets meer zijn dan projecties van schuld die mijn eigen denkgeest nooit verlaten hebben, dan hoef ik werkelijk niemand te vergeven, behalve mezelf. En mijn broeders, die alleen maar buiten me lijken te zijn, geven me eenvoudigweg de mogelijkheid om weer in contact te komen met die begraven schuld in mijn denkgeest - de schuld waarvan ik hen symbool heb gemaakt.

Maar zelfs wanneer we intellectueel begrijpen wat de Cursus betekent en hoe het proces werkt, is onze weerstand om dit toe te passen enorm. Deze weerstand zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom je zo’n moeite hebt te begrijpen wat de zin “Ideeën verlaten niet hun bron” betekent. Want het zet onze hele wereld op z’n kop en binnenstebuiten. Of misschien meer accuraat: buitenstebinnen!

De stapjes die Jezus ons laat zetten op zijn zachtaardige pad vereisen niet dat we totaal accepteren wat hij ons onderwijst. Het vereist slechts dat we de nederigheid hebben te erkennen dat misschien onze interpretatie van wat ons lijkt te overkomen verkeerd is. En dat we misschien gelukkiger zullen zijn wanneer we handelen vanuit het oogpunt van gedeelde belangen met al onze broeders, in plaats van gescheiden en tegenstrijdige belangen te zien. Uiteindelijk zal ieder van ons zich realiseren dat wij en onze broeders niet alleen hetzelfde zijn, maar dat we één zijn. En dat betekent (nog een principe van de Cursus dat voortkomt uit bovenstaand idee): “Al wat ik geef, is aan mijzelf gegeven”(Wdl.126).

Zie ook V#1114